Opinie

Het hoofd buigen voor een modderstroom

Wilfried de Jong

Sinds mijn jeugd heb ik bij hoge koorts altijd dezelfde nachtmerrie. Mijn hoofd is teruggebracht tot een speldenknop, tot één alziend oog. Waar ik ook kijk, vanuit alle hoeken komt een donkere massa bulderend op me afgerold. Ik wil vluchten maar het lukt niet. Op weg naar het einde.

Badend in het zweet word ik wakker.

Aan dat droombeeld moest ik denken toen een modderstroom het parcours van de Tour de France versperde. Het was buitenproportioneel natuurgeweld in een wielerwedstrijd. Doorgaans gaat het peloton de strijd aan met de elementen. Regen, hagel, storm, extreme windstoten – denk maar aan de woeste editie van de voorjaarsklassieker Gent-Wevelgem in 2015.

Maar dit?

‘Mathieu van der Poel en Wout van Aert waren vast doorgereden!’ grapte ik in een appje naar een wielervriend. Van der Poel tot aan zijn middel in de modder, Van Aert zwemmend met de fiets boven zijn hoofd. De Tourbaas met rood noodvlaggetje, vanuit het dak van zijn auto die niet meer voor- of achteruit kan.

De veiligheid van coureurs en volgers was in het geding, besloot de organisatie. De natuur trok een lange neus naar het peloton: eindelijk weer eens een keer gewonnen van die fietsertjes.

Wielerfans raakten er niet over uitgesproken. Waarom werden de renners jaar in jaar uit over onverharde wegen en natte kasseien gestuurd? En had iedereen gezien hoe Simon Yates tijdens een afdaling vlak langs een diepe afgrond scheerde op een pad zonder vangrail? Dat was toch ook spelen met een leven?

Voor een documentaire over de klassieker Luik-Bastenaken-Luik heb ik Bernard Hinault geïnterviewd over zijn helletocht in 1980. Hij zegevierde solo in de vrieskou en heeft sindsdien weinig gevoel meer in een paar vingers. De Fransman lacht erom, hij won en had een indrukwekkend verhaal.

Zo ging dat vroeger.

Wielrenners in koers zijn een beetje gek. Hun pijn vinden ze ‘te verbijten pijn’ en ongeluk zit nu eenmaal in een klein hoekje. Dat is wat kilometers hard fietsen en aangemaakte endorfine met je doen: de waarneming houdt soms geen gelijke tred met de werkelijkheid.

Maar goed, ik ben slechts toeschouwer van de Tour, zij zitten er drie weken middenin.

De aanvankelijke woede na het besluit om de etappe stil te leggen bekoelde pas toen de renners met regenjasjes in de volgauto’s de televisiebeelden zagen van dat grijze braaksel diep uit de maag van de berg. Ze werden mak, de heren coureurs.

Het is eenvoudiger het hoofd te buigen voor modder dan voor een valse renner.

Die modderstroom, hét historische moment van deze Tour, leidde tot een nieuwe leider in het klassement. Een 22-jarige Colombiaan besefte dat zijn zojuist aangetrokken gele trui het hoogst haalbare was in zijn vak en begon onbedaarlijk te snikken.

Een uurtje na de bruut verstoorde etappe sprak hij al over een droom die uitkwam. Deze bloedstollende Tour kon op weg naar Parijs.

Op weg naar het échte einde.

Wilfried de Jong is schrijver en programmamaker.