Nieuwe verkiezingen dichterbij, nu Spanje worstelt met politieke versnippering

Spanje Een poging om in Spanje op Nederlandse wijze een meerpartijenkabinet te formeren is deze donderdag gestrand. Nieuwe verkiezingen dreigen, maar lijken geen soelaas te gaan bieden.

Demissionair premier Pedro Sánchez tijdens de vertrouwensstemming in het Congres.
Demissionair premier Pedro Sánchez tijdens de vertrouwensstemming in het Congres. Foto Oscar Del Pozo/AFP

De kans dat Spanje deze herfst voor de vierde keer in vier jaar landelijke verkiezingen moet houden, is deze donderdag fors toegenomen nu demissionair premier Pedro Sánchez er niet in geslaagd is een regering te vormen.

De sociaal-democraat kreeg tijdens een vertrouwensstemming in het Congres meer stemmen tegen dan voor. Een poging om – voor het eerst sinds de terugkeer naar de democratie, in 1978 – een coalitieregering te vormen, liep de afgelopen dagen op spectaculaire wijze vast. Sánchez krijgt nu twee maanden de tijd voor een nieuwe formatiepoging, maar de kans op succes lijkt niet groot.

Sánchez was eind april de grote winnaar van de parlementsverkiezingen, maar behaalde geen meerderheid. Sindsdien onderhandelde hij met de ultralinkse protestpartij Podemos over een minderheidsregering. Dit liep deze week echter stuk op de verdeling van de kabinetsposten. De ruzie hierover werd deels via de media uitgevochten.

Lees ook: Het lukt Sánchez maar niet een coalitie te vormen

Volgens de PSOE eiste Podemos voor zichzelf te veel belangrijke ministeries op. „Ze vroegen de [hele] regering”, klaagde vicepremier Carmen Calvo donderdagochtend op radiozender SER. Volgens Podemos-onderhandelaar Pablo Echenique dreigde zijn partij echter te worden afgescheept met een „decoratieve rol”, zei hij op dezelfde zender.

Geen ervaring met formeren

Een coalitiekabinet zou een novum zijn geweest in de recente parlementaire geschiedenis van Spanje. Eerdere politieke samenwerkingen tussen meerdere partijen waren altijd op basis van gedoogconstructies. Kleine partijen lieten een van de twee grote machtspartijen regeren, maar namen geen plaats in het kabinet.

De onervarenheid met dit type machtsdeling leidde de afgelopen jaren tot een steeds minder stabiel landsbestuur. Regeringen op basis van wankele minderheden volgden elkaar snel op. Sánchez kwam juni 2018 aan de macht door met een bonte groep partijen de rechtse premier Rajoy te wippen. Begin dit jaar lieten de Catalaanse regionationalisten binnen dit gelegenheidsverbond hem echter alweer vallen.

De noodzaak om op Nederlandse wijze meerpartijenregeringen te leren formeren, groeit tegelijkertijd alleen maar nu het politieke landschap bij elke stembusgang verder versplintert. In de nasleep van de eurocrisis (2009-2013) is het tweepartijenstelsel geïmplodeerd dat de Spaanse politiek vier decennia domineerde. De centrum-rechtse Volkspartij (PP) en centrum-linkse Arbeiderspartij (PSOE) kregen gezelschap van nieuwkomers als Podemos, het rechts-liberale Ciudadanos en het nationaal-populistische Vox.

Lees ook dit hoofdredactioneel commentaar: Nu moeten Spaanse politici nog leren hoe je een compromis sluit

Op lokaal en regionaal niveau wordt er al wel samen geregeerd door meerdere partijen, maar landelijk blijkt dat lastiger, vooral door de diepe impasse rond Catalonië. In 2017 zette die eigengereide regio een illegaal afscheidingsreferendum door en riep kortstondig de onafhankelijkheid uit. De centrale regering zette daarop het regiobestuur af en separatistische politici werden opgepakt op verdenking van rebellie.

Sindsdien verlamt de ‘Catalaanse kwestie’ de hele landelijke politiek. Rechtse partijen (Vox, PP en Ciudadanos) sluiten samenwerking met Sánchez uit, omdat hij samenwerkte met Catalaanse nationalisten. Dit rechtse trio kan zelf echter ook niet regeren.

Mocht het dit najaar tot nieuwe verkiezingen komen, dan dreigen ook die weer overschaduwd te worden door de Catalaanse perikelen. Juist in oktober wordt een uitspraak verwacht in het monsterproces tegen de opgepakte separatistische politici.