Hij is de jongste Tourwinnaar in ruim 100 jaar en is niet te temmen

Egan Bernal De Colombiaan Egan Bernal wordt zondag met zijn 22 jaar de jongste Tourwinnaar in meer dan 100 jaar. En hij kan alleen nog maar sterker worden, zeggen zijn collega’s.

Egan Bernal na de laatste bergetappe, in Val Thorens.
Egan Bernal na de laatste bergetappe, in Val Thorens. Foto Christian Hartmann/Reuters

Steeds als hij naar Europa reizen moet voor een blok wedstrijden ver van huis en hij de realiteit vlak daarvoor even ontvluchten wil, stapt hij op zijn zwarte Pinarello en fietst hij veertig kilometer van zijn woonplaats Zipaquirá naar de voet van de Pacho, zijn favoriete klim, 23 kilometer lang, gemiddeld 6 procent steil, met de top op 3.300 meter. Hij voelt zich er thuis en tankt er vertrouwen, want als zijn benen hem in een uur naar boven brengen, weet hij dat de vorm goed is, dat hij zowat onklopbaar is, nu al, op 22-jarige leeftijd.

Hij stapt zaterdagnamiddag enigszins beduusd van alle aandacht die hem ten deel valt via een zij-ingang het Centre Sportif van Val Thorens binnen, met waterige oogjes, maar het echte moment van ontlading kwam al een dag eerder, toen hij na de geneutraliseerde rit naar de Col d’Iseran de leiding nam, met driekwartminuut voorsprong kwam hij op de top. Voor de televisiecamera’s barstte hij in tranen uit, zijn gezicht verborgen in zijn handen. Hij wist dat er iets heel geks moest gebeuren wilden ze hem in de laatste bergetappe nog verslaan. Nu wordt hij zondag de jongste Tourwinnaar in 110 jaar.

Lees ook: Steven Kruijswijk vocht en verlangde een decennium, en pakt nu eindelijk zijn prijs

Egan Arley Bernal Gómez werd geboren op 13 januari 1997 en groeide in relatieve armoede op in Zipaquirá, niet ver van Bogotá. Moeder Flor werkte met bloemen, vader Germán kon aardig fietsen maar schopte het niet verder dan amateurrenner. Er was geen droog brood mee te verdienen, vond hij, dus toen kleine Egan het toch wilde proberen stuurde hij zijn zoon op een geel fietsje van staal, reeds gebruikt door neven en nichten, urenlang op pad in de hoop dat hij er zo ziek van zou worden dat hij geen wielercarrière na zou streven. Het tegendeel gebeurde. Bernal werd er alleen maar sterker van.

Mountainbiken

Op zijn achtste begon hij met mountainbiken, en natuurlijk won hij zijn eerste wedstrijd. Hij bleef nadien maar winnen. Als tiener moest hij kiezen tussen zijn sport en een opleiding. Heel even studeerde hij journalistiek, maar zijn familie zag zijn fysieke potentieel. Hij kreeg een jaar de tijd om werk te maken van een wielercarrière. Van studeren is het nooit meer gekomen.

Egan Bernal wordt aan de finish in Val Thorens gefeliciteerd met zijn zege door ploeggenoot Geraint Thomas, de winnaar van vorig jaar.

Foto Gonzalo Fuentes/Reuters

Als junior won hij twee keer zilver op het WK mountainbiken, en dat viel ook buiten Zuid-Amerika op. In Italië werd hij ingelijfd door Gianni Savio, een bekende talentscout en manager van het bescheiden wielerteam Androni-Sidermic. Die likte zijn vingers af bij het zien van Bernals fysieke tests. Zijn zuurstofopnamevermogen is stukken beter dat dan van Lance Armstrong. In een lichaam van amper zestig kilo zit een onwaarschijnlijk grote motor. Twee jaar lang woonde en trainde hij in Italië, hij maakte er vrienden, leerde de taal, genoot er van de mensen en ook van de ‘gelato’ en de ‘nutella’, zegt hij zaterdag met een verlegen glimlach op zijn gezicht.

In de Ronde van de Toekomst van 2016 werd hij meteen vierde, het jaar erop won hij die etappekoers voor beloften met meer dan een minuut voorsprong. Het grote Sky (nu Ineos) aarzelde niet, kocht voor een paar ton het contract in Italië af en legde hem voor vijf jaar vast, een ongeziene verbintenis in de wielersport. Ze hadden de ideale opvolger van Chris Froome en Geraint Thomas gevonden, beide mannen zijn in de dertig. Met Bernal kunnen ze zomaar nog tien Tours winnen. Zijn tijdperk is aangebroken, zeggen zijn collega’s. Ze hebben allemaal gezien waartoe hij nu al in staat is. En hij kan alleen maar sterker worden.

