De Snijtafel moet nu voor zijn eigen inkomsten zorgen

online tv De VPRO stopt met het programma De Snijtafel. Maker Kasper Jansen zet nu in op crowdfunding. En voordelen zijn er ook: het mag nu in het Engels.

Programmamaker Kasper Jansen in De Snijtafel. Afleveringen worden gemiddeld zo’n 30 tot 40 duizend keer bekeken.
Programmamaker Kasper Jansen in De Snijtafel. Afleveringen worden gemiddeld zo’n 30 tot 40 duizend keer bekeken.

Na ruim twee jaar stopt de VPRO met het online-programma De Snijtafel. In het programma wordt kritiek geleverd op media, zoals afleveringen van De Wereld Draait Door, Nieuwsuur maar ook De Luizenmoeder of een column wordt ontleed. „Ik wil dat ik goede dingen zie als ik de tv aanzet”, zegt programmamaker Kasper Jansen over zijn drijfveer.  

Het format is even simpel als doeltreffend: zin voor zin wordt door Jansen en een wisselende gastspreker een programma ontleed, geïnterpreteerd en bekritiseerd. Mettertijd evolueerde het programma van, soms komische, tekstkritiek op muziek, naar serieuzere en zwaardere kritiek op politieke toespraken. Jansen fungeert met zijn programma als ongevraagde ombudsman van „populaire cultuur”. Naar de aflevering waarin Jansen de ‘ons kent ons’-sfeer in DWDD aan de kaak stelt keken 350.000 mensen. Doorgaans levert een video zo’n 30 tot 40.000 views op.

YouTube is een kweekvijver voor talent en De Snijtafel is al een bestaand, en af product, zo interpreteert Jansen het besluit van de VPRO om te stoppen. „De VPRO heeft De Snijtafel de afgelopen twee jaar met liefde ondersteund, maar wil nu ook weer ruimte bieden voor nieuwe talenten”, verklaart de omroep zelf. Dus