Recensie

Recensie Muziek

AYO is een orkest met pit, maar piekt vaak voor het hoogtepunt

Recensie Het Australian Youth Orchestra neemt de 24-jarige Jan Lisiecki mee op tour om het Tweede pianoconcert van Rachmaninoff te spelen. Maar, dan moeten ze hem wel de ruimte geven en niet elke kans tot crescendo aangrijpen.

Jan Lisiecki tijdens een concert in de Philharmonie Köln in 2016.
Jan Lisiecki tijdens een concert in de Philharmonie Köln in 2016. Foto Thomas Brill

Elke drie jaar gaat het Australian Youth Orchestra op tournee langs wereldpodia. De laatste twee concerten werden uitvoerig voorbereid in Nederland, met tien dagen repeteren in het Akoesticum in Ede. Donderdag klonk het resultaat in het Amsterdamse Concertgebouw, geleid door een lichtvoetige en frivole maar trotse Krzysztof Urbański – je moet het maar durven, de microfoon pakken en stellen dat het behalve de warmste dag in 200 jaar ook het mooiste concert in 200 jaar zal worden.

Voor dat laatste is misschien meer nodig dan een jeugdorkest kan bieden, maar een ‘onoorlijke’ avond werd het zeker niet. Glinka’s bekende Ouverture tot Roeslan en Ljoedmila en Dvořáks Zevende symfonie zijn het AYO weloverwogen aangemeten. Met het urgente begin van de ouverture vertellen ze je maar meteen: wij zijn een orkest met pit. Het bleek een belofte die ze de hele avond waarmaakten, want het AYO greep elke kans tot een crescendo – waar beide stukken inderdaad vol mee zitten – met beide handen aan.

De vraag is of we daar wel een avond lang behoefte aan hebben. Daarbij maakte Urbánski’s keuze voor de snelheid van die crescendo’s – soms leken ze wel doorgespoeld – dat veel van het fortissimo al vroeg piekte.

Je zou dit natuurlijk kunnen rekenen tot kritiek op de vierkante centimeter voor een orkest waarvan de oudste leden 25 jaar zijn; presteer het maar eens, aan de andere kant van de wereld in de zaal die je op je Facebookpagina trots aanduidt als een van de indrukwekkendste van je tour.

Maar het betekende helaas wel dat de 24-jarige Canadese pianist Jan Lisiecki in het populaire Tweede pianoconcert van Rachmaninoff, het stuk waar het publiek voor was uitgelopen, als een drenkeling vaker niet dan wel helder boven het AYO uitkwam. Hoe vaak hij ook opveerde van zijn kruk om passages meer kracht bij te zetten, in het eerste deel moest je ‘Rach 2’ kennen om Lisiecki te kunnen volgen. Pas in de toegift hoorden we hem echt sprankelen. Zijn nuchtere, bijna mathematische benadering van Schumanns Träumerei bracht eindelijk verstilling.