Recensie

Recensie Muziek

Dirigent in duistere tijden Wilhelm Furtwängler blijft intrigeren

Albumrecensie De muziek die de Duitse dirigent Wilhelm Furtwängler tijdens de Tweede Oorlog maakte is nu verzameld op een schitterende box met 22 cd’s(●●●●●). Met ook de misschien wel beste uitvoering ooit van Beethovens Vijfde. Furtwängler was Hitlers favoriet en boeit steeds nieuwe generaties liefhebbers, inclusief de paus.

Concert met Adolf Hitler in het publiek van Wilhelm Furtwängler en de Berliner Philharmoniker, ergens in Duitsland.
Concert met Adolf Hitler in het publiek van Wilhelm Furtwängler en de Berliner Philharmoniker, ergens in Duitsland. Foto API/Gamma-Rapho via Getty Images

Op 23 januari 1945 gaf de legendarische chef-dirigent Wilhelm Furtwängler zijn laatste concert met de Berliner Philharmoniker tijdens Tweede Wereldoorlog. Dat concert kon niet meer plaats vinden in de Philharmonie. De thuishaven van het elite-orkest van het Derde Rijk was een jaar eerder bij luchtaanvallen zwaar beschadigd. Het orkest was uitgeweken naar het operettetheater Admiralspalast; de enige grote zaal in Berlijn die nog overeind stond. Daar ging de muziek door.

Op het programma in het Admiralspalast stonden Mozarts Veertigste symfonie en Brahms Eerste symfonie. Tijdens het ‘Andante’ van Mozart klonk luchtalarm en viel het licht uit. Furtwängler dirigeerde verder bij noodverlichting, maar langzaam verstomde het orkest; alleen de eerste violen speelden door. Na een uur ging de verlichting weer aan en begon het orkest opnieuw te stemmen. Het publiek verwachtte dat Furtwängler Mozart zou hernemen. Maar niemand was echt verbaasd dat Furtwängler onmiddellijk de inzet gaf voor Brahms, schreef muziekjournalist Karla Höcker in haar later gepubliceerde dagboek. „Het is alsof de schoonheid van Mozart, in zichzelf vervulde zaligheid, in deze stad niets meer te zoeken heeft.”

Hoe de Eerste symfonie van Brahms op die sombere namiddag in Berlijn heeft geklonken is nu terug te horen op de sublieme (maar prijzige) cd-box Wilhelm Furtwängler. The Radio Recordings 1939-1945, die is verschenen op het eigen label van het orkest. Alleen het laatste deel van de symfonie is overgeleverd. Die opname laat ongekend intens, extreem en heftig musiceren horen. Dit is een orkest en een dirigent die spelen alsof hun leven ervan afhangt, die weten dat dit de laatste keer zou kunnen zijn dat ze de samen zullen spelen.

De box met 22 cd’s reconstrueert de concerten die Furtwängler met zijn orkest tijdens de oorlogsjaren heeft gegeven, die voor de radio zijn opgenomen met de destijds fonkelnieuwe technologie van bandopnamen. De opnamen zijn gerestaureerd met de nieuwste digitale technologie – geen kuchje in het publiek of gestommel op het podium is nog te horen. De geluidskwaliteit varieert van acceptabel tot opmerkelijk rijk en vol. De uitgave is voorzien van een fraai geïllustreerd boek met een briljant essay van de Amerikaanse muziekhistoricus Richard Taruskin. Als zoveel liefhebbers van klassieke muziek – inclusief de huidige paus Franciscus – is hij al jaren gefascineerd door Furtwängler.

Dirigent Wilhelm Furtwangler repeteert met de Berliner Philharmoniker (datum niet bekend).

Foto 12/ Getty Images)

Russische oorlogsbuit

De meeste opnamen zijn niet voor het eerst te horen. Na de oorlog werden de banden in beslag genomen door een Russische officier, die ze als oorlogsbuit mee terugnam naar zijn vaderland. Tijdens de Koude Oorlog begonnen in de Sovjet-Unie mondjesmaat opnamen te verschijnen op het staatslabel Melodiya. Na de val van de Muur kwamen de bandopnamen terug naar Berlijn en verzorgde Deutsche Grammophon een uitgave. Maar zo compleet en zo piekfijn gerestaureerd, gedocumenteerd en gepresenteerd waren de opnamen niet eerder te horen.

