Opinie

Stalinorgel

Tommy Wieringa

De kwestie van racisme op de Zwarte Cross speelde zich af langs vertrouwde lijnen. Stad en platteland, moralisme en incorrectheid, gekwetsten en daders, heilige verontwaardiging en relativering. Aanstichter was een gevierd rapper die, na zijn optreden, bij een foto van een bord met ‘Allah’s Afbakbar’ twitterde hoe schandalig hij zoiets vond. Gevoelige jongens, rappers. Principiële voorvechters van de godsdienstvrijheid ook, en altijd op de bres voor minderheden. Ook bij manifestaties tegen vrouwenonderdrukking en antisemitisme steevast vooraan. En het wasmiddel ‘Omo’ rijmt in hun teksten nooit op ‘homo’, het idee!

In een aanval van puriteinse smetvrees liet de rapper weten nooit meer op het festival te zullen optreden – ongewijde grond. Op sociale media was te lezen dat de gekwetsten niet helemaal onmondig waren: de strontboeren van de Zwarte Cross kregen er flink van langs.

In de Volkskrant schreef een bezoekster dat ze zo ontdaan was van de borden met satirisch bedoelde opschriften dat ze haar toevlucht had genomen tot een safespace, de gaybar, waar ze bijkwam van alle teksten die mensen uitsloten en opzettelijk kwetsten: het Stalinorgel van de identiteitspolitiek in vol bedrijf kortom.

Mij lijkt het dat humor of een poging daartoe juist dient als ventiel in een moderne, complexe multiculturele samenleving, waar de oorspronkelijke bevolking en grote groepen nieuwkomers met elkaar moeten leren samenleven. Dat de goede smaak daarbij soms verloren gaat, is onvermijdelijk.

Op hetzelfde moment was Mark Rutte op bezoek bij een echte racist, voor wie de lompe grollen op de Zwarte Cross kinderspel zijn. Opnieuw bracht Trump tijdens het bezoek de vier vrouwelijke Congresleden ter sprake, die momenteel het brandpunt vormen van zijn misogyne, racistische haat. Twee dagen voor Ruttes komst was hij juist uitgebarsten in een nieuw hoogtepunt in zijn toch al indrukwekkende schandrepertoire: „Waarom gaan ze niet terug om de totaal gebroken en door misdaad geïnfecteerde plaatsen waar ze vandaan komen te helpen opknappen. Dan kunnen ze terugkeren en ons tonen hoe het moet. Deze plaatsen hebben jullie hulp dringend nodig, jullie kunnen niet snel genoeg vertrekken.” Een ‘pleur op’ on speed. Je hoort er de vooraankondiging van deportatie in, ook al zijn drie van de vier van de bedoelde vrouwen in de VS geboren. Merk op hoe hij gaandeweg zijn delirium opschuift van ‘ze’ naar ‘jullie’ –Trump voert de ad hominem-politiek naar nieuwe hoogten – al is dat inmiddels de gewoonte bij alle etnopopulisten in de politiek.

En toen kwam Rutte op bezoek. Wederom begon Trump over de vier vrouwen. Wat er precies gezegd was, dat kon Rutte niet vertellen, zei hij na afloop: „Ik heb dat wel kort besproken, ja. Maar dat is echt een binnenlandse aangelegenheid. Wat we dan bespreken, daar kan ik ook echt niks over zeggen.” Dat klopt, want zijn reactie paste niet tussen aanhalingstekens. Hij zei namelijk niks. Wel had een commentator op de beelden gezien dat hij bij dat onderwerp enigszins ongemakkelijk op zijn stoel schoof. Hij had er jeuk aan, aan zijn geweten. Niets dan handelsbelangen en banen reciteerde zijn innerlijke stem. Wel vervelend alleen, die kriebel aan z’n krent.

Angela Merkel deed nog één keer voor hoe het moet: „Ik distantieer me hier volledig van en voel solidariteit met de aangevallen vrouwen.” Bij Merkel treedt momenteel tijdens officiële gelegenheden soms een onbedaarlijk sidderen op, te wijten aan ziekte, watertekort of spanningen – bij Rutte zit de siddering van binnen. Een bange man, pijnlijk om naar te kijken. Hij zweeg en schoof een beetje heen en weer op zijn stoel. Dat is wat er over is van Nederland gidsland: een premier met jeuk aan zijn gat.

Tommy Wieringa schrijft elke week een column op deze plaats.