Olieprijs geeft geen krimp - dan blijft een recessie nog even uit

Iran-conflict De Straat van Hormuz is de drukste olieroute ter wereld. Toch leiden de vijandigheden daar tot nu toe niet tot enorme schommelingen in de olieprijs. Hoe kan dat?

Olietankers in de Straat van Hormuz. Vorige week confisqueerde Iran er een olietanker onder Britse vlag.
Olietankers in de Straat van Hormuz. Vorige week confisqueerde Iran er een olietanker onder Britse vlag. Foto Hamad I Mohammed/Reuters

De wereld is in beweging, maar de olieprijs staat nagenoeg stil. Al twee maanden lang schommelt de koers van Brent-olie tussen de 60 en 67 dollar per vat. En dat onder geopolitieke omstandigheden die vroeger nogal eens wilden leiden tot prijsschommeling van tientallen dollars.

Vorige week confisqueerde Iran de Stena Impero, een olietanker onder Britse vlag, in de Straat van Hormuz, nadat de Britten een Iraanse tanker bij Gibraltar hadden gestopt. De Amerikanen schoten in de Straat van Hormuz een Iraanse drone neer, nadat de Iraniërs hetzelfde hadden gedaan met een Amerikaanse. Eerder werden, vermoedelijk door Iran, olietankers beschadigd.

De Straat van Hormuz is de drukste olieroute ter wereld. Door deze zuidelijke poort uit het Midden-Oosten worden dagelijks zo’n twintig miljoen vaten olie vervoerd, aldus het Internationaal Energie Agentschap (IEA), dat onder meer de productie en consumptie van olie bijhoudt en voorspelt. Dat is ongeveer een vijfde van de mondiale olieconsumptie.

Het door de Amerikanen vorig jaar opgezegde akkoord tussen het Westen en Teheran over de beheersing van de nucleaire ontwikkeling van Iran is de directe aanleiding voor de vijandigheden. Nu het Witte Huis met sancties probeert de Iraanse olie-uitvoer vrijwel volledig te stoppen, lijkt een openlijk conflict niet ver.

Alleen al de dreiging van een verstoring van de route door de Straat van Hormuz zou een fors prijseffect moeten hebben. Toch geeft olie geen krimp. De prijs ging de afgelopen twee maanden al af en toe 1 à 2 procent omhoog, daalt dan weer en kabbelt rustig verder. Alsof geopolitieke spanningen er geen vat op hebben.

Op de oliemarkt is de meest gehoorde verklaring dat twee invloeden op de olieprijs elkaar op dit moment in balans houden: de verhoudingen op de oliemarkt zelf, die negatief zijn voor de prijs. En de geopolitieke risico’s, die de prijs sterk kunnen opdrijven. Dit evenwicht lijkt labiel. Dat betekent dat een kleine verstoring de olieprijs kan doen kelderen of juist laten exploderen.

Voldoende voorraden

De marktverhoudingen zijn negatief voor de olieprijs. Op dit moment is sprake van een lichte overproductie. Het Internationaal Energie Agentschap liet deze week weten dat er voldoende olie in voorraad is om een verstoring van de aanvoer door de Straat van Hormuz aan te kunnen.

Omdat de productie van olie dit jaar hoger is dan de consumptie, zijn de handelsvoorraden dagelijks met 900.000 vaten gegroeid tot 2,9 miljard vaten. Daarbovenop komen de noodvoorraden die de bij de IEA aangesloten landen aanhouden. Dat is nog eens 1,55 miljard vaten aan strategische reserves, plus 650 miljoen vaten die in nood snel kunnen worden vrijgegeven. Samen zijn al deze voorraden goed voor zo’n twee maanden mondiale olieconsumptie, die iets meer dan 100 miljoen vaten per dag bedraagt.

Op de korte termijn lijkt de markt dus bestand tegen milde schokken. De risico’s voor de olieprijs bevinden zich eerder aan de onderkant: een afnemende groei van de wereldeconomie kan tijdelijk zorgen voor minder vraag naar olie.

Door de Straat van Hormuz vaart ongeveer een vijfde van de mondiale olieconsumptie

Op de langere termijn veranderen de verhoudingen sterk. De introductie van schaliewinning in de Verenigde Staten heeft geleid tot een ware renaissance van de Amerikaanse olie-industrie. De VS zijn Saoedi-Arabië al voorbij als grootste olieproducent van de wereld. In 2021, schat het IEA, worden de VS ook de grootste olie-exporteur van de wereld.

Dat heeft forse prijseffecten. China en India blijven zorgen voor een groeiende vraag naar olie. En hoewel autobenzine niet meer de groeimarkt is die het eens was, maakt de vraag naar bijvoorbeeld kerosine voor vliegtuigen en olie voor plastics dat meer dan goed. Maar tegenover die vraag staat een eveneens groeiend aanbod. De Amerikaanse schalieproducenten zijn ook hier cruciaal. In 2010 haalden zij nog vrijwel geen olie boven de grond. Begin dit jaar waren dat al meer dan 7 miljoen vaten per dag: een veertiende van de mondiale consumptie. Elke prijsstijging van olie wordt in de kiem gesmoord door een toename van de schalieproductie in de VS. Voor elke tien dollar die olie duurder wordt in de scenario’s van het IEA (tot 2024), produceren de Amerikaanse schalieboeren een miljoen vaten meer. Dat zet een deksel op elke prijsstijging.

