Opinie

Een bezoek aan de boekhandel hoeft niet ‘elitair’ te zijn

In de boekwinkel van mijn jeugd kwam de tramchaffeur langs in zijn pauze.

Michel Krielaars

De Amsterdamse boekhandel van mijn jeugd was eigendom van de legendarische Niek Favié. Zittend op een barkruk achter de kassa, een potlood achter het rechteroor gestoken, werd hij omringd door hoge stapels boeken. Fictie en non-fictie, ‘hoge’ en ‘lage’ literatuur lagen er door elkaar heen. Toon Hermans, Konsalik en Baantjer mengden zich moeiteloos met Louis Paul Boon, A. Alberts, Robert Musil en Italo Svevo. Als een klant naar een bepaalde titel vroeg, trok Favié dat boek zonder aarzeling uit zo’n wankele stapel te voorschijn.

Als scholier maakte ik in die boekhandel wekelijks mijn zakgeld op. Zo ontdekte ik dankzij de adviezen van meneer Favié interbellum-auteurs als Joseph Roth en Jacques Gans (wiens liefdesroman Liefde en goudvissen uit 1940 onlangs opnieuw is uitgegeven). Al lezend stapte ik in een andere wereld, die me tot op de dag van vandaag boeit, ook omdat er zoveel overeenkomsten met het heden zijn. Zo zou Stefan Zweigs Die Welt von Gestern eergisteren geschreven kunnen zijn, zo actueel lezen zijn beschrijvingen van de opkomst van het populisme.

Eén van Faviés vaste klanten was een trambestuurder van lijn 25, die pal voor de winkel een halte had. Als het stoplicht op rood stond, liet hij zijn passagiers even in de steek om de boekhandel binnen te snellen en een besteld boek op te halen ‘voor op de camping’. De ene keer betrof het literatuur, dan weer was het een geschiedenisboek of een detective.

Anders dan Rosanne Hertzberger meent hoeft een bezoek aan een boekhandel dus niet ‘elitair’ te zijn. Tenslotte wil iedereen wel eens even ontsnappen aan de alledaagse werkelijkheid. En het maakt niets uit of dat gebeurt met Lucinda Riley of met Thomas Mann (van wie overigens jaarlijks wereldwijd nog altijd een paar honderdduizend boeken worden verkocht).

Wel is er iets mis met het feit dat in Nederland steeds minder gelezen wordt en steeds minder lezers naar een boekhandel gaan. Waarom is dat in Duitsland anders? Daar wemelt het in grote steden van de zelfstandige boekhandels, waar het vaak bomvol is. Of neem Moskou, waar je boekhandels hebt zo groot als de Bijenkorf. De ‘gemiddelde Rus’ citeert Poesjkin en Tsjechov uit het hoofd en leest daarnaast Murakami.

De afgelopen dagen las ik Normal People, de tweede roman van de jonge Ierse schrijfster Sally Rooney. Het gaat over de gecompliceerde verhouding tussen een meisje uit een welgesteld milieu en een begaafde jongen wiens liefdevolle, ongetrouwde moeder schoonmaakt bij de ouders van dat meisje. Klassenongelijkheid, minderwaardigheidsgevoelens, ouders die hun kind geen liefde kunnen geven, bindingsangst. Kortom, het leven in een notendop.

Die jongen gaat Engels studeren aan het prestigieuze Trinity College in Dublin. Op een avond leest hij in de bibliotheek Emma van Jane Austen. Hij is net bij de passage waarin het ernaar uitziet dat Mr Knightley met Harriet gaat trouwen als de bibliotheek sluit. In een vreemd gevoel van opwinding loopt hij naar huis. En dan lees je: ‘It feels intellectually unserious to concern himself with fictional people marrying one another. But there it is: literature moves him.’ In die laatste zin is de hele betekenis van het lezen vervat. Meer is het niet.