Deze Tour was een spektakel van drie weken

Wielrennen Voor het eerst in jaren ontbrak de verstikkende dominantie van één ploeg. Een drie weken durend spektakelstuk was het gevolg.

Steven Kruijswijk beschikte bergop misschien wel over de beste ploeg van deze Tour, met onder meer George Bennett.
Steven Kruijswijk beschikte bergop misschien wel over de beste ploeg van deze Tour, met onder meer George Bennett. Foto Jeff Pachoud/AFP

Het was zijn bedoeling helemaal niet om wekenlang als volksheld door eigen land te trekken, daar had hij geen ploeg voor bij zich, en bovendien was hij er mentaal noch fysiek op toegerust, voor zover je voorbereid kunt zijn op de gekte van een wielernatie die al decennia wacht tot een Fransman het geel naar de Champs-Élysées brengt.

Toen Julian Alaphilippe in de derde etappe van de Tour, vlak onder de top van de Côte de Mutigny, giftig demarreerde en daarna de wereld van zijn daalkunsten liet genieten onderweg naar champagnestad Épernay, was dat voor de dagzege. De gele trui die hij ook kreeg omgehangen was een prachtvolle bijkomstigheid, maar die eer was geen lang leven beschoren. Tenminste, dat dacht hij. Loulou verloor het tricot, maar heroverde het voor quatorze juillet ook weer. De aanvalsdrift zit hem in de genen, het is zijn natuur.

Hij sprak van een droom om op de nationale feestdag in het geel door Frankrijk te rijden, nog altijd in de overtuiging dat hij de trui zou verliezen bij de eerste de beste bergrit. Maar dat gebeurde niet. De chouchou van Frankrijk hield stand, steeg boven zichzelf uit, won de tijdrit en begon na de Pyreneeën zelf ook te geloven in een stunt. Als hij de Tour won, zou hij de eerste Fransman in 34 jaar zijn die dat klaarspeelde.

Daarmee zag de Tour er voor het eerst in jaren anders uit. Geen verstikkende trein van de allerrijksten aan kop. De dominantie van Team Ineos (voorheen Sky) was doorbroken door een springveer van een renner, opportunist van geboorte.

Jarenlange wurggreep

De ploeg die met verreweg het hoogste budget een overwicht koopt en de Tour al zo lang in een wurggreep houdt, moest iets bedenken om een leider van buiten hun team van de troon te stoten, met een minder sterk collectief, zeker zonder Chris Froome, die nog herstelt van een gebroken lichaam, en Geraint Thomas, die al in november het gevoel had zijn titel niet te kunnen verdedigen.

Lees ook: Frankrijk herontdekt de ‘magie’ van de eigen Tour

Dus zweefde Alaphilippe lang op een wolk door Frankrijk, en maakte niemand echt aanspraak op de gele trui, geen renner had overmacht, of het moest die in het groen zijn, Peter Sagan, die voor de zevende keer de puntentrui pakte, een record. Terwijl Alaphilippe met zijn krachten smeet, liftte Ineos daar dankbaar op mee. Egan Bernal, favoriet nummer één, was onzichtbaar in de eerste helft van de Tour. Dat was het terrein van de Nederlanders. Jumbo-Visma deed zowat dagelijks mee voor de ritzege. Tot aan de eerste rustdag wonnen ze liefst vier etappes, bijna de helft, ploegleiding en renners spraken van een flow. De sfeer was goed, dat zeker, na de gele trui van Mike Teunissen – voor het eerst sinds Breukink in ’89 – en de ploegentijdrit van vernietigend kaliber. Er volgden ook nog sprintzeges van Dylan Groenewegen en Wout van Aert. Helpers werden winnaars. Het kon allemaal.

Dat de ploeg op de lichaamseigen ketonen in de rondte reed werd in de media niet meer dan een zure oprisping. Er was niets illegaals aan om op de kleinste details vooruitgang te boeken. Het was een kwestie van slim investeren en keuzes maken geweest, sprak de ploeg.

In het sluitstuk van de Tour, een drieluik in de Alpen, spatte het Franse sprookje als een zeepbel uiteen. Alaphilippe stortte in, Thibaut Pinot moest geblesseerd opgeven, Romain Bardet was geen schim van zichzelf, hoewel hij de bollentrui pakte, wonder boven wonder. Maar het zou heus nog smullen worden, met duizenden hoogtemeters in 48 uur. Steven Kruijswijk werd op een goed moment als favoriet bestempeld, maar dat waren drie anderen net zo. En toen begon het te regenen, te hagelen, te onweren, en kreeg het spektakelstuk dat de Tour dit jaar was niet het einde dat het had verdiend.

Lees ook: Bernal is de jongste Tourwinnaar in ruim 100 jaar en is niet te temmen

Modderstroom

Op vrijdag viel er rond Val-d’Isère in korte tijd zoveel water dat er een modderstroom op gang kwam die de angel uit de race haalde: Egan Bernal was op de col daarvoor gevlogen, en daarmee basta. De Tour viel in veel minder tijd dan was voorzien in een beslissende plooi, ook omdat van de slotrit naar Val Thorens nog maar 59 kilometer overbleef. Evenwel was dat genoeg voor Kruijswijk om zijn eerste podiumplaats in een grote ronde veilig te stellen. Hij beschikte bergop misschien wel over de beste ploeg van deze Tour, met George Bennett en Laurens De Plus als masochisten voor het hogere doel.

Er is veel perspectief voor de komende jaren: de machine-Ineos piept wat – hoewel het eindresultaat gewoon weer goud en zilver is – en die van Jumbo-Visma is net op gang. En dan te bedenken dat er een hele grote transfer op handen schijnt. Als Tom Dumoulin inderdaad naar de ploeg van Kruijswijk komt, en Alaphilippe zich gaat richten op grote rondes, dan liggen er nog veel spannende Tours in het verschiet.

Lees ook de column van Wilfried de Jong: Het hoofd buigen voor een modderstroom