Opinie

Falling down

Marcel van Roosmalen

Opeens hingen er A4-papieren achter de glazen gevel van het kantoortje dat ik deel met andere zzp’ers, van wie de meesten er vaker niet dan wel zijn. Er stonden getekende afbeeldingen van poepende en plassende honden op. Groot rood kruis door de plas en poep. Ernaast in strenge blokletters: ‘Not here.’ De maker ging er alvast maar van uit dat hondenbezitters in het centrum van Amsterdam tegenwoordig ook al Engelstalig zijn.

We zaten er verdeeld tegenaan te staren.

Een van die honden leek niet eens op een hond, het was eerder een aap met een staart. Het was niet de tekening, maar de boodschap waar ik me voor schaamde. Zat ik hier nu echt achter glas met een verbodsbord naast m’n kop? Ik heb mensen die zich druk maken over hondenpoep altijd een beetje treurig gevonden. En hoe erg was dat probleem eigenlijk nog? Heeft dat zich ondertussen niet met boetes opgelost? Ik zie de laatste jaren geen drol meer liggen. Ik zie wel overal hondenbezitters achter hun beest aan sukkelen met zo’n plastic zakje met een lauwwarme boodschap erin. Die mensen is hun waardigheid al afgenomen, moesten die er bij het passeren van ons kantoortje nou echt nogmaals door ons aan herinnerd worden dat we ze in de gaten houden?

Ik was al begonnen met het lospeuteren van het stukje huisvlijt toen een kantoorgenoot, hij geeft beroepsmatig van alles vorm, mijn hand pakte om me tegen te houden.

„Niet doen!”, zei hij nogal dwingend. „Het gaat niet om de poep, maar om de plas.”

Hij zakte door de knieën en liet me de verweerde plekken op het glas zien en zei erbij hoe hij zich voelde, als hij achter het raam, ondanks zelfgemaakte verbodsborden toch weer een hond zijn behoefte zag doen.

Woe-dend!

Prima, de papieren bleven dus hangen.

„Ja, bingo!”, klonk het een kwartier later, gevolgd door een woedend geschuif van een bureaustoel.

Op straat werden een vrouw van middelbare leeftijd en haar hond, een King Charles-spaniël, geconfronteerd met lang opgekropt ongenoegen, waar ze merkwaardig hautain mee omging.

„Ik wist niet dat het hier niet mocht”, zei ze, „ik had die posters niet gezien.”

„Mevrouw, uw hond plast tegen een raam.”

Ze draaide zich om en sloot af: „Nou, we zullen het niet meer doen hoor.”

Mijn kantoorgenoot ging zwijgend achter zijn bureau zitten.

Wilde hij misschien koffie om deze vernedering, deze nieuwe nederlaag te verwerken?

Toen ik het bracht keek ik in de ogen van Michael Douglas als William – ‘D-FENS’– Foster in Falling Down (1993). Er is altijd een laatste druppel die de emmer doet overlopen, benieuwd hoe het met die hondenbezitter afloopt.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.