ECB plaveit de weg voor een stimulering in september

Centrale bank Mario Draghi laat de rente voorlopig ongewijzigd. Maar hij maakt de geesten wel rijp voor een stevig pakket stimuleringsmaatregelen na de zomer.

Mario Draghi donderdag tijdens de persconferentie over het rentebeleid.
Mario Draghi donderdag tijdens de persconferentie over het rentebeleid. Foto Ronald Wittek/EPA

De Europese Centrale Bank (ECB) heeft de weg vrijgemaakt voor verdere renteverlagingen en aanvullende maatregelen om de Europese economie te stimuleren. Daarmee zou de belangrijkste rente van de ECB, die nu al jaren op nul staat, op korte termijn negatief kunnen worden, waarschijnlijk al over zes weken, in september.

Dat blijkt uit het besluit van de ECB dat donderdagmiddag naar buiten is gebracht. Vooralsnog houdt de centrale bank de belangrijkste rentetarieven gelijk. President Mario Draghi van de ECB zei dat de rente in elk geval tot halverwege 2020 niet zal stijgen, en eerder nog verder zal dalen. Analisten verwachten dat in september, als het bestuur van de ECB weer bijeenkomt, een breed pakket maatregelen gepresenteerd zal worden.

Draghi zei op zijn traditionele persconferentie na afloop van de vergadering dat het bestuur van de ECB „de relevante comités van het eurosysteem” gevraagd heeft om te onderzoeken hoe de nieuwe stimuleringsronde er precies uit moet zien. Daarbij zal het hele pakket aan monetaire opties dat de ECB heeft onder de loep worden genomen: nog lagere rentetarieven, het gericht steunen van banken vanwege de steeds negatievere rentes die zij moeten betalen als ze geld stallen bij de ECB en weer beginnen met het opkopen van effecten (tot nu toe met name staats- en bedrijfsobligaties).

De balans van de ECB is sinds de financiële crisis van 2008 gegroeid met in totaal 2.600 miljard euro aan obligaties. Die aankopen zijn bedoeld om het rentebeleid te ondersteunen: door obligaties op te kopen, wordt ook de rente op langere termijn laag gehouden. In december was de ECB gestopt met nieuwe aankopen. Sindsdien zijn alleen bestaande obligaties vervangen. De algemene verwachting is nu dat de ECB in september weer actief de markt op zal gaan om leningen op te kopen en de 2.600 miljard euro verder te verhogen.

Slechte vooruitzichten

Draghi zei donderdag dat het lastig is om in deze tijden pessimistisch („gloomy”) te zijn. De groei is in een groot deel van de eurozone op orde, de werkloosheid staat lager dan ooit en de dienstensector draait voorspoedig. Tegelijkertijd is er ook reden tot zorg. Zo zijn de verwachtingen voor de productie in Duitsland erg slecht aan het worden en ook Italië, een andere grote producent in Europa, draait niet lekker.

Draghi noemde specifiek geopolitieke onzekerheden en de handelsoorlog als factoren die de economie in negatieve zin kunnen beïnvloeden. Maar het risico op een recessie in Europa is vooralsnog volgens Draghi erg laag.

Sommige analisten dachten dat de ECB al deze maand met een renteverlaging zou komen. Draghi zei dat de economische vooruitzichten weliswaar slechter worden, maar dat de ECB toch de nieuwe ramingen van september wil afwachten voordat het echt tot actie overgaat.

Draghi stond lang stil bij de rol die overheden hebben bij het aanjagen van de economie als die wat minder goed gaat draaien. „Monetair hebben we veel gedaan om de eurozone te ondersteunen en dat zullen we blijven doen. Maar als de economische situatie in de eurozone significant verslechtert, zullen ook overheden hun begrotingen moeten gaan inzetten”, aldus de ECB-president.

Volgens Draghi is dat geen nieuwe wens van hem: hij wees er zelf op dit in 2014 al te hebben gezegd. Maar de nadruk die hij legde op de verantwoordelijkheden die overheden hebben, was opvallend.

De hernieuwde monetaire stimulansen zijn nodig omdat de inflatie achterblijft bij de doelstelling van twee procent. Draghi zei dat hij „niet blij was” met de huidige inflatie en dat ook de verwachtingen op middellange termijn nog tegenvallen. Door een lagere economische groei kan de inflatie nog verder dalen.

Voor het eerst maakte de ECB-president ook duidelijk dat er binnen het bestuur van de ECB gediscussieerd was over het doel van inflatie. Economen discussiëren al langer over de vraag of de focus op twee procent nog wel zo zinvol is.

De mondiale economie, de vergrijzing en de flexibeler arbeidsmarkt drukken de inflatie omlaag. En dat maakt het lastiger, of zelfs onmogelijk, om met alleen monetaire middelen die twee procent te halen. Draghi haastte zich wel om te zeggen dat hij de huidige en de verwachte inflatie in de eurozone „te laag” vindt.