Witte agent voelt zich niet de baas

Diversiteit Wat vinden witte, mannelijke agenten van de kritiek van de vertrekkend politiecoach dat ze ‘de norm’ stellen binnen het korps?

Het waren de „blanke, mannelijke, oudere heteromannen” die het hadden gedaan. Toen adviseur en coach van de Nationale Politie Carel Boers twee weken geleden in NRC zijn vertrek bij de organisatie aankondigde, hekelde hij vooral die groep. Zij zouden de norm stellen binnen de politie, de grootste mond hebben, agenten met een andere culturele of seksuele achtergrond buitensluiten, soms zelfs discrimineren.

Wat vinden witte, mannelijke agenten daar zélf van?

NRC sprak met vier van zulke agenten over diversiteit binnen de politie. Drie daarvan meldden zich zelf bij NRC na het verhaal van Boers en praten anoniem. Hun namen en functies zijn bij de redactie bekend, maar ze vrezen voor repercussies op de werkvloer en vanuit de politieleiding. Zoals ook een agent met een migratieachtergrond deze week een interviewafspraak met NRC afzegde, omdat ze zich niet veilig voelde.

Sinds Boers zijn verhaal deed is diversiteit hét gesprek op de werkvloer, zeggen agenten. „De discussie over diversiteit en racisme verhardt”, zegt een jonge agent uit het oosten van het land.

Hoe groot de groep is waarover Boers het had, is niet exact te zeggen. Cijfers over de samenstelling van de politie ontbreken: de politie mag die gegevens om privacyredenen niet bijhouden. Daarom is ook onduidelijk hoeveel vrouwen of agenten met een migratieachtergrond bij de politie werken.

Maar schuif aan bij een vergadering van een politieteam, vooral buiten de Randstad, en het beeld is vaak hetzelfde: veel mannen, redelijk wat vrouwen. Het korps is nogal grijs: naar schatting 14.000 agenten gaan de komende jaren met pensioen. Zij zijn de ‘oudere’ agenten waar Boers het over heeft.

Lees ook: ‘Moslimfobie, intimidatie bij politie – en de top kijkt weg’

Eén ding is voor alle vier de agenten helder: de politie moet diverser worden. De samenleving wordt diverser, dus het is logisch dat de politie dat ook moet worden, vinden ze. Dat er de laatste decennia meer vrouwen bij de politie zijn gekomen: „een verrijking”, zegt een Amsterdamse agent.

„Je ziet in de samenleving steeds meer dat blanke mannen als boosdoener worden weggezet. Maar zo voel ik me niet.”

Maar het is de manier waarop dat gebeurt die hen tegenstaat. Neem bijvoorbeeld de verdeling van leidinggevende functies. „Het gebeurt regelmatig dat daar mensen komen zónder sollicitatie en zónder de juiste hbo-opleiding. Die worden geplaatst, omdat het goed is voor de diversiteit”, zegt de agent uit het westen van het land.

„Dat leidt binnen een eenheid tot discussie: kunnen ze het wel? Misschien wel. Maar als er een fatsoenlijk selectieproces is waarin wordt geoordeeld over hun competenties, weet je het zeker. Dan krijgen ze ook niet het stempel dat ze er zitten omdat ze een minderheid zijn.”

Het zijn gebeurtenissen die de mannen het gevoel geeft dat anderen de norm over hén stellen – in plaats van dat zij de norm stellen binnen de politie, zoals Boers zei. Een Amsterdamse agent, al decennia werkzaam als diender, heeft daarom het gevoel dat zijn groep wordt „buitengesloten”, zegt hij. „Mensen die iets anders denken over diversiteit, durven zich daardoor minder te uiten. Je ziet in de samenleving steeds meer dat blanke mannen als boosdoener worden weggezet. Maar zo voel ik me niet.”

‘Het raakt agenten op straat’

Verhalen over de politie als ‘racistische organisatie’ raakt agenten op straat, zegt Dolf Mauritz, voorzitter van Platform Bezorgde Dienders. „Als die iemand op straat aanspreken op zijn gedrag, krijgen ze naar hun hoofd: joh, kijk naar je eigen organisatie.”

De ‘blankemannencultuur’ zou volgens Boers tot onder meer intimidatie en foute ‘grappen’ op de werkvloer leiden. Een agent uit het westen van het land: „Dat we een dominante blankemannencultuur zouden zijn, herken ik niet. Wel dat er soms lelijke dingen worden gezegd over groepen. Dan sta je met de ME bij een voetbalwedstrijd en na afloop, als de spanning eraf is, blaas je stoom af. Dat gaat soms niet zo netjes.”

Zo gaat dat ook met migrantengroepen, denkt hij. „Ik was een keer met de dood bedreigd door een groep Turkse jongeren. Daar heb ik me toen op een heel lelijke manier over uitgesproken. Een collega zei: ‘je hebt het nu ook over mij’. Dat maakte op mij veel meer indruk dan wanneer korpschef Akerboom zegt dat we diverser moeten worden. Het heeft m’n ogen geopend, ik kan iemand daarmee kwetsen.”

Lees ook over de ervaringen van burgers met etnisch profileren: Je kan nooit bewijzen dat het aan je kleur ligt, maar zo voelt het zeker

Het is onvrede die je vaak ziet bij diversiteitsbeleid. Iedereen zegt diverser te willen worden, maar niemand wil zélf plaats maken. Zo zegt de Amsterdamse agent: „Het voelt nu juist alsof ík gediscrimineerd word.” Een andere agent uit de Randstad, een stuk jonger: „Je merkt dat die mensen afgestompt raken. Die denken: ik heb geen kans meer, ik kom er toch niet tussen.”

Hij denkt het zelf soms ook. In de avonduren deed hij extra opleidingen, in de hoop op te klimmen binnen de politie. „Ik heb hard moeten knokken om te komen waar ik nu ben. Ik wil doorgroeien, maar heb steeds meer het idee dat het er niet in zit.”