Opinie

Discriminatie is overal en dus ook binnen de politie

Het ontbreekt aan leiderschap bij de korpsleiding nu de politie wordt beschuldigd van discriminatie. Een hartenkreet van onderzoeker Bob Hoogenboom.

Confrontatie in 2015 tussen betogers en de politie bij het gemeentehuis van Geldermalsen over een aangekondigd asielzoekerscentrum
Confrontatie in 2015 tussen betogers en de politie bij het gemeentehuis van Geldermalsen over een aangekondigd asielzoekerscentrum ANP JEROEN JUMELET

Er is maatschappelijke ophef over discriminatie binnen en door de politie. Journalisten, vakbondsvoormannen, Control Alt Delete, Amnesty en anderen trekken ten strijde. En terecht. Net als zij gruw ik van onrechtvaardigheid. Van willekeur. Ik heb ruim dertig jaar lang les gegeven aan de Politieacademie. Ik geloof in artikel 1 van de Grondwet. Eenieder is gelijk voor de wet. Een artikel dat in ieder politiebureau hangt. Maar de juridische werkelijkheid is niet altijd gelijk aan de straat.

Intuïtief

Begin jaren negentig doceer ik aan de Politieacademie. Een groep toekomstige politieofficieren uit de West vraagt mij of hun opdracht ook intern mag worden uitgevoerd. In mijn bestuurskunde-onderwijs diende een netwerk-onderzoek te worden uitgevoerd. De politie werd ook toen al onderdeel van netwerken waarin het bestuur, maatschappelijk middenveld, burgers en bedrijfsleven met elkaar aan het rollebollen waren over de goede aanpak van veiligheid. In die netwerk-theorieën stonden macht, invloed, belangen en cultuur van verschillende ‘actoren’ centraal. De Antilliaanse en Arubaanse studenten wilden hun opdracht gebruiken om discriminatie van docenten en mede-studenten te verwetenschappelijken. Intuïtief zei ik ja. Er was iets van tegensputteren door wat we nu de oudere witte generatie docenten noemen, maar ik was jong en kom uit Rotterdam-Zuid. De studenten gingen voortvarend aan de slag. Dat was het.

In die jaren daarna zag ik zij-instromers komen: vrouwen, gekleurde medemensen, hogeropgeleiden. En ik ontmoet ze nog steeds. Nu in leidinggevende posities. Vrouwen die leidinggeven aan arrestatieteams. Marrokkaanse Nederlanders die op nationaal niveau leiding geven aan specialistische operaties. Turkse Nederlanders die ME-pelotons aansturen. Er zijn veel meer voorbeelden. In de dertig jaar dat ik door de politiewereld wandel zie ik wezenlijke veranderingen. In het midden van de jaren tachtig ging ik mee om voor een ploeg Chinees te halen. De rekening moet nog betaald worden. Borrels liepen steevast uit de hand en rechtschapen politiemensen stapten daarna in hun auto. Ik weet niet hoelang al wordt binnen de politie alleen maar fris geschonken.

Onderklasse

Is het daarmee allemaal pais en vree? Neen, zeker niet. We leven in een discriminatoire samenleving. Zie SCP-rapporten. Standaardwerken in de politiewetenschap benadrukken dat ‘het politieconflict’ met de onderklasse van de samenleving is. En die onderklasse is veelal gekleurd, jong en opstandig en soms experimenterend met geestverruimende middelen. Net als blanke studenten en beurshandelaren op de Zuidas. Maar die worden niet genoemd in briefings aan het begin van een dienst. Politiemensen in de binnensteden zijn de hele dag in conflict met de onderklasse. Het is niet zo’n fijn woord, maar wel wat het is.
Wij vragen politiemensen orde te handhaven in ambigue situaties. Hun ervaringswereld is niet die van jou en mij. In voorbije decennia liep ik diensten mee op de Kruiskade in Rotterdam of de Vlierbosdreef in de Bijlmer. In deze politiewerkelijkheid zijn er nu eenmaal conflicten met minderheden. Niet omdat de politiefunctionaris wakker wordt als witte boze man of vrouw, maar omdat 24/7 politiewerk anders is dan moreel verontwaardigde ‘Gutmenschen’ zich kunnen voorstellen. Deze ervaringen ‘kleuren’ politiemensen. Tegen deze achtergrond zou iemand eens de vraag moeten stellen hoe het komt dat zoveel publiekscontacten fatsoenlijk verlopen.

