Opinie

Een filter voor Facebook

Marc Hijink

Vijf miljard dollar. U en ik hebben het niet thuis liggen, maar Facebook kan de afkoopsom die de Amerikaanse toezichthouder FTC afgelopen week oplegde moeiteloos betalen. Het is de winst van één kwartaal, hooguit.

Deze schikking moet het sociale netwerk dwingen om beter te letten op apps die toegang krijgen tot gebruikersdata. De aanleiding is het Cambridge Analytica-schandaal: profieldata van 87 miljoen Facebook-leden, verkregen via een quiz-app, werden gebruikt om de Amerikaanse verkiezingen in 2016 te beïnvloeden. Het gaat te ver om Trumps overwinning alleen aan Facebooks laksheid te wijten. Maar dankzij Cambridge Analytica werd wel duidelijk hoe slordig Facebook omging met zijn 2,4 miljard gebruikers.

Een externe privacycommissie gaat dat voortaan controleren. Oprichter Mark Zuckerberg heeft nu persoonlijk getekend voor het naleven van de privacyvoorwaarden. Wel bezit hij het merendeel van de stemgerechtigde aandelen, waardoor hij greep houdt op wie hem controleert.

Facebook gaat het ‘rigoureus’ anders doen, belooft Zuckerberg. Beleggers haalden hun schouders op. De beurskoers nadert een recordhoogte. Aan Facebooks inkomstenbron – consumentendata verzamelen en die rangschikken voor adverteerders – verandert deze deal immers niets.

De schikking met de FTC is symptoombestrijding. Facebook gaat zorgvuldiger filteren wie toegang krijgt tot gebruikersdata. Maar het bedrijf zet geen rem op de informatie die het verzamelt. Alles wat er op Facebook gebeurt, wordt gelogd. Alle data worden opgezogen, ook het overschot van ogenschijnlijk irrelevante gegevens. Omdat die ooit van pas kunnen komen om nog nauwkeuriger te voorspellen hoe we ons gaan gedragen.

Die term ‘data-overschot’ komt uit The Age of Surveillance Capitalism, een wat stram geschreven boek van Shoshana Zuboff waarbij ik al drie maanden heerlijk in slaap val. Terwijl haar boodschap zo alarmerend is: bedrijven als Google, Amazon en Facebook hamsteren zoveel mogelijk data om hun voorspellende software fijn te slijpen. De concentratie van zoveel persoonlijke gegevens op één plek is gevaarlijk. Dat bleek maar weer eens bij Cambridge Analytica.

Uit intern onderzoek van Facebook – maar wie om zich heen kijkt, ziet het zelf ook – blijkt dat het delen van berichten via WhatsApp en Instagram ten koste gaat van delen via Facebook. De ‘blauwe app’ wordt minder relevant. Voordat de datastroom opdroogt, wil Facebook zijn dochternetwerken Instagram en WhatsApp achter de schermen met elkaar koppelen. Dat zou Facebook onontkoombaar maken, ook voor mensen die het netwerk helemaal niet willen gebruiken.

Facebooks echte beproeving moet nog beginnen. Er wacht een mededingingsonderzoek, die het samensmelten met Instagram en WhatsApp kan verbieden. De nieuwe externe privacycommissie zou indruk maken als ze Zuckerberg weten te overtuigen dat deze koppeling met WhatsApp en Instagram bij voorbaat geen goed idee is. Maar die kans acht ik klein.

De krachtigste rem op Facebook is de gebruiker zelf. Die kan de datakraan dichtdraaien, in de privacyopties. En als we straks op de OK-knop moeten drukken om te accepteren dat Facebook, Instagram en WhatsApp gekoppeld worden, zouden 12 miljoen Nederlanders uit principe WhatsApp moeten opzeggen.

Veel sterkte alvast gewenst, voor u en al uw appgroepen.

Marc Hijink vervangt Marike Stellinga tijdens haar vakantie.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.