Topatleten uit Curaçao geven Nederland positieve energie bij NK atletiek

NK atletiek Sinds atleten uit Curaçao voor Nederland uitkomen, is hun inbreng groot. Hun dominantie op de sprint was compleet bij de NK.

Sprinter Hensley Paulina (hier in de halve finale) werd dit weekeinde in Den Haag Nederlands kampioen op de 100 meter.
Sprinter Hensley Paulina (hier in de halve finale) werd dit weekeinde in Den Haag Nederlands kampioen op de 100 meter. Foto Olaf Kraak/ANP

Het podium van de 100 meter bij de NK atletiek zegt alles over de invloed van Curaçaoënaars op de sprintnummers: één, twee en drie. Fijn voor de Nederlandse atletiek zo veel snelle mannen, maar ook een signaal voor jongens uit de polder, oordeelt Churandy Martina na de huldiging, met een medaille om zijn nek en een bos bloemen in zijn armen. „Die ‘anderen’ moeten harder lopen, anders gaan ze het niet halen.”

Naast een flinke scheut positivisme hebben hij en zijn overzeese kameraden de Nederlandse atleten competitieve prikkels gegeven, vindt Martina, met 35 jaar de grand old man van de sprinters. Hij heeft aanzien door zijn indrukwekkende prestaties en gezag vanwege zijn anciënniteit. Maar op de baan krijgt hij geen voorrang, want in Den Haag legde hij het op de 100 meter af tegen debuterend kampioen Hensley Paulina en nummer twee Christopher Garia, beiden bijna tien jaar jonger. Het is dat Joris van Gool zich als vierde voor Taymir Burnet wurmde, anders was de Curaçaose overheersing compleet geweest. Op de 200 meter was Martina wel de snelste, met Garia en Burnet als de nummer twee en drie.

De aanvoer van zoveel sprintgeweld is een gevolg van wat de Curaçaoënaars tien-tien-tien noemen, verwijzend naar de datum waarop de Nederlandse Antillen als eilandenrijk ophielden te bestaan en Curaçao een land binnen het Koninkrijk der Nederlanden werd. Autonoom maar niet onafhankelijk, oordeelde zowel het Internationaal Olympisch Comité (IOC) als wereldatletiekbond IAAF. Het gevolg: Curaçaose atleten moeten voor hun deelname aan internationale competities kiezen tussen het statutair wel onafhankelijke Aruba of Nederland. De betere faciliteiten drijven al die snelle mannen naar Papendal, waar de Atletiekunie zijn topatleten heeft samengebracht.

Lees ook dit interview met N’Ketia Seedo: Jong en chaotisch, maar op de atletiekbaan geordend en snel

Positieve sfeer

Tot vreugde van de bondscoaches, die goede atleten begroetten, maar ook jongens die sfeer brengen. „Ze zijn cool, easy going en brengen een positieve vibe”, zegt Laurent Meuwly, de Zwitser die 400-meterloper Terrence Agard en Liemarvin Bonevacia in zijn groep heeft en verantwoordelijk is voor de estafetteploeg (4×100 meter), die onlangs met vier Curaçaoënaars het Nederlands record (37,99) brak. „Er is discussie, natuurlijk, maar altijd open en positief en nooit over gedrag en de noodzaak van trainingen. Die jongens zijn vrienden, daarna concurrenten, dat maakt het makkelijk.”

Sprintcoach Bart Bennema, die werkt met Martina, Garia, Paulina en Burnet, waardeert dat de Curaçaose jongens „onbegrensd denken en prettige energie brengen”. Wel moet hij zo nu en dan hun losse houding corrigeren, zoals bij Paulina in aanloop naar de NK in Den Haag. Die had zich twee keer verslapen en kwam te laat voor de training. Bennema: „Moest ik hem op zijn kop geven. Had schijnbaar nut, want hij wordt wel Nederlands kampioen.” In het Curaçaose optimisme schuilt volgens Meuwly wel het gevaar van nonchalance. „Zij hebben de neiging snel over tegenslagen heen te stappen en verwaarlozen de analyse. Ze moeten beter van hun fouten leren.”

Daar staat tegenover dat ze ontvankelijk zijn voor veranderingen, zoals Meuwly ervoer bij de estafettetraining. Hij verlangde een andere starthouding bij de wissels en overlegde uit angst voor een defensieve houding vooraf met Martina voor wie de verandering het ingrijpendst was. In weerwil van Meuwly’s ervaringen was het voor de Curaçaoënaars totaal geen probleem, zodat Martina nu met zijn rechter- in plaats van zijn linkerbeen voorstaat. „Die jongens zien altijd kansen, nooit problemen, kom daar maar eens om bij Europeanen”, zegt de Zwitser. Meuwly: „Hopelijk pakt de vrouwenestafetteploeg dat signaal op, want ik moet eerlijk zeggen dat de verandering bij hen wat stroever verloopt.”

Vanuit Willemstad worden de ontwikkelingen van sprinters nauwlettend gevolgd door coach Wendell Prince, ontdekker van Martina, Paulina en de wegens doping geschorste Brian Mariano. Hij herinnert aan de gouden tijden met Martina, die aanvankelijk niet de snelste van zijn groep was, maar dankzij „zijn sociale intelligentie” aanwijzingen snel oppikte en bij de Spelen van 2008 in Beijing zijn hoogtepunt onder Prince beleefde, weliswaar met een omstreden diskwalificatie op de 200 meter, maar wel met een tweede plek achter Usain Bolt.

Lees ook dit interview met Femke Bol: ‘Het voelt als een overwinning als ik door de verzuring loop’

Zwakke start

„Als zijn traditioneel zwakke start destijds iets beter was geweest, zou hij op de 100 meter ook met Bolt op het podium hebben gestaan. Nu werd hij vierde”, zegt Prince. Minder goed te spreken is de coach over de houding van de Atletiekunie, die na de Spelen van Rio (2016) de samenwerking met hem verbrak. Prince was tot dan talentcoach en scout op Curaçao. Hij runde met financiële ondersteuning van de Nederlandse bond een regionaal trainingscentrum. „Na ‘Rio’ zou er over een vervolg gepraat worden, maar dat is helaas niet gebeurd”, zegt hij.

De reden is volgens technisch directeur Ad Roskamp van de Atletiekunie simpel: de voorkeur gaat uit naar een jongere coach op Curaçao. De plaats van Prince is ingenomen door oud-sprinter Jair Duzant. Roskamp: „Wij wilden een coach met een intensiever programma. Prince richt zich nadrukkelijk op de techniek, maar voor een hoog niveau is een ondersteunend fysiek programma noodzakelijk. Daarin is Duzant heel goed.”