Recensie

Recensie Boeken

Een oom die tot de verbeelding spreekt

Yvonne Jagtenberg De oom in haar nieuwe kinderboek doet sterk denken aan de excentrieke Franse held Monsieur Hulot van de Franse cineast Jacques Tati.

Anno 2019 moet een prentenboek natuurlijk rookvrij zijn, dus zijn pijp mist hij. Maar aan zijn onmodieuze regenjas en spillebenen in iets te korte broekspijpen met daaronder de gestreepte sokken, is in de zonderlinge figuur op de fraaie cover van Mijn wonderlijke oom van Yvonne Jagtenberg, onmiskenbaar monsieur Hulot te herkennen, het alter ego van de beroemde Franse cineast Jacques Tati.

Jagtenberg, die bekend is van haar prentenboekenreeks over het hoekige keutermeisje Balotje en haar eigen teksten schrijft, is niet de eerste die zich door Tati heeft laten inspireren. Onder andere Rowan Atkinson ging haar voor. Zijn Mr. Bean’s Holiday is een directe hommage aan Les vacances de Monsieur Hulot (1953), waarin Tati, die zijn carrière ooit als mimespeler bij het variété begon, de wereld voor het eerst zijn komische typetje presenteerde. Wat Jagtenbergs op Mon Oncle (1958) geïnspireerde prentenboek echter bijzonder maakt, is dat nu ook een jong publiek met Tati’s werk kan kennismaken. Niet geheel toevallig is het in juni bekroond met een Zilveren Penseel.

Jagtenberg gaat subtiel te werk. Ze heeft goed begrepen dat Hulots oorspronkelijke slapstickachtige strijd tegen de modernistische wereld die eind jaren vijftig met allerlei volautomatische (huishoud)apparaten zijn intrede deed, in onze tijd geen aansprekend onderwerp meer is. Terwijl het decor van haar verhaal met het moderne huis en de onvergetelijke vissenfontein in de strakke tuin dat van Mon Oncle knap direct weerspiegelt, grijpt Jagtenberg voor Hulots karakter eerder terug op de televisiefilm Parade (1974), Tati’s komedie over het circusleven. Slim: de focus komt als vanzelfsprekend op Hulots onaangepaste gedrag te liggen.

Prettig gestoord

Overtuigend verbeeldt Jagtenberg hem als een ongecompliceerde, prettig gestoorde man die ooit een circusartiest was en geeft hem aldus een geloofwaardig motief de pias uit te hangen als hij op zijn neefje en diens teckel Dali komt passen. In een mum van tijd tovert hij het huis om in een circuspiste, waarbij alle rekwisieten vernuftig worden gebruikt. De vissenfontein verandert in een haai die oom moet temmen, de rode tuinslang in een ‘reuze-rode-ratel-slang’ en de spijlen stoel in een circuskooi voor Dali. Zo trekt oom het jongetje onbedoeld mee in zijn licht anarchistische spel: een universeel gegeven wat ieder kind zal aanspreken.

Jagtenbergs typerende losse lijnvoering past Hulot wonderwel. Speels, eenvoudig en doeltreffend laat ze hem koorddansen op de als halfronde lijn verbeelde stoeprand. Mooi ook is hoe een reprimande van een agent bij het oversteken bijna ongemerkt uitmondt in een pas de deux. Zo danst Jagtenbergs oom, houterig en zwierig tegelijkertijd zoals de echte Hulot dat deed, samen met zijn neefje die ontdekt hoe gewoon wonderlijk eigenlijk is, vrolijk door het boek, terwijl de omstanders letterlijk en figuurlijk netjes in de pas lopen, aktetas en smartphone in de hand. Daarnaast zorgen grote kleurvlakken die soms dwars door de figuren en afbeeldingen lopen en gaandeweg vervormen in tastbare objecten, voor visuele spanning en dynamiek.

Met haar expressieve, schijnbaar naïeve en enigszins licht bevreemdende illustraties, die het verhaal overigens veel meer dragen dan de minimalistische, functionele tekst in handschriftstijl, toont Jagtenberg wat ze in haar mars heeft. Want doe het maar eens, een filmbiografie voor kinderen maken die niet belerend is en toch recht doet aan zowel het werk van de gebiografeerde, als je eigen werk als illustrator. Jammer daarom dat het verhaal als een opeenstapeling van Tati-achtige gebeurtenissen niet zo veel om het lijf heeft. Zoals je die pijp van Hulot mist, mis je ook een plot. Niet dat dat onoverkomelijk is: Jagtenbergs ‘wonderlijke oom’ prikkelt hoe dan ook de verbeelding: een fraai eerbetoon aan een van de grootste iconen uit de komische cinema.