‘Klimaatcrisis’: grote woorden, kleine daden

Overheidsaanpak klimaat Honderden landen, provincies en steden hebben een ‘klimaatcrisis’ of ‘klimaatnoodtoestand’ uitgeroepen, maar ze gaan vervolgens niet over tot actie. Sterker: ook de meest radicale klimaatactivisten pleiten zelden voor een ingrijpende overheidsaanpak, signaleert klimaatredacteur Paul Luttikhuis.

De Britse klimaatactiegroep Extinction Rebellion protesteerde deze maand bij de Royal Courts of Justice in Londen.
De Britse klimaatactiegroep Extinction Rebellion protesteerde deze maand bij de Royal Courts of Justice in Londen. Foto Peter Nicholls / REUTERS

In Londen werd woensdag nog net geen „nationale noodtoestand” uitgeroepen vanwege de warmte. Met temperaturen boven de 35 graden liepen ouderen, zieken en baby’s weliswaar extra risico, maar voor gezonde mensen wordt extreme hitte pas gevaarlijk als die zeer lang duurt. In New York aarzelde burgemeester Bill de Blasio vorige week niet. Hij riep een hitte-noodtoestand uit omdat de temperatuur boven de 40 graden Celsius dreigde te komen. „Als u niet naar buiten hoeft, blijf dan binnen in een gekoelde ruimte”, waarschuwde de Emergency Management Commissioner van de stad. Een maand eerder had de New Yorkse gemeenteraad al in een motie vastgelegd dat er – ook zonder hittegolf – sprake is van een klimaatcrisis.

New York staat niet alleen, honderden steden, provincies en landen deden de afgelopen maanden hetzelfde. Mede onder druk van klimaatactivisten van Extinction Rebellion, die delen van Londen dagenlang platlegden met demonstraties, was er in het Britse Lagerhuis op 1 mei ruime steun voor een motie van de oppositie over de klimaatcrisis. Milieuminister Gove beloofde een ‘burgercomité’ in het leven te roepen – ook een eis van Extinction Rebellion – om de overheid te adviseren. Die adviezen zullen niet bindend zijn. Want stel je voor dat het comité tot de conclusie komt dat uitbreiding van luchthaven Heathrow in strijd is met de bescherming van het klimaat.

Leden van Extinction Rebellion buiten het Northcliffe House in Londen, waar verschillende media zijn gevestigd.

Foto Neil Hall/EPA

Krachtig symbool

Je ziet dat vaker als het over klimaat gaat. Grote woorden, gevolgd door kleine daden. Zo leidt de ‘klimaatnoodtoestand’ in Parijs (sinds 9 juli) niet tot het aan banden leggen van het autoverkeer. De elektriciteit is niet op de bon en de feeërieke, maar onnodige verlichting van de Eiffeltoren is niet gedoofd. Wel komt er een ‘klimaatacademie’ die burgers nog beter gaat voorlichten.

In Canada diende de regering zelf een motie in voor een klimaatnoodtoestand. Maar een dag later gaf premier Justin Trudeau toestemming voor de uitbreiding van de Trans Mountain-pijpleiding, die vuile teerzandolie van Alberta naar de Canadese westkust moet transporteren zodat die gemakkelijker naar Azië geëxporteerd kan worden.

Amsterdam had in Nederland de primeur van het uitroepen van de klimaatcrisis. Volgens Sylvana Simons, fractievoorzitter van BIJ1, betekent de klimaatcrisis „nu al het einde van de levenswijze en levens van vele jonge mensen”. Onder meer Haarlem en Utrecht hebben het Amsterdamse voorbeeld gevolgd. „We doen wat moreel gezien van ons verwacht mag worden”, zei raadslid Maarten van Heuven van de Partij voor de Dieren, die het initiatief nam.

Volgens Van Heuven is het geen leeg symbool om de klimaatcrisis uit te roepen, ook al ontbreken juridische consequenties. „Vergelijk het met het ophangen van een regenboogvlag of de tekst van artikel 1 van de Nederlandse grondwet bij het Utrechtse stadskantoor”, zegt hij. „Ook dat zijn krachtige symbolen, zonder dat er direct maatregelen op volgen. De overheid laat hiermee zien dat ze de zorgen van burgers over klimaatverandering serieus neemt.”

Humanitaire catastrofe

Veel klimaatactivisten gaat dat lang niet ver genoeg. In een opiniestuk in Het Parool leggen drie activisten van de Nederlandse tak van Extinction Rebellion uit dat de klimaatcrisis veel verder reikt dan „banenverlies en torenhoge schulden of […] vluchtelingenroutes en asielzoekersquota: we praten over grootschalige sociaal-maatschappelijke ontwrichting, honger, conflicten en uitsterving. Anders gezegd, we praten over een noodtoestand en een humanitaire catastrofe.” Dat vereist, schrijven de drie, een enorme mobilisatie van mensen en middelen.

Ook een resolutie van de linkse Democraten Bernie Sanders en Alexandria Ocasio-Cortez in het Amerikaanse Congres vraagt om een „nationale, sociale, industriële en economische mobilisatie van hulpbronnen en arbeid” om het klimaat te herstellen voor toekomstige generaties.

