Kruijswijk blijft in het spoor van de man die niet wil breken

18de etappe Steven Kruijswijk verloor een plek in het klassement, maar kwam de eerste van drie zware Alpenritten goed door.

Steven Kruijswijk (rechts) op de flanken van de Galibier met achter zich geletruidrager Julian Alaphilippe.Foto Christophe Ena/AP
Steven Kruijswijk (rechts) op de flanken van de Galibier met achter zich geletruidrager Julian Alaphilippe.Foto Christophe Ena/AP

Hij heeft meer dan vijfenhalf uur op een zadel gezeten, is drie keer boven de tweeduizend meter geweest, dus als Steven Kruijswijk aan de Avenue de la Vallée in Valloire over de finish rolt, stuurt hij rechts langs een rij dranghekken, en trapt hij door naar waar journalisten hem niet meteen vast kunnen zetten.

Even bij zinnen komen, in een laag verzetje, zodat zijn hartslag zakken kan en er ruimte ontstaat om de film van het voorbije half uur opnieuw af te spelen, zodat hij voorzichtige conclusies kan trekken. Want weldra wordt van hem verwacht dat hij kan reflecteren op een uitputtende dag waarop de klassementsrenners zich tot vlak onder de top van de slotklim gedeisd hielden, de koers daar openbraken en zich met een groot hart een afdaling in stortten.

Kruijswijk weet dat hij de chaos in de eerste van drie monsterlijke Alpenritten goed is doorgekomen, hoewel hij van het tussentijdse podium is geduwd door een florerende Colombiaan, Egan Bernal, 22 jaar pas, geboren en woonachtig nog eens een kilometer hoger dan finishplaats Valloire. Voor hem heeft het hooggebergte geen geheimen, de warmte van de vallei deert hem al evenmin. Toen de jongeling met het lange lijf op zijn pedalen ging staan, drie kilometer voor de top van de Col du Galibier, bleven alle andere favorieten zitten en kijken, Kruijswijk incluis. Ook toen Geraint Thomas daarna versnelde, had niemand een antwoord, maar de Welshman viel ook weer stil – hij is niet zo sterk als vorig jaar. Aan de finish pakt zijn Colombiaanse ploegmaat meer dan een halve minuut op al zijn concurrenten, hij stijgt naar de tweede plaats, is de man van de dag, samen met etappewinnaar en landgenoot Nairo Quintana. Die reed tot nu toe een beroerde Tour, maar herrijst in het slot, en niet voor het eerst.

Dorstig na de hitte

Een halve minuut na de finish klikt Kruijswijk zijn linkerschoen uit zijn pedaal en gaat hij op de bovenbuis van zijn fiets zitten. Met een blauwe handdoek veegt hij de zweetparels van zijn gezicht. Terwijl media hem omsingelen, ademt hij een paar keer stevig uit, de lippen in cirkelvorm getuit – „pfoe, pfoe”, klinkt het – en dan krijgt hij een flesje water aangereikt, dat hij meteen plat knijpt – zo dorstig is hij na een etappe die zich voor een groot deel weer bij temperaturen boven de dertig graden voltrok. Nog voor hij zijn overjasje over zijn brede schouders heeft getrokken knikt hij naar de interviewer van de NOS. „Begin maar”. Het liefst rijdt hij meteen door naar zijn hotel. Energie sparen is het credo in deze fase van de ronde. Bovendien zal het weldra spoken in Valloire, waar diepgrijze donderwolken aan de bergkam samendrommen.

Lees ook: Dit zijn de zes sterke punten van Steven Kruijswijk.

„Pfoh, toen Bernal ging moesten we erachteraan”, zegt hij, op zijn gelaat minder vermoeidheid dan na de loeihete dagen die achter hem liggen. „Ik kon gelukkig mee met de groep favorieten. En toen was het even alle hens aan dek in de afdaling. Alaphilippe kwam nog terug, maar die is natuurlijk ook best goed in dat spelletje.”

Geletruidrager Julian Alaphilippe stond voor de zoveelste keer deze Tour op breken, maar steeds als hij in een haarspeldbocht een gaatje moest laten, sprintte hij zich aan een denkbeeldig elastiek weer terug in het laatste wiel, diep in zijn energievoorraden tastend. In de laatste kilometer van de Galibier was ‘Loulou’ leeg, hij kon zijn explosiviteit niet meer benutten.

Averij weggepoetst

Er stonden Fransen langs de kant die van hoop bezeten hun chouchou in zijn onderrug voortduwden, maar harder ging hij daar niet van fietsen. Op de top was hij zijn concurrenten uit het zicht verloren, de eerste meters van de afdaling legde hij zwabberend af. Maar toen hij op adem was gekomen en hij met een sportgel vol snelle suikers weer in staat was de ideale lijn naar beneden te vinden, liep zijn achterstand snel terug. Binnen drie kilometer had hij de averij weggepoetst, en reed hij zelfs brutaal aan kop van een groep mannen die kort daarvoor bergop nog zijn meerdere waren.

„Daarna was het de schade beperken op Bernal”, gaat Kruijswijk aan de streep verder. „En niet te veel risico nemen. Ik voelde me niet super vandaag, maar ik ben er goed doorgekomen. Morgen maar weer.”

Hij zegt zich gesloopt te voelen na een dag waarop de Spaanse ploeg Movistar een razend tempo reed op de Col d’Izoard, een klim die net als de Galibier van de buitencategorie is. Marc Soler reed kilometers lang zo hard dat iedereen „bang was om zichzelf tegen te komen”, aldus de kopman van Jumbo-Visma, die opnieuw lange tijd twee knechten bij zich had, in een uitgedunde groep van zeventien renners. George Bennett – viel twee keer, kwam met een kapot wielershirt en bebloede ledematen over de finish maar kan wel verder – en Laurens De Plus loodsten Kruijswijk na de Pyreneeën nu ook over de Alpen.

Maar op de slotklim was Egan Bernal duidelijk de beste. Hoe hoger hij kwam, hoe beter hij zich begon te voelen. Dat belooft wat voor de etappe van vrijdag en zaterdag, als het peloton nog drie keer naar 2.000 meter en hoger moet, inclusief twee aankomsten bergop.

„Zo zie je maar dat niet elke dag en elke etappe hetzelfde is”, zegt Kruijswijk nog, refererend aan de eindsprints waarmee Thibaut Pinot zich vorige week terugvocht naar het podium. „Normaal was dit ook iets voor hem geweest. Ik had hem wel vooraan verwacht.”

Alaphilippe wordt een stukje terug op de Avenue de la Vallée inmiddels in zijn veertiende gele trui gehesen. Hij is nog maar twee dagen verwijderd van een sensationele zege in de Tour, en hij houdt anderhalve minuut voorsprong. Hij wil van geen opgeven weten, gebruikt de druk van media en publiek om zich binnenstebuiten te blijven keren. „Maar ik weet wat er nog komt”, zegt Kruijswijk, terwijl hij zijn jack tot aan zijn hals dichtritst en klodders van regendruppels beginnen te vallen. In de verte rommelt het.

Kruijswijk moet nog een klein stukje omhoog fietsen, dan linksaf naar berghotel Les Chalets du Galibier, waar hij een herstelmaaltijd zal nemen, zal douchen en gemasseerd zal worden. Een goede nacht moet volgen om zo fris als nog kan aan het weekend te beginnen. „In die ritten is er geen afdaling om weer terug te keren. Misschien breekt Alaphilippe daar.”