Recensie

Recensie Beeldende kunst

Van militair fort tot vrijplaats voor de kunsten

Tentoonstelling Sinds 9/11 was de Amerikaanse ambassade in Den Haag veranderd in een vesting. Nu de ambassade is verhuisd, biedt het gebouw van Marcel Breuer onderdak aan kunstinstelling West.

De opening van West Den Haag in de voormalige Amerikaanse ambassade op 16 februari 2019. Het gebouw uit 1959 is ontworpen door ‘Bauhaus’ architect Marcel Breuer
De opening van West Den Haag in de voormalige Amerikaanse ambassade op 16 februari 2019. Het gebouw uit 1959 is ontworpen door ‘Bauhaus’ architect Marcel Breuer

De Amerikaanse ambassade in Den Haag, gebouwd in 1959, moest een symbool zijn van openheid, van individuele vrijheid, en van internationale culturele en maatschappelijke uitwisseling. Daarmee was het gebouw een instrument in de Amerikaanse Koude Oorlog-strategie. Na de Tweede Wereldoorlog hadden de VS, als onderdeel van het Marshallplan, een bouwprogramma van ambassades in gang gezet dat uitdrukking zou geven aan de verbintenis van Amerika met landen die mogelijk door het opkomend communisme werden bedreigd.

In 1956 had de Amerikaans-Hongaarse architect Marcel Breuer (1902-1981) de opdracht gekregen om de ambassade te ontwerpen. Breuer, die in de jaren twintig les had gegeven aan het Bauhaus in Weimar, was in 1937 vanwege zijn joodse afkomst naar Amerika geëmigreerd. Het was niet Breuers eerste opdracht in Nederland: in 1953 had hij de Bijenkorf in Rotterdam ontworpen.

Op 3 maart 1945 was het gebied rond het Bezuidenhout abusievelijk door de geallieerden gebombardeerd. Het eigenlijke doel was het noordelijker gelegen Haagse Bos, waar Duitse V-2 raketten stonden opgesteld. De moderne ambassade verrees op de plek waar een hotel en restaurant hadden gestaan. Het was een buitenbeentje aan het deftige Lange Voorhout, gelegen tussen Paleis Lange Voorhout, de Koninklijke Schouwburg en Hotel des Indes.

Opgegroeid in Den Haag herinner ik mij hoe het lichtgekleurde, monumentale, geometrische gebouw, met zijn merkwaardige raster van trapeziumvormige ramen en met prefab gevelelementen van gegroefde kalksteenplaten, een belofte van andere vergezichten in zich hield dan de traditionele panden aan het plein. Zonder kennis van het Amerikaanse politiek-ideologische programma, voelde ik als kind iets van het modernistische vrijheidsideaal dat Breuer gestalte had gegeven.

En toen gebeurden de aanslagen van 9/11. De ambassade veranderde in een militair fort, eerst omringd door een metershoog hek, later met nog een tweede hek op afstand om het eerste heen. Nieuwe Amerikaanse veiligheidsvoorschriften bepaalden een standaard afstand van dertig meter tot omliggende straten en gebouwen. Rondom stonden zwaarbewapende militairen, mitrailleurs in de aanslag. In plaats van symbool van vrijheid werd de ambassade het symbool van angst. Den Haag was voortaan een stad met midden in het hart een imperialistische oorlogszone.

Tot grote opluchting van iedereen is de Amerikaanse ambassade anderhalf jaar geleden verhuisd naar Wassenaar. Het pand van Breuer is door de Amerikansen verkocht aan de gemeente Den Haag. Hekken en militairen zijn verdwenen, het fraaie plein met zijn hoge bomen behoort opnieuw toe aan de stad. Sinds kort nodigen plantenbakken en koperen paaltjes met dikke koorden het passerend publiek uit om naar binnen te komen. Hier huist nu, althans voorlopig, West.

West is een kleine Haagse kunstinstelling die sinds een jaar of tien spraakmakende tentoonstellingen van internationale hedendaagse kunst organiseert. West is in de voormalige ambassade, door hen Paleis van Verbeelding, genoemd, onmiddellijk aan de slag gegaan met een ambitieus programma van exposities, debatten en symposia.

