Recensie

Recensie Muziek

Bariton Oliemans maakt festival Delft afwisselender dan ooit

Recensie De 23ste editie van het kamermuziekfestival in Delft wordt ingevuld door bariton Thomas Oliemans. Gevolg: een afgewogen programmering met veel vocale muziek en verrassende uitersten.

Notturno van Othmar Schoeck met violiste Candida Thompson en altviolist Georgy Kovalev.
Notturno van Othmar Schoeck met violiste Candida Thompson en altviolist Georgy Kovalev. Foto Melle Meivogel

Voor één editie droeg violiste en artistiek leider Liza Ferschtman haar kamermuziekfestival in Delft over aan bariton Thomas Oliemans. Ferschtman richt zich een jaartje op andere projecten; ze speelt deze week in Australië.

Ze koos haar vervanger met beleid. Eén: een zanger programmeert anders, met meer focus op vocale muziek. Twee: Oliemans heeft een veelzijdige stem én een brede blik, zodat het festival dit jaar afwisselender lijkt dan ooit.

Op het openingsconcert beet Oliemans zelf het spits af met drie liederen van Schubert. Een meesterwerk als Die Götter Griechenlands is geen luchtig opwarmertje, maar omdat de airco in de Van der Mandelezaal met het oog op de radio-uitzending aanvankelijk uitstond, kroop de binnentemperatuur rap op naar 36 graden en leverde fluitist Herman van Kogelenberg een artistieke én sportieve topprestatie in Prokofjevs prachtig langademig en gedifferentieerd gespeelde Sonate in D.

Het Orpheus-thema dat Oliemans koos, blijkt een gulle kapstok voor muziek over Goden en stervelingen, liefde en loslaten. Verrassend was de compositieopdracht voor Oliemans’ oud-leraar, de bas Robert Holl. In Ex tenebris mundi voor strijkkwartet en bariton vervatte Holl drie schuimige Weltschmerz-gedichten van ‘prins der dichters’ Adriaan Roland Holst in duister expressionistische noten. Holl schrijft evocatief en met liefde voor de tekst, Oliemans verzorgde een geconcentreerde wereldpremière die naadloos aansloot op de excellente uitvoering van Schönbergs strijksextet Verklärte Nacht.

Notturno

Het leuke van een festival is dat je musici die je net in je hart sloot – zoals violiste Candida Thompson, of de prachtige altviolist Georgy Kovalev - de volgende dag gewoon weer terugziet en -hoort. Bij voorbeeld in Othmar Schoecks getroebleerde, (te) weinig gehoorde liedcyclus Notturno (1933) voor bariton en strijkkwartet: een ambitieuze tour de force voor zowel de festivalmusici als Oliemans zelf.

Notturno (in ruimste zin verwant aan Schuberts Winterreise) gaat grofweg over een ongelukkige liefde, het eigen aandeel daarin en de weerspiegeling van het lot (stroming, verval) in de natuur. Dramaturg Klaus Bertisch maakte er in overleg met Oliemans een scenische voorstelling van, met toevoeging van prachtfoto’s van Ruben Terlou en een ietwat glad bruggetje naar de Orpheusthematiek. Maar om echt te raken ontbeerde de uitvoering finesse en de enscenering helderheid. De getoonzette gedichten van Nikolaus Lenau zijn eigenlijk ook te complex om zonder boventitels voor te schotelen. En waar de verzen wél op de voet te volgen waren, vroeg je je af of een gedicht als Ach, wer möchte einsam trinken optimaal paste bij de rauw-documentaire foto’s van Terlou uit Afghanistan.

Openingsconcert van het Delft Chamber Music Festival.

Foto Ronald Knapp

Een verrukkelijke Hommage aan Harry Bannink (Oliemans is al decennia verklaard liefhebber) demonstreerde zondag hoe een ideale festivalmiddag eruit ziet. Het concert begon meteen sterk met de wereldpremière van een Best of Bannink-medley door Wijnand van Klaveren (niet meezingen bleek een uitdaging) en bleef ruim twee uur lang een ideale mix van Banninks fijnste liedjes - soms bekend, soms minder, zoals het zielkervende Dertig jaar – en de uiteenlopende muziek (Grieg, Mompou, Bach, Scarlatti, Poulenc) die Bannink inspireerde.

Dit concert (5 ballen) zou je zo nog eens willen beleven, ook om Oliemans’ talent voor een lichte voordracht en de Banninkiaanse veelzijdigheid van pianist Bert van den Brink.