Iedereen zou een radslag moeten kunnen

Trucje Leer een kunstje. Niet nuttig, maar het maakt wel indruk. Zoals de radslag.

1. Een handstand ging nog wel, maar een fatsoenlijke radslag maken is mij als kind nooit gelukt. Niet zo erg als het niet halen van een rijbewijs, maar evengoed een gemisje in de ontwikkeling. Terwijl het iedereen zou moeten kunnen lukken, aldus Elvira Becks. Becks (43) is oud-topturnster – ze deed mee aan de Olympische Spelen van 1992 – dus voor haar is de radslag nooit een probleem geweest. Maar als docent acrobatiek aan het Lucia Marthas Institute for Performing Arts in Amsterdam is ze gewend de techniek uit te leggen aan mensen die de radslag nog niet beheersen – ja, dat komt ook voor bij soepele types als aankomende professionele dansers. En ja, ook die vinden het soms eng om eraan te beginnen.

2. De kracht die je nodig hebt in schouders, armen en rug train je door je armen recht onder je schouders op de grond te zetten, met de handen enigszins naar binnen gevouwen – als je de lijn van je vingers zou doortrekken, moet er een grote driehoek ontstaat. Strek nu de benen uit en krul de tenen naar voren, zodat je alleen op handen en tenen staat. Het maakt niet uit of de benen heel dicht bij elkaar staan of niet, wel moet bij deze oefening de bovenrug bol zijn, waardoor de buikspieren aangespannen worden. ‘Kruiwagen lopen’ is volgens Becks ook een goede oefening.

Als dit makkelijk gaat, ga dan rechtop staan en strek de armen en schouders helemaal omhoog, zo dat de bovenarmen tegen de oren staan. Zorg daarbij dat er spanning staat op het hele lichaam – die heb je nodig om een strakke radslag te maken.

3. Zet nu met een been een flinke stap naar voren, met de voet ‘gepunt’, oftewel gestrekt met de tenen naar beneden. Voor wie rechts is, is het rechterbeen het handigst. Zet vervolgens de handen in het verlengde van het been op de grond, met de handen weer enigszins naar binnen gevouwen, terwijl je bovenlichaam meedraait naar rechts. Blijf het lichaam aangespannen houden tot je weer met twee voeten aan de grond staat. Begin voorzichtig en laag, zodat je went aan de bewegingen, die als het goed is steeds meer één beweging worden. Een zachte ondergrond zorgt voor een veilig gevoel.

Probeer uiteindelijk de benen zo ver omhoog te krijgen dat ze verticaal boven de rest van het lichaam komen. Hoe langer je met het tweede been wacht, hoe verder de benen in de lucht uit elkaar kunnen, hoe mooier de radslag eruitziet.