Totaalkunstwerk

Wie het gebouw binnengaat, stapt regelrecht in een tijdscapsule. Een groot deel van het oorspronkelijke interieur is bewaard gebleven. Breuer was niet alleen architect, maar ook interieur- en meubelontwerper. De ambassade was door hem opgevat als een totaalkunstwerk. In de voormalige bibliotheek staan boekenkasten van Breuer, van donker kersenfineer. Op veel plekken in het gebouw is nog de originele houten lambrisering te vinden, ook de stoffering is hier en daar origineel. Op verschillende plekken staan stoelen, tafels en lampen van de hand van de architect. Het fraaie auditorium, met een typisch jaren vijftig interieur, is door West opnieuw als auditorium in gebruik genomen.

Breuers ontwerp voorzag in open corridors en lange zichtlijnen naar auditorium, bibliotheek en ontvangstruimte, alles om de openheid van de culturele dialoog te benadrukken. Na 9/11 werden dikke kogel- en brandwerende stalen deuren aangebracht, die Breuers zichtlijnen doorbreken. De elektronische sloten zijn door West uit de deuren gehaald, met enige kracht kan de bezoeker ze openduwen. En nu kan je ook van binnenuit door de trapeziumvormige ramen kijken naar het Lange Voorhout.

Tehching Hsieh, One Year Performance 1981-1982

Een van de eerste projecten van West in de ambassade is een compacte tentoonstelling van de Taiwanese performancekunstenaar Tehching Hsieh (1950). Een toepasselijke keuze, want Hsieh kwam in 1974 als illegale immigrant naar de VS en woonde veertien jaar lang illegaal in New York. Hij beoefent een extreme vorm van performancekunst, waarbij geen onderscheid tussen kunst en leven gemaakt meer kan worden. Hsieh omschrijft zijn werk/manier van leven als ‘wasting time and free thinking’.

De tentoonstelling, die een jaar lang te zien is, toont twee vroege projecten van Hsieh, die beide een jaar lang duurden. Tijdens One Performance 1980-1981 stempelde Hsieh een jaar lang ieder uur een tijdkaart af in een prikklok, in totaal 8760 keer. Hij is gekleed in een keurig gestreken uniform, met zijn naam en een personennummer op het borstzakje van zijn overhemd. Het proces legde hij in grafieken vast, inclusief de keren dat hij de prikklok miste. Voor de One Year Performance 1981-1982 woonde Hsieh een jaar lang, zonder enige bescherming, op straat. Foto’s tonen hem met een rugzakje in New York, op plattegronden van Manhattan tekende Hsieh nauwgezet de routes die hij liep. Het is aangrijpend om Hsieh’s werk in deze historisch beladen omgeving te zien.

Museumkwartier

Het is nog niet bekend wat er verder met de ambassade gaat gebeuren. Het gebouw is opgenomen in het Beschermingsprogramma Wederopbouw 1959-1965, waar nog zo’n negentig objecten in zitten, zoals het Evoluon in Eindhoven en de Stormvloedkering Hollandse IJssel. De gemeente Den Haag wil dat de ambassade onderdeel wordt van het Museumkwartier, samen met onder meer het Mauritshuis, Museum Bredius en Museum Meermanno. Het Gemeentemuseum wil er graag een Eschermuseum vestigen. Het zou een briljante zet zijn als het gebouw een permanente plek voor de hedendaagse kunst zou worden. Zo’n plek heeft Den Haag immers niet, sinds het GEM geen rol van betekenis meer speelt.

West zou het liefste zien dat de ambassade, ooit gebouwd voor de openheid, een daadwerkelijke plek voor culturele uitwisseling zou worden, met een gecombineerd programma van tentoonstellingen, festivals, lezingen en conferenties. Want zo’n centrum, vergelijkbaar met de Balie of de Tolhuistuin in Amsterdam, heeft Den Haag evenmin. Dat lijkt een uitstekend plan. De ambassade belichaamt een complexe recente geschiedenis en een veranderend perspectief op politieke verhoudingen en is daarmee een belangrijk deel van ons cultureel erfgoed. Hier, in een gebouw met deze geschiedenis en op een steenworp afstand van het Torentje en het centrum van de macht, zijn hedendaagse kunst en cultuur thuis.