Opinie

Collateral damage

Lotfi el Hamidi

Een hartverscheurende foto uit de Syrische provincie Idlib. Een vader kijkt wanhopig naar zijn drie jonge dochters, die bij een bombardement gewond zijn geraakt. Eén van de meisjes, de vijfjarige Reham, houdt het shirt vast van haar babyzusje Tuqa, die van het puin naar beneden dreigt te vallen. Haar leven hangt bijna letterlijk aan een zijden draadje.

De zeven maanden oude Tuqa overleeft het uiteindelijk. Haar twee andere zussen zijn aan hun verwondingen overleden, evenals hun moeder.

De afgelopen twee weken zijn dit soort bombardementen door Assad, gesteund door de Russische luchtmacht, dagelijkse kost in Idlib, het laatste rebellenbolwerk in Noord- Syrië. Volgens de VN zijn er sindsdien meer dan honderd mensen omgekomen, onder wie veel kinderen en vrouwen. Ziekenhuizen, scholen en markten blijken volgens de VN opvallend vaak het doelwit te zijn. Het Syrische regime en de Russen ontkennen; u mag bepalen of u dat geloofwaardig acht.

Idlib is natuurlijk niet zomaar een ‘rebellenprovincie’. Het gebied wordt bestierd door verschillende extremistische groepen, waaronder de lokale tak van Al-Qaeda. En zoals we sinds het begin van de War on Terror weten is zowat alles geoorloofd in de strijd tegen islamitische terreurgroepen. Burgerslachtoffers vallen onder het kopje collateral damage.

De slager met stropdas heeft altijd een streepje voor op de bebaarde koppensnellers

Maar wacht even, sinds wanneer is Assad medestander in de wereldwijde strijd tegen het terrorisme? Nou, sinds hij zichzelf als bestrijder van terreur heeft uitgeroepen – juist omdat hij weet dat je daarmee met min of meer alles wegkomt. Een beproefd middel: zie Poetins afhandeling van de Tsjetsjeense kwestie, of de Chinese behandeling van de Oeigoeren.

Vanaf het begin van de protesten tegen de Syrische dictatuur heeft Assad gepoogd om de demonstranten af te schilderen als ‘saboteurs’ en ‘onruststokers’, onderdeel van een ‘buitenlandse samenzwering’ om Syrië kapot te maken. Vanaf 2012, toen het verzet al militant was geworden door het brute optreden van het Syrische leger, begon Assad consequent het woord ‘terrorisme’ te gebruiken.

De radicalisering van het verzet, mede geïnjecteerd door de steun uit de Golfstaten, gaf Assad enige schijn van redelijkheid. Vooral de deelname van Al-Qaeda en IS kwam de dictator uitstekend uit; de slager met stropdas heeft altijd een streepje voor op de bebaarde koppensneller. Propaganda is immers óók een slagveld waarop gewonnen moet worden.

Wie staat er nog bij stil dat Assad een van de wreedste regimes ter wereld vertegenwoordigt? Dat Assad verantwoordelijk is voor verreweg het hoogste aantal burgerslachtoffers in de oorlog? En nog altijd de meest gruwelijke oorlogsmisdaden pleegt as we speak? Staatsterrorisme is ook terrorisme.

Lotfi El Hamidi (L.elHamidi@nrc.nl@Lotfi_Hamid) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Tom-Jan Meeus.