Die trouwjurk viste Gerard weer uit de vuilniswagen

Vuilnis Rotterdam wil zijn inwoners opvoeden. Ze moeten netter met hun afval omgaan. Vuilnisman Gerard Vietsch kent het probleem.

Gerard Vietsch heeft nog meegemaakt dat je je zakkie huisvuil twee keer per week bij de straat moest zetten. Hij heeft ze opgehaald ook. Met twee man lopend achter de wagen. Dat was 1988. Mooie tijd hoor, je hoefde nergens aan te denken en de sportschool was niet nodig.

Tegenwoordig kunnen mensen elk moment van de dag hun restafval in een container kieperen. Maar dankbaarder zijn ze niet geworden, zegt Vietsch (47). Hij leegt de containers. Hij ziet de troep eromheen. En op straat. Soms wordt een zak huisvuil gewoon uit het raam gekieperd. Op de voorruit van zijn Volvo vuilnistruck zit een sticker hoe om te gaan met agressie. Want als een auto moet wachten tot hij een container heeft geleegd, kán een bestuurder uit zijn dak gaan. Niet in discussie gaan. Desnoods een beetje in de verte kijken. Gerard Vietsch laat zich nooit opfokken.

De meeste Rotterdammers gaan netjes met hun huisvuil om hoor, zegt Vietsch. Dat stelt de gemeente Rotterdam ook in de recente nota Gewoon Schoon.

Maar een „hardnekkige groep” doet dat niet, staat in diezelfde nota. Blikjes, flesjes en verpakkingen belanden op straat, afvalzakken náást de container. Het is een van de grootste ergernissen van de Rotterdammers. De gemeente gaat niet nóg meer ophalen en schoonmaken, staat in de nota. Er staan al 10.000 afvalbakken en 7.000 afvalcontainers in de stad. Ze gaat opvoeden. Nette Rotterdammers worden gesteund, overtreders harder gestraft.

Sensor in de container

Vietsch rijdt de route die uitgestippeld is op zijn tablet. Hij zit in zijn truck als een koetsier op de bok. Vanmorgen is hij om half zeven begonnen, tot een uurtje of drie gaat hij door. Tussendoor even lunchen op het Kleinpolderplein, het hoofdkwartier van de gemeentereiniging, Roteb (tegenwoordig Schone Stad). Dat vindt hij het leukste deel van de dag. „Je werkt toch alleen.” Tot april dit jaar reden hij en zijn collega’s een vaste route langs een serie containers. Sinds een paar maanden zit er in elke container een sensor waardoor hij op zijn tablet kan zien welke vol zit en welke niet. De halflege rijdt hij voorbij. Hij heeft een eigen wijk: Kralingse Bos, Kralingen/Crooswijk, de Esch.

Heeft u ook last van afval dat in uw straat naast de containers wordt geplaatst?

Blikjes, flesjes en verpakkingen op straat, afvalzakken náást de container. Herkent u dit beeld bij u in de straat? Voor een nieuw artikel zijn we geïnteresseerd in uw ervaringen.

  1. Wat zijn uw ervaringen met onjuist gebruik van de containers, zoals het niet-scheiden van afval of het blokkeren van de opening met omvangrijke zakken tuinafval?
  2. Op welke manier heeft u last van andere vormen van zwerfvuil in uw straat of uw buurt?
  3. Hoe vaak komt het voor dat het misgaat? Elke dag? Een keer per week? Een keer per maand?
  4. Wat zijn de meest spectaculaire/onthutsende/grappige etc. voorbeelden die u heeft gezien?
  5. Spreekt u mensen aan als zij afval op straat op de verkeerde dag en/of de verkeerde plaats aan de straat zetten? Zo ja, wat zijn dan de reacties? [vraag]Klaagt u hierover bij de gemeente? Zo ja, wat is dan de reactie?

Hij zet de wagen naast een container. Dan stapt hij uit, het besturingsapparaat vastgegespt rond zijn middel. Eerst leegt hij soepeltjes de container in de truck, maar dan komt het lastige: de bak moet precies boven het gat in de grond naar beneden. Bij de mindere goden slingert de bak en slaat hij tegen de rand van het gat. Vietsch heeft een vaste hand. „Hoe doe je dat toch”, vragen collega’s weleens. „Niet twijfelen”, zegt hij dan. Kaarsrecht en vrijwel geruisloos gaat de container naar beneden. Een doffe knal als-ie de bodem raakt. Klaar.

Het is niet zo gek dat Vietsch goed is op de wagen. Hij groeide op in een ‘Rotebgezin’. Zijn vader werkte voor de Roteb, het gezin woonde in een huis van de Roteb op Zuid. Op zijn vierde zat hij al bij zijn pa in de wagen. „Ik vond het zó mooi.”

Foto David van Dam

De sensor in de afvalcontainer werkt nog niet perfect. Als mensen de zakken er aan één kant in gooien, geeft de container aan dat hij vol zit, terwijl dat niet zo is. Dat gebeurt ook als een kartonnen doos klem zit. Bewoners begrijpen ook nog niet altijd dat de afvalwagen langsrijdt maar hun container niet leegt. „Kwestie van wennen”, zegt Vietsch. „Dat komt wel goed.”

De jongens van Grofvuil

Vietsch legt er eer in zijn wijken zo netjes mogelijk achter te laten. Als hij afval naast de container ziet, neemt hij het mee. Anders pikken de meeuwen de zakken kapot en waaien de koffiefilters en luiers over straat. „Het hoort niet bij mijn werk. Maar als ik klaar ben, moet het schoon zijn.” Het afval dat hij meeneemt, moet wel brandbaar zijn. Dus een stoel gooit hij in de bak, een ijzeren kachel niet. Een bankstel ook niet, te groot. „Daar maak ik een melding van. Dan halen de jongens van Grofvuil die op.”

Burgers kunnen voor grofvuil ook een afspraak maken. Ophalen is gratis. Of ze kunnen naar het milieupark rijden. Maar het is vaak te veel moeite, denkt Vietsch. „Ze zien dat het ook verdwijnt als je het gewoon op straat zet.” Hij weet dat boze burgers graag foto’s van het afval maken en op sociale media posten. „Zég er eens iets van als iemand er iets neerzet”, zegt hij. „Dat heeft meer effect.” Het op straat dumpen past bij de huidige samenleving, denkt hij. „Het moet allemaal zo makkelijk mogelijk.”

De hoeveelheid afval verschilt per wijk. In Hillegersberg en Nesselande wordt het meeste afval gescheiden. Restafvalcontainers zijn daardoor veel minder snel vol. In Crooswijk gooien de bewoners er juist álles in. „Dan komt er toch een hoop glas uit.”

Er komt ook van alles in de container terecht dat de burger had willen houden. Dan bellen opgewonden mensen dat hun sleutels/ autopapieren / portemonnee / zonnebril in de container zijn gevallen. Zelfs een keer een trouwjurk (in een plastic zak). Vietsch klimt dan in de wagen om te helpen. „Het is een rotklus, want je moet tussen het vuil zoeken, maar het lukt meestal wel.” Ook de trouwjurk viste hij eruit.

Lees ook hoe een proef met gescheiden afval in Ommoord mislukte.

De laatste container is leeg. Vietsch rijdt naar de Keilehaven. Daar liggen de boten klaar. Achteruit gaat de wagen de loods in. Op één boot past 230 ton afval, 23 volle vrachtwagens. Tegen drie uur rijdt hij zijn lege wagen terug naar het Kleinpolderplein. Daar staat zijn collega klaar voor de volgende shift.