Defensief

We weten uit de politieliteratuur dat politiemensen in de wacht (backstage) racistisch, vrouwonvriendelijk, weinig overdenkend zijn en op straat (frontstage) primair neutraal handelingsgericht zijn. Maar niet altijd. Daar gaat de discussie nu om. Een paar observaties.

Hoe kan het dat diegenen die zichzelf als leidinggevend binnen de politie beschouwen niet altijd in staat zijn om normen over discriminatie te stellen in zijn/haar eigen team? Hoe kan het dat leidinggevenden niet in staat zijn om de samenleving te vertellen dat dagelijkse ervaringen deels kunnen verklaren wat er gebeurt? Hoe kan het dat leidinggevenden altijd maar defensief en verontwaardigd reageren op aantijgingen en geen leiding geven?
Hoe kan het dat de korpsleiding eerst nu ‘verordonneert’ dat in 168 teams gesprekken moeten worden gevoerd over hoe men dingen doet? Onder welke steen heeft de korpsleiding gelegen de afgelopen jaren?
Hoe kan het dat ‘de leiding’ niet meer ruimte biedt voor ‘inclusiviteit’. In arren moede worden nu ineens een paar gekleurde kanjers benoemd. Niet omdat het in het leiderschaps-DNA zit maar omdat de ‘top’ tegen de muur staat door terechte verontwaardiging. Een van hen is Martin Sitalsing, deze maand benoemd tot politiechef Midden-Nederland. Hij is buiten de boot gevallen tijdens de reorganisatie in 2013. Dat was niet kies. Het is natuurlijk goed dat hij nu wél is benoemd, maar hoe strategisch was de top de afgelopen zes jaar? Nu retweet de korpschef ‘trots’ dat Ramon Arnhem teamchef is geworden in IJsselland. Waarom nu wel? En waarom zat dit denken niet in het leiderschaps-DNA in de afgelopen jaren? Hoe kan het dat ‘de leiding’ niet een paar strategische lijnen uitzet naar de toekomst?

Pispaal

De grote vraag is: heeft iemand een plan? Ik kan me niet onttrekken aan het idee dat de leiding maar wat doet. In de week nadat een coach een boekje opendoet komt de strategische top (een contradictio in terminis) bijeen om over ‘ondermijning’ te praten. Toch een strategisch vraagstuk van de eerste orde. Maar men komt er niet aan toe. De politie - in de onnavolgbare definitie van vakbondsman Jan Struijs - ‘is een emotionele organisatie met een paar rationele principes’ en dat blijkt ook uit die vergadering.
De top is verdeeld. De top heeft geen clou. De top is angstig. De top heeft zichzelf niet in de hand. De top zet geen lijnen uit. De troepen - de enige constante factor in het geheel - zijn dag in en dag uit waakzaam en dienstbaar maar zijn de pispaal van de discriminatie-verontwaardiging. Ja, er zijn foute politiemensen. Ja, er zijn populistische nitwits in de blauwe wereld. Discriminatie is overal en dus ook binnen de politie. In de wacht en op straat gaat de politie daar overwegend goed mee om. En ja het is waar dat dit nog beter kan, maar dat vereist leiderschap dat we echter met een zaklampje moeten zoeken. In de tussentijd wordt voor de bühne een aantal cosmetische ingrepen gedaan.

De Veiligheidscolumn wordt geschreven door deskundigen uit de politiewereld. Bob Hoogenboom is hoogleraar fraude en regulering aan Nyenrode. Samen met Marc Schuilenburg geeft hij het mastervak ‘Politie en Veiligheid’ aan de VU.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.