Gifbom

Mohammed Benzakour is visser en doet verslag vanaf de waterkant. Deel 23: brief aan de zwaardvis.

Waarde zwaardvis, Dat vrolijke vismarktje, in die buitenwijk van Napels, een paar decennia terug, daar was onze eerste ontmoeting. M’n vingers streelden je machtige rug die als een zilveren torpedo in de zon blonk. Je ogen reflecteerden het blauw van de zee. Een magisch moment. De Golf van Napels had jou aan ons geschonken. Terwijl kinderen met je ontzaglijke speer speelden, sneed de van trots glunderende visboer jou in ronde, duimdikke plakken, beginnend bij de staart en langzaam, mootgewijs, richting de kop. De moten werden telkens iets groter en de toegestroomde Napolitanen zwaaiden opgewonden met hun koekenpannen zodat elke volgende moot voor de koekenpan was bestemd waarin de moot precies paste. Binnen enkele uren restte alleen nog je kop. Die nam de visboer mee naar huis, voor de soep. Je zwaard werd als ’n trofee gespijkerd aan de kraam. Die middag walmde de baklucht uit alle keukens. Dat waren nog eens tijden.

Tegenwoordig verdringt niemand zich meer om jouw vlees. Vandaag ben jij geen delicatesse meer. Vandaag ben je een rondzwemmende gifbom. Hoe dikker en langer je romp, hoe giftiger de doses kwik, microplastics en pesticiden die door je kieuwen stromen. Gif dat wij, mensen, in zee, jouw habitat, sodemieteren. Toen bedacht diezelfde mens: ‘Op de markt breng je nog weinig op, maar je kan wel een leuk kunstje!’ Dus worden aan de lopende band dikbuikige Ryanair-toeristen geronseld om grof geld neer te tellen voor een wervelende show. Voor die ene spectaculaire luchtsprong. En terwijl jij trekt en rukt en een strijd levert op leven en dood, schetteren zij zich een ongeluk met bier in de hand. Ze scheuren je bek open met een ijzeren punthaak, hijsen je bij de zwaard omhoog en snellen naar hun telefoon. Geilend in de cameralens, voor een stoere post op Instagram of Facebook, flikkeren ze je erna weer terug in zee. Met een bebloede smoel en een lijf in shock mag je weer rondzwemmen. Morgen wacht jou een nieuwe pose voor de camera.

Waarde zwaardvis, samen met Moby Dick schonk je ons de mooiste literatuur op aarde. Je was een mystiek schepsel met toverkrachten. Eeuwenlang werd je ritueel op grote schalen opgediend met ui en tomaat en voedde je hele dorpen, vrouwen, kinderen. Van je kop werd bouillon getrokken die vissersmannen moest aansterken tegen het geweld van de baren. Je zwaard sierde het achtersteven van boten om bij de goden geluk af te smeken tijdens de wrede jacht. Als na een woeste, soms dagenlang durende strijd de harpoen de geest uit jou wegkaapte, richtte je nog eenmaal je speer omhoog: ‘Eet, dit is mijn lichaam. Drink, dit is mijn bloed.’

Eens, lieve zwaardvis, eens was je de koning van de zee. Nu de hoer van Gran Canaria.