Voor de haalbaarheid van zo’n maatschappelijke mobilisatie wordt vaak verwezen naar de Tweede Wereldoorlog. In februari 1942 liet president Roosevelt de productie van auto’s volledig stilleggen. Drie jaar lang werden in autofabrieken alleen nog vliegtuigen, jeeps, tanks en ander oorlogsmaterieel gemaakt. Als zoiets mogelijk is in oorlogstijd, moet dat ook kunnen als de aarde en de hele mensheid ernstig worden bedreigd door klimaatopwarming, is de redenering.

Ecomodernisme

Ted Nordhaus, directeur van het Amerikaanse Breakthrough Institute, schreef een fascinerend essay over wat hij noemt ‘Het lege radicalisme van de klimaatapocalyps’. Nordhaus is medebedenker van het ‘ecomodernisme’, een stroming die zorgen over klimaatverandering relativeert in het vertrouwen dat technologische innovatie ons op tijd zal redden. Hij begint zijn essay met een fictief verhaal, over een Amerikaanse president die wordt gekozen nadat het land in korte tijd is geteisterd door een aantal grote klimaatrampen. De president roept de noodtoestand uit en neemt meteen een hele reeks drastische maatregelen.

Iedere burger krijgt een koolstofbudget, maximaal één tank benzine per maand en een gerantsoeneerde hoeveelheid gas of stookolie. De president nationaliseert de elektriciteitssector. Hij roept een National Renewable Energy Corporation in het leven om binnen tien jaar 60 procent van de energievoorziening te verduurzamen, en een National Nuclear Energy Corporation die ervoor moet zorgen dat de overige 40 procent tegen die tijd met kernenergie wordt opgewekt. Ook de autoindustrie wordt genationaliseerd en krijgt de opdracht binnen drie jaar alleen nog elektrische auto’s te produceren.

Internationaal eist Nordhaus’ fictieve klimaatpresident ook belangrijke maatregelen. In overleg met zijn Europese partners wil hij de NAVO ombouwen tot een organisatie voor wereldwijde klimaataanpassing. Een Marshall-plan moet arme landen helpen hun energievoorziening te vergroenen en die landen tegelijk minder kwetsbaar maken voor de gevolgen van klimaatverandering.

Je kunt er lacherig over doen, maar als er werkelijk sprake is van een noodtoestand en de wereld nog maar enkele decennia (volgens sommigen zelfs minder dan tien jaar) heeft om het tij te keren, zijn zulke maatregelen heel logisch.

Nordhaus zelf denkt niet dat het ooit zo ver zal komen. En dat ligt volgens hem zeker niet alleen aan de tegenstanders van klimaatbeleid. Dat die niets zien in dit soort vergaande acties, ligt voor de hand. Velen van hen beschouwen zelfs bescheiden maatregelen om bedrijven te laten betalen voor de uitstoot van broeikasgassen al als een verkapte vorm van socialisme.

Wittefietsenplan

Maar, schrijft Nordhaus, zelfs radicale klimaatactivisten hoor je zelden pleiten voor zo’n ingrijpende, door de overheid gestuurde aanpak. Dat heeft volgens hem te maken met de geschiedenis van de milieubeweging. Die is in de jaren ’60 en ’70 ontstaan uit verzet tegen consumentisme en toenemende industrialisering, tegen grootschalige infrastructuur en technologie. Milieuactivisten geloofden in lokale oplossingen, in biologische landbouw. Ze verzetten zich tegen genetisch gemanipuleerde gewassen en moesten niets hebben van kernenergie.

In Nederland zag je de hang naar een kleinschalige economie bijvoorbeeld bij het wittefietsenplan van Provo in Amsterdam in de jaren 60, bij De Kleine Aarde in Brabant, een in 1972 opgericht centrum dat een alternatief wilde bieden voor de consumptiemaatschappij, en nog later in de massale demonstraties tegen kernenergie.

Lees ook: Radicale ideeën om het kapitalisme te vernieuwen

Die kleinschalige aanpak is volgens Nordhaus ongeschikt om klimaatverandering te bestrijden. Veel klimaatactivisten leggen de schuld van de opwarming van de aarde bij falend kapitalisme, dat niet bereid is milieukosten in de prijs mee te nemen, en uit de hand gelopen neoliberalisme, dat bedrijven veel te veel vrijheid geeft. Juist die afkeer van het neoliberale kapitalisme maakt het voor hen – volgens Nordhaus – bijna onmogelijk te geloven in grootschalig, gecentraliseerd en technocratisch ingrijpen dat past bij een serieuze crisis die alleen nog op zeer korte termijn kan worden opgelost.

„Het resultaat is een radicalisme dat een technologische oplossing [technofix] aanvalt, maar tegelijkertijd 100 procent duurzame energie eist, dat technocratie afwijst maar wel met ongekende snelheid en op ongekende schaal technocratische oplossingen eist. Het benadrukt dat kapitalisme en technologie het probleem vormen en niet de oplossing voor onze hachelijke situatie, maar ontdaan van de slogans en de retoriek eisen de meeste milieuactivisten […] in principe een kapitalisme met CO2-regulering en heel veel windmolens.”

Niets mis mee, maar met een passende reactie op een serieuze noodtoestand heeft dat weinig te maken.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.