Recensie

Recensie Muziek

Opera over liefde en moord in de moerassige weilanden van Spanga

Recensie Na dertig jaar rebellie keert Opera Spanga terug naar de basis met een moorddadig tweeluik over het moeras van de jaloezie. Regisseur Corina van Eijk kiest ditmaal voor een opmerkelijk sobere aanpak.

Marcel van Dieren (Tonio) & Aylin Sezer (Nedda) in ‘Pagliacci’ door Opera Spanga.
Marcel van Dieren (Tonio) & Aylin Sezer (Nedda) in ‘Pagliacci’ door Opera Spanga. Foto MAJANKAFOTOGRAFIE

De hartstochten lopen hoog op in de twee korte liefdesgeschiedenissen, die het dertigjarig bestaan markeren van Opera Spanga in de moerassige weilanden van het Friese Weststellingwerf. Twee hunkerende vrouwen en de moordzucht van hun jaloerse echtgenoten vormen de spil in Leoncavallo’s Pagliacci en Puccini’s Il Tabarro.

„Hij schreef met echte tranen, zijn gesnik sloeg de maat.” Met deze woorden bereidt intrigant Tonio, wiens ziel even mismaakt is als zijn lichaam, het publiek voor op de noodlottige gebeurtenissen in Pagliacci. En in Il Tabarro doet een passerende straatzanger dat: „Wie leeft voor de liefde, zal er ook voor sterven.”

Regisseur Corina van Eijk – oprichter en drijvende kracht achter Opera Spanga – kiest een voor haar doen opmerkelijk sobere aanpak. De afgelopen drie decennia verraste ze met gewaagde invalshoeken: een Don Giovanni die Donna Giovanna werd, een Zauberflöte in hedendaags Amerika, originele muziek die ze vermengde met moderne genres, en een handeling die verhuisde van toneel naar videowand en terug.

Niets van dat alles ditmaal. In een karig decor ligt de nadruk nu op vooral de personenregie. Twee opera’s over de dagelijkse beslommeringen van gewone mensen moet je niet extravagant aankleden, lijkt de gedachte.

Morschi Franz (Canio) met zijn hunkerende echtgenote Aylin Sezer (Nedda) in ‘Pagliacci’. Foto MAJANKAFOTOGRAFIE

In een half open tent, geen briesje wind en temperaturen ver boven de dertig graden dwongen de musici en zangers bewondering af. Hun kostuums waren niet aangepast aan de hitte. Zo draafde het koor over het podium in Rick Astley ‘Never Gonna Give You Up’-trenchcoats, ijsbeerde bariton Marcel van Dieren in een zware, lange leren jas, en droeg sopraan Aylin Sezer onder haar negligé een naaktpak. In vroeger jaren liet de vrijzinnige Van Eijk de zangers meestal gewoon bloot opdraven.

Het publiek mocht dan zuchten onder de drukkende warmte, in de uitgegraven orkestbak en op het toneel bleef het spel onverminderd bruisen van energie. De twee vrouwelijke hoofdrollen lieten een eigen geluid horen en een eigen gezicht zien. In Pagliacci zong Aylin Sezer een rebelse Nedda. Francis van Broekhuizen zette daar een gedesillusioneerde Giorgetta tegenover in Il Tabarro.

Marcel van Dieren (Tonio) doet een vergeefse verleidingspoging bij Aylin Sezer (Nedda) in ‘Pagliacci’. Foto MAJANKAFOTOGRAFIE

Beide karakters belichamen eveneens het verschil tussen de muzikale stroom van de opera’s. Leoncavallo roept de sfeer op van de bovenloop van een rivier met gevaarlijke stroomversnellingen en watervallen. Puccini lijkt meer op de brede Seine in Parijs, waar het verhaal zich afspeelt: het gevaar loert onzichtbaar in de diepte.

De vier zangers vertolken dubbelrollen. Heldentenor Morschi Franz, bariton Marcel van Dieren en tenor Eric Reddet deden dat op het scherpst van de snede, met een soms huiveringwekkende overtuigingskracht. In dat theatrale ‘geweld’ klonk bariton David Visser in Pagliacci ietwat flets alsof hij onder water zong.

Na drie rebelse decennia gaat Van Eijk dezer dagen dus terug naar de basis. Over hoe die cirkelgang zich voltrok schreef oud-NRC’er Kasper Jansen het illustratieve jubileumboek Opera in het weiland. Wat hem betreft bewijst Spanga het ongelijk van de Romeinse historicus Tacitus, die in zijn boek Germania schreef: „Frisia non cantat”, Friesland zingt niet. Inderdaad, integendeel.

Het koor in de rij voor ‘Il Pagliacci’: een opera in een opera. Foto MAJANKAFOTOGRAFIE