Opinie

Een satirische column wordt echt niet leuker door er ‘satire’ bij te zetten

De ombudsman

Soms gaat geschiedenis heel snel, vooruit of achteruit. De „tot slaaf gemaakte” die ik tegenkwam in een intro in nrc.next was die middag in NRC Handelsblad resoluut veranderd in „slaaf”.

De auteur van het artikel had bezwaar tegen het in zijn ogen onzinnige neologisme. De eindredactie schikte zich. Soms zit een hele controverse samengebald in één kleine ingreep.

Racisme – en racistisch of koloniaal taalgebruik – is hier, net als in de VS, steeds vaker het prisma waardoor de samenleving wordt bekeken. Dat de redactie daarmee worstelt bleek deze week ook uit de bizarre ingreep om een column van Maarten Boudry over boutades op het festival Zwarte Cross online het etiket ‘satire’ en ‘satirische column’ mee te geven.

Over dat festival in de Achterhoek was op sociale media commotie ontstaan omdat er bij eettentjes bordjes hingen met teksten als ‘Allahs Afbakbar’ en ‘Leve de kleurling’. Boudry maakte zich vrolijk over die ophef, maar niet iedereen bleek zijn humor te begrijpen, op de redactie niet en online niet. De redactie besloot zijn column op nrc.nl dan maar nader te etiketteren. De hoofdredacteur staat daar achter, zegt hij, want er ontstonden misverstanden en „in de wilde wereld van internet is het soms nodig om zaken overdreven te labelen”.

Vaker gehoord argument: als los stuk online kunnen lezers zoiets sneller verkeerd opvatten dan in de context van de papieren krant. Tja – maar moet de krant van digital first dan bij elk afwijkend stuk gaan uitleggen hoe het moet worden gelezen? Komen er ook pedagogische labels met ‘serieuze’ of ‘best moeilijke’ column (of boven deze: ‘zure rubriek’)? Bovendien, voor satire geldt bij uitstek: show, don’t tell.

Nu kun je van alles vinden van Boudry’s column, en ik betwijfel of er aan de Vlaamse filosoof een briljant humorist verloren is gegaan, zomin als aan de makers van die treurige festivalbordjes. De redactie vond het stuk kennelijk geslaagd, anders kan die het weigeren. Om er dan na commotie op Twitter ad hoc een etiket aan te plakken vind ik een affront voor de columnist die eens buiten de lijntjes kleurt, en vreemd voor lezers die het wél begrepen.

En de taal rond slavernij?

Een lezer vindt het „knap irriterend” dat de krant „klakkeloos politiek populair jargon hanteert”, zoals dat ‘tot slaaf gemaakte’. Hij heeft genoeg van het „moralistische gedoe, dat alleen maar verwart en versluiert in plaats van verheldert”.

Voorstanders van ‘tot slaaf gemaakte’ vinden dat die term juist wél verheldert: die maakt expliciet dat een mens met fysiek en juridisch geweld tot andermans eigendom is gemaakt. Tegenstanders vinden op hun beurt dat ze postkoloniaal worden gecensureerd. Alsof er ‘in wezen’ geen verschil is tussen Alabama of Zuid-Afrika in de jaren zestig en Nederland anno 2019.

Opgedrongen schuldgevoel is niet de beste weg naar bewustwording, nee. Maar dat taal niet neutraal is, is inmiddels een huis-tuin-en-keukenwaarheid, ook voor de krant. Over de bepleite aanpassing van ‘slaaf’ kwamen recent columnist Frits Abrahams (tegen) en taaljournalist Ewoud Sanders (voor) langszij.

Tegen: ‘slaaf’ betékent al dat iemand onvrij is gemaakt. Dat expliciet maken is een onnodige verdubbeling, iets als ‘onvrijwillig tot onvrijwillig gemaakte gemaakt’. Voor: de aanpassing maakt in elk geval duidelijk dat hier geweld is gepleegd.

Andere tegenwerping: tweede-generatieslaven in de VS werden in slavernij geboren. Voor: ja, maar ze werden slaaf gemaakt door het juridische systeem van overerving en eigendom.

Dan het ‘hek-van-de-dambezwaar’: moeten we soms ook spreken van ‘tot knecht gemaakten’? Of over de twintig miljoen ‘tot lijfeigene gemaakten’ in tsaristisch Rusland? En gemaakt door wie? Toch vaak door Afrikaanse of Arabische handelaren.

Tegenwerping: dat doet allemaal aan het Europese aandeel in de slavenhandel niet af. Bovendien had de chattel slavery in de VS een ander karakter dan ‘traditionele’ slavernij of horigheid.

Wat moet een krant daarmee?

Allereerst, ‘slaaf’ is nog altijd een gangbaar woord, met een moeilijk mis te verstane betekenis. Geen reden voor een taboe.

Anderzijds, het is ook weer niet zo dat alternatieven ongehoord zijn. In NRC vind ik al sinds 2000 „tot slaaf gemaakte” Afrikanen en Romeinse Joden – goed Nederlands, zonder dat iemand daar over struikelde. In 1990 lees ik in een toneelbespreking over Richard II, de „van almacht tot slaaf gemaakte” koning.

Wél nieuw en ongebruikelijk is ‘tot slaaf gemaakte’ als zelfstandig naamwoord. Voorbeeld: een historicus die zich in een artikel afvraagt „hoe het was om als tot slaaf gemaakte te leven”. Of een Wetenschap-stuk dat spreekt van „een individuele tot slaaf gemaakte”. Ja, dat leest omslachtig en geforceerd. Bovendien, die formulering kan suggereren wat het nu net wil ontkennen, namelijk dat je van een mens een product kunt ‘maken’, een en al slaaf.

Wie weet biedt de levende taal uitkomst, oppert Sanders. Hij ziet ook al ‘slaafgemaakt’ opduiken en dat is één woord, korter en minder geforceerd. Hij vindt dat een goed alternatief.

Ik ook – al vind ik niet dat de krant het verplicht moet stellen. Het woord, met zijn rovers-associatie met ‘buitgemaakt’ en zonder ‘tot’, vermijdt in elk geval het onbedoelde essentialisme van helemaal ‘tot iets gemaakt zijn’.

Belangrijker: bewustwording van beladen taal is goed, maar de krant moet niet overgevoelig worden voor pressie, percepties en onbedoelde interpretaties van teksten. Dat kan maar afleiden van de hoofdzaak: de werkelijkheid onderzoeken.

Reacties: ombudsman@nrc.nl

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.