De bandopnamen gingen direct na de concerten naar Hitlers hoofdkwartier waar hij ze op nog zeer exclusieve apparatuur beluisterde

Sommige concerten zijn beroemd. Beethovens Vijfde symfonie van juni 1943 geldt als sterke kandidaat voor de beste uitvoering ooit van die bijna doodgespeelde symfonie. Tot de beroemdste opnamen behoort ook Furtwänglers razende, chaotische en haast ontsporende versie van de Negende symfonie van Beethoven van 1942, die wel geïnterpreteerd is als een impliciet protest tegen zijn bazen in het Derde Rijk. Maar Furtwängler had ook eigentijdse componisten op zijn repertoire staan, zoals Heinz Schubert (Hymnisches Konzert) en Ernst Pepping (Tweede symfonie).

Furtwängler behoorde tot de laatste generatie musici voor wie de klassieke muziek een levend geheel was waarmee hij direct in contact kon treden

Bij het luisteren naar Furtwängler kan de ‘historische sensatie’ overweldigend zijn. Met die term typeerde cultuurhistoricus Johan Huizinga de psychologische gewaarwording dat de geschiedenis soms onverwacht, in een flits, weer tot leven kan komen. Je luistert toch minder onbevangen naar Furtwänglers uitvoering van Bruckners Vijfde symfonie van eind oktober 1942, als je weet dat de bandopnamen direct na de concerten naar Hitler zijn gebracht. Om het concert op nog zeer exclusieve afluisterapparatuur te beluisteren in zijn hoofdkwartier. Furtwängler was Hitlers lievelingsdirigent.

Dirigent Wilhelm Furtwangler met de Berliner Philharmoniker (datum niet bekend).

Foto Ullstein Bild

Op zoek naar de vonk

Maar de geschiedenis vertelt niet het hele verhaal. Waarom blijft Furtwängler nieuwe generaties steeds opnieuw fascineren? Zelf wees hij elke verklaring die in de richting ging van ongrijpbare factoren zoals charisma of persoonlijkheid af. Als degelijk vakman haalde hij daar zijn neus voor op. Zijn kracht moet eerder worden gezocht in zijn muziekfilosofie en in zijn gave om die in klank om te zetten. Furtwängler behoorde tot de laatste generatie musici, die geschiedenis van de klassieke muziek nog kon opvatten als een levend geheel, waarmee hij direct in contact kon treden; zonder de gewaarwording van een grote afstand in de tijd of een diepe breuk met dat verleden.

Zijn concerten waren géén reproducties van partituren, géén wandeling door het imaginaire museum van de muziekgeschiedenis. Correct, zakelijk en historisch geïnformeerd musiceren waren voor hem even zoveel synoniemen voor dode muziek. Waar het voor Furtwängler om ging was het terugvinden van het oorspronkelijke moment van inspiratie en improvisatie waaruit de muziek is ontstaan. Zijn diepe overtuiging was dat zelfs de meest complexe en precieze partituur uiteindelijk te herleiden valt tot improvisatie en inspiratie.

Dat betekent niet dat hij zich volkomen overgaf aan ongeremde speculaties en zijn persoonlijke, subjectieve beleving van de muziek ruim baan gaf. Integendeel. Furtwängler was ervan overtuigd dat er maar één manier was om muziek te spelen: de juiste. Om een kans te maken het moment van inspiratie en improvisatie te herleiden was structurele kennis en een diepte-analyse van de muziek een noodzakelijke voorwaarde. Maar ook niet meer dan een voorwaarde.

In het huidige muziekleven zijn zulke ‘romantische’ ideeën al decennia uit de gratie. De meer zakelijke, nuchtere en rationele manier van musiceren van geduchte concurrenten zoals Otto Klemperer en Arturo Toscanini begon al tijdens Furtwänglers leven opgang te maken. Hij zag de romantisch-burgerlijke wereld waarin hij was opgegroeid voor zijn ogen verkruimelen. Gevolg was dat hij er nog een schepje bovenop deed. Hij stond als dirigent niet meer geheel vanzelfsprekend in een historische continuïteit; hij was de zelfbenoemde redder van de traditie, zo merkte de filosoof Theodor Adorno ooit scherpzinnig op. Furtwängler maakte muziek tegen de klippen op. Juist dat maakt zijn muzikaliteit zo urgent– nooit meer dan in de oorlogsjaren.