Steven Kruijswijk vocht en verlangde een decennium, en pakt nu eindelijk zijn prijs

Tour de France De jonge renner Egan Bernal (22) is de eerste Colombiaan die de Tour de France wint. Steven Kruijswijk verzekert zich van de derde plaats. Eindelijk heeft hij zijn podiumplaats.

Steven Kruijswijk (midden) op weg naar de finish in Val Thorens. Links Geraint Thomas.
Steven Kruijswijk (midden) op weg naar de finish in Val Thorens. Links Geraint Thomas. Foto JEFF PACHOUD/AFP

Met nog elf kilometer en een beetje tot de streep in Val Thorens stapt Steven Kruijswijk voor het eerst in zijn carrière het podium van een grote ronde op, hij heeft er een decennium voor gevochten en naar verlangd. Virtueel eerst nog, de race is pas over op de meet, maar Julian Alaphilippe heeft het niet meer onderweg naar het gigantische skigebied, de Fransman is nu echt pierendood, hij verliest met elke pedaalslag meer terrein, zeker nu Laurens De Plus vooraan blijft doorbeuken. De Belg van Jumbo-Visma, een van de revelaties deze Tour, sleurt zijn kopman tien kilometer lang eigenhandig naar de derde plek in de Tour. Kruijswijk hoeft alleen maar te volgen, en dat is al pittig genoeg.

Hij kan op het laatst niet meer mee in het zog van Egan Bernal en Geraint Thomas, als zij versnellen op een steile strook die een maand gelegen nog bezaaid lag met grind, toen hij het parcours voor een laatste keer verkende. Zij worden één en twee. Kruijswijk moet ook Emanuel Buchmann laten gaan als het wegdek nog een allerlaatste keer aan 10 procent stijgt. Maar hij hoeft niet meer aan te zetten, de buit is binnen. Aan de finish glundert hij, de trots en ook de opluchting staat op zijn gezicht gebeiteld. Op zondag zal hij op het mooiste podium in de wielersport staan, die op de Champs-Élysées van Parijs.

Maar het moest nog wel even gebeuren in de twintigste etappe, die vanwege hevige regenval en modderstromen meer dan gehalveerd werd – er bleven nog slechts 59 kilometer over, in ruwweg twee uur moest hij veertig seconden tijdwinst zien te pakken op in elk geval Alaphilippe. Want bij de start in Albertville stond hij nog vierde, en dus met lege handen.

Egan Bernal viert na de finish van de voorlaatste etappe, in Val Thorens, de eindzege in de Tour.

Foto Christian Hartmann/Reuters

In het ultrakorte ritje moest Kruijswijk het doen zonder de beklimming van de Cormet de Roselend, die op vrijdagavond al onbegaanbaar was verklaard en waarop hij zijn rivalen normaal gezien al onder druk had kunnen zetten. Er zat niets anders op dan met een heel peloton over de N90 te vliegen, en dan de allerlaatste klim van deze Tour volledig te benutten in de strijd om die felbegeerde podiumplaats.

De mannen van Jumbo-Visma lieten er geen twijfel over bestaan. Aan de voet van de klim zetten ze een trein op kop alsof ze een massasprint aan het voorbereiden waren. Amund Grondahl Jansen deed een kilometer kopwerk, daarna Mike Teunissen, vervolgens joeg George Bennett tien kilometer lang het tempo de hoogte in, en daarna dus Laurens De Plus, toen de lucht steeds ijler werd. Die mannen zijn deze Tour hun gewicht in goud waard gebleken. Het ging zo hard dat niemand het in zich had om nog te demarreren. Strijdplan perfect geslaagd. De kopman zelf moest het alleen nog volhouden tot aan de streep. En dat moest van diep komen, zei hij na afloop.

Met geel had hij geen rekening meer gehouden, ook al stond hij slechts op een half minuutje. Egan Bernal was bergop te sterk gebleken, en Geraint Thomas eigenlijk ook, dat had hij een dag eerder al gevoeld in die knotsgekke rit die vanwege hagel en modder werd geneutraliseerd op de Col d’Iseran. Maar dat eerste podium ooit bleef wel binnen handbereik. En op zijn 32ste lukte dat dan eindelijk. „Ik ben er ontzettend blij mee”, zei hij tijdens de afsluitende persconferentie. „De opluchting is heel groot. Want ik ben ook de jongste niet meer.”

De topdrie in de Tour onderweg naar Val Thorens: Egan Bernal (links), Steven Kruijswijk (midden) en de Brit Geraint Thomas.

Foto Gonzalo Fuentes/Reuters

Want wat was hij er de laatste jaren vaak dichtbij geweest. Niemand is die duikelpartij in een sneeuwmuur vergeten, in de Giro van 2016. Hij reed in het roze, en zou de Giro gaan winnen. Het mocht niet zo zijn. „Ik heb ook weleens gedacht dat dat het dan was, dat het niet meer ging lukken. Vanochtend nog spookte het door mijn hoofd: ik zal er toch niet weer naast vallen. Maar ik ben in mezelf blijven geloven.”

Na die Giro kende hij een minder seizoen, maar vorig jaar werd hij vijfde in de Tour, en vierde in de Vuelta. „Ik doe altijd met de besten mee, maar je wil als sporter het maximale bereiken, dus je blijft verbeteren. De bewijsdrang naar mezelf was groot. Want ik wist dat ik dit kon.”

Hij heeft zijn prijs eindelijk te pakken.