Zelf wil hij nog niet denken aan wat er in de toekomst nog mogelijk is, hij kan nog niet eens bevatten wat er zojuist gebeurd is. Hij moet het nog op een rijtje zien te krijgen, straks, als hij in het hotel onder de douche stapt lukt dat misschien. Het gaat ook allemaal zo snel. Drie weken lang heeft hij in een tunnel geleefd, in een ritme van slapen, eten, fietsen – monotoon maar overzichtelijk. Hij had niet eens tijd om zijn verloofde te zien, noch zijn ouders te spreken. En nu ineens is dat ten einde, en heeft hij de belangrijkste trui in de wielersport om zijn schouders.

Bekijk ook onze fotoserie over de Tour: De Tour de France in beeld: vallen, massasprints en uitgedoste fans

Sleutelbeenbreuk

Hij zou aanvankelijk niet eens naar de Tour gaan, in elk geval niet voor eigen kansen. De Giro was zijn hoofddoel dit jaar, maar vlak daarvoor brak hij tijdens een training zijn sleutelbeen. Vijf dagen later zat hij alweer op zijn fiets, tien dagen later verbeterde hij zijn eigen klimrecords. Vlak voor de Tour won hij de Ronde van Zwitserland, vandaar dat hij als grote favoriet van start ging. „Als ik voor de Giro niet was gevallen, had ik hier nu niet gewonnen. Dingen gebeuren met een reden”, zegt Bernal.

Colombiaanse fans moedigen Bernal aan bij de start van de voorlaatste etappe, in Albertville.

Foto Marco Bertorello/AFP

Maar hij moest het nog wel even waarmaken in de grootste wielerwedstrijd van het jaar, in zijn tweede Tour ooit, als groentje, onder een druk die vele kampioenen al heeft doen bezwijken. Voor verreweg de meeste renners van die leeftijd is de Tour überhaupt uitrijden nog een brug te ver. Ze worden vaak uit voorzorg na twee weken uit koers gehaald. Een lichaam in ontwikkeling moet niet te zwaar belast worden, niet over drie weken in de bloedhitte van zomers Frankrijk. Maar voor Bernal gelden andere wetten, het supertalent is niet te temmen. Hij komt bovendien veel ouder over dan die 22 lentes die hij is. Mensen die met hem samenwerken roemen zijn volwassen houding. Zijn ploegbaas David Brailsford: „Je hebt een fysieke en een mentale leeftijd. But when you’re ready, you’re ready.”

Dat bleek. Bernal bleef drie weken kalm, in het eerste deel van de ronde hield hij zich schuil achter het rookgordijn van een gedeeld kopmanschap met ploegmaat en Geraint Thomas, die hij vaak als eerste liet aanvallen, uit respect voor de winnaar van vorig jaar. Maar in het echte hooggebergte liet hij er geen twijfel over bestaan. „I am a climber”, zegt hij. En daar is geen woord aan gelogen.

De basis voor zijn zege legde hij bergop: in de ritten naar Foix, Valloire en in de geneutraliseerde etappe naar de Col d’Iseran. In de heuvelachtige tijdrit naar Pau verloor hij tijd, in die discipline kan hij nog beter worden. Maar de snelheid die Bernal boven de 2.000 meter hoogte kan ontwikkelen was het voltallige peloton te machtig. Hoe hoger, hoe beter voor de jongeman die opgroeide in het Andesgebergte, op 2.600 meter boven zeeniveau, daar waar de lucht ijl is. Zijn lichaam is erop aangepast. Er zijn onderzoeken waaruit blijkt dat mensen in de Andes van nature een hoge hematocrietwaarde hebben, een in verhouding hoog aantal rode bloedlichaampjes, onder meer verantwoordelijk voor zuurstoftransport. „Ja”, zegt Bernal, „ik denk dat ik daardoor een voordeel heb.”

Veel Colombiaans talent

Maar met wat dikker bloed alleen win je nog geen Tour, geen Colombiaan deed het voor hem, hoewel vaak ook op hoogte geboren. Nairo Quintana won de Giro en de Vuelta, maar in Frankrijk maakte hij het nooit waar. Je hebt Rigoberto Uran, Sergio Henao, en langer geleden had je Lucho Herrera en Santiago Botero, maar geen van hen won de Tour. „Ik weet niet waarom niet”, zegt Bernal. „Er is altijd talent geweest in Colombia, maar het was voorheen niet zo makkelijk voor ons om naar Europa te komen. Nu wel. Ik weet zeker dat Colombia sterker zal zijn in de Tour de komende jaren. Ik ben vooral trots dat ik de eerste ben die de Tour wint.”