Touwtrekken met OPEC

Dit betekent onder meer dat Saoedi-Arabië de regie over de olieprijs, die het decennialang had, dreigt kwijt te raken – als dat al niet het geval is. Het touwtrekken om de olieprijs tussen de Amerikaanse schalie-industrie en OPEC, de organisatie van voornamelijk Arabische olie-exporterende landen, is nu meer dan vijf jaar aan de gang. Begin dit jaar besloot OPEC, samen met onder meer Rusland en Kazachstan die sinds 2016 informeel bij de club zijn aangesloten, tot een productiebeperking met 1,2 miljoen vaten per dag. En nog vorige maand werd in de wandelgangen van de G20 in Osaka besloten de beperking tot ten minste begin volgend jaar vol te houden.

Veel OPEC-landen hebben een hoge olieprijs nodig om financieel uit te komen. De zogenoemde break-evenprijs, de olieprijs die nodig is om geen begrotingstekort op te lopen, wordt door het Internationaal Monetair Fonds berekend. Voor Saoedi-Arabië is die prijs ruim 85 dollar per vat. Dat is ver boven de huidige prijs van ruim 63 dollar op vrijdag. Bahrein en Oman hebben een nog hogere prijs nodig. Qatar, Koeweit, de Verenigde Arabische Emiraten en Irak kunnen nét leven met de huidige olieprijs. Voor Rusland wordt de break-evenprijs geschat op 50 tot 60 dollar per vat. Iran daarentegen heeft volgens het IMF een olieprijs van 125 dollar nodig – als het al zou kunnen exporteren.

De huidige olieprijs kan worden gezien als een broze patstelling. Het IMF liet deze week weten dat de ontwikkeling van de wereldeconomie precair is, maar nog steeds positief. Een schok zou dat flink kunnen verstoren. En olie is een goede kandidaat. De prijs van ruwe olie is nog steeds een van de belangrijkste variabelen voor de wereldeconomie. Het aandeel van olie in de mondiale energievoorziening is de afgelopen decennia weliswaar afgenomen, van 46 procent in 1973 tot 32 procent in 2016, maar nog steeds wordt dus in een derde van ’s werelds energiebehoefte voorzien door olie en olieproducten.

Ondanks alle risico’s, van handel tot oorlog, houdt de wereldeconomie zich vrij goed, stelde het IMF

Oliepiek en recessie

Niet zelden ging in het verleden een forse stijging van de olieprijs vooraf aan een westerse recessie. De eerste oliecrisis, van begin jaren zeventig, werd gevolgd door economische krimp. De tweede oliecrisis, van 1980, eveneens. De prijsstijging van olie, van 16 naar ruim 39 dollar per vat, leidde daarna tot een recessie in de VS en Europa.

De krimp van begin deze eeuw, die volgde op het spatten van de internetzeepbel op de beurs, werd eveneens voorafgegaan door een verdrievoudiging van de olieprijs: tot 31 dollar in juni 2000. En er was, als laatste voorbeeld, de prijsstijging van olie van 61 dollar naar 140 dollar per vat in juni 2008, luttele maanden voor het uitbreken van de financiële crisis. Hoewel de kracht van het oorzakelijk verband tussen een oliepiek en een recessie van tijd tot tijd kan verschillen, volgen de twee verschijnselen elkaar vrijwel altijd op.

Dat kan een ander licht werpen op president Trumps weigering het neerhalen van de Amerikaanse drone door Iran te vergelden. Hij zei op 21 juni, na het incident, dat bij vergelding zo’n 150 Iraanse doden zouden vallen en dat die prijs te hoog was. Maar dat het Witte Huis er van af zag om het conflict te laten escaleren, kan ook te maken hebben met economisch management. De Amerikaanse economie is bezig met zijn langste expansie ooit gemeten: 121 maanden sinds medio 2009. Het is begrijpelijk dat Trump de economische opgang in het komende verkiezingsjaar 2020 intact wil houden.

Het oude paard van de conjunctuur kreeg in de VS al een stimulerende spuit met de grootschalige belastingverlaging die vorig jaar inging. Dat effect raakt langzamerhand uitgewerkt. De Amerikaanse regering dringt al een half jaar openlijk aan op een renteverlaging door de centrale bank, om de conjunctuur te blijven steunen. Die rentestap komt er, waarschijnlijk al volgende week. Maar een hevige stijging van de olieprijs kan roet in het gooien. Het kan reden zijn voor Trumps terughoudendheid om een nieuwe militaire stap te zetten in het conflict met Iran. Dat is een van de weinige troeven die Teheran in handen heeft, en die het nu kennelijk uitspeelt.