De fantasierijke Lydia Eiselin-Tierie (1939-2019) maakte vrijwel alles tot een spel

De Laatste Bladzijde In deze rubriek elk weekeinde een necrologie van iemand die recent is overleden. De fantasierijke Lydia Eiselin-Tierie (1939-2019) maakte vrijwel alles tot een spel.

Lydia Eiselin-Tierie, met haar tweeling Sanne en Judith, 1970
Lydia Eiselin-Tierie, met haar tweeling Sanne en Judith, 1970

Als meisje wilde Lydia Eiselin-Tierie twee dingen worden: bruid of kerstboom. Versieren en versierd worden, daar draaide het om bij haar. Het ging vanzelf: ze verzon liedjes en verhaaltjes, ze knutselde, speelde met haar poppen en verfraaide het leven desnoods met een leugentje. Als tiener beschreef ze in haar dagboek hoe de buurjongen elke avond via de dakgoot naar haar kamer kwam kruipen. „Zo, komt-ie nog vanavond?” plaagde haar vier jaar oudere broer Stijn een keer aan tafel – door zijn indiscretie lag haar verzinsel opeens open en bloot.

Maar wat kon het kwaad? Lydia’s moeder Helma van Vloten kwam uit een voornaam milieu, maar ze was een vrije geest. „Onze ouders brachten ons verantwoordelijkheidsgevoel en respect voor anderen bij, maar aan keurig gedoe deden ze niet. We zeiden ‘je’ en ‘jij’”, vertelt Lydia’s zes jaar oudere zus Lies. „Lydia botste soms heftig met mijn moeder, maar dat werd altijd uitgepraat. Ruzie was niet erg, als je het maar weer goedmaakte.” Die vrije omgang met emoties zou Lydia later aan haar eigen kinderen doorgeven.

Lydia volgde montessorionderwijs: eerst in haar geboortestad Den Haag, en vanaf 1951 in Haarlem, waar het gezin naartoe verhuisde toen vader Pim Tierie als gepromoveerd scheikundige werd aangesteld als directeur van de Keuringsdienst van Waren. De Middelbare Meisjesschool in Elswoud doorliep Lydia „flierefluitend”, vertelt Lies. „Ze was altijd dingen aan het maken. Helaas zakte ze voor het toelatingsexamen van de kunstnijverheidsschool – achteraf was ze daar natuurlijk geknipt voor.” Het werd de bibliotheekopleiding in Amsterdam, na een jaar als au pair in Engeland.

Onze ouders brachten ons verantwoordelijkheidsgevoel en respect voor anderen bij, maar aan keurig gedoe deden ze niet

Leeftijdgenoot Ferrie Eiselin, die met weinig enthousiasme Nederlands studeerde en prachtig piano kon spelen, ontdekte Lydia achter de balie van muziekbibliotheek Donemus, waar ze na haar opleiding ging werken. Zij vond hem eerst wat saai, maar toen hij zijn bladmuziek bij haar thuis kwam inleveren raakte het aan. Ze trouwden in 1963. Ferrie werkte inmiddels als verslaggever bij De Telegraaf, wat het jonge stel naar Londen en Hamburg bracht. Een steeds vuriger gewenste zwangerschap bleef de eerste jaren uit, totdat het in 1970 dubbel raak bleek: na 7,5 maand beviel Lydia eerst van één, en toen tot haar verrassing van nóg een meisje. Sanne en Judith werden de spil van een levendig gezin, dat naar Den Haag verhuisde toen Ferrie politiek verslaggever werd voor Het Parool. Hij vervolgde met een baan bij Trouw.

Lydia Eiselin-Tierie met haar man

„Met mijn moeder werd alles luchtig en speels”, zegt Sanne. „Het was nooit saai. Een uitje naar de bakker was aanleiding voor een heel verhaal.” Judith: „Onze huisdieren waren volwaardige gezinsleden: de poes had een eigen krukje, en toen het konijn alle kruiden uit een speciaal gemetselde bak opat, was dat zijn ‘winkeltje’.”

De tweeling werd vrij opgevoed, volgens het montessori-motto ‘Leer mij het zelf te doen’. Als vrijwilliger van de Speel-o-theek, waar kinderen uit kansarme gezinnen speelgoed konden lenen, kreeg Lydia de kans om in lezingen haar ideeën over ‘goed spelen’ uit te dragen: het beste speelgoed was niet ‘af’, maar liet ruimte voor fantasie. Zo ontwikkelde ze ook haar eigen poppenkast, ‘Spelement’: pollepels, een fluitketel met een bril op, een bezem, alles kon tot leven worden gewekt.

Na een eerste voorstelling op een buurtfeest in 1976 werd Annemarie Baronner Lydia’s vaste assistent. „Lydia was de baas”, vertelt ze. „Zij was de motor. Het oerverhaal van Spelement kwam van haar, over een prinsesje dat niet kan spelen totdat de pollepels Pol en Schep Op het haar leren. Ik kwam elke week bij Lydia langs en dan werkten we aan onze act. Carla Schutte en Jos van Herpen kwamen erbij ter versterking. We werden gevraagd op scholen en buurthuizen en de speelgoedafdeling van V&D, waar men ook het ‘goede spelen’ wilde promoten. We waren amateurs, we werkten tegen een kleine vergoeding, maar het was heel serieus. Bij schooloptredens was Lydia enorm zenuwachtig of we wel op tijd zouden komen.”

Vanaf de jaren negentig leefde Lydia met Ferrie in een groot huis in, opnieuw, Haarlem. Er kwamen kleinkinderen, vijf in totaal, met wie ze weer naar hartenlust kon spelen en verzinnen. De laatste jaren had ze een rollator nodig en werden trapliften in huis bevestigd, maar ze was trots dat ze desondanks zoveel mogelijk zelf liep. Op klaarlichte dag werd dat haar fataal: ze verstapte zich en viel. Sanne, Judith en Ferrie blijven beduusd achter. „Ik heb nog niet veel tijd gehad om echt te rouwen”, zegt Judith. „Maar toen ik laatst met de trein Haarlem binnenreed voelde ik opeens haar enorme afwezigheid. Wat een leuke moeder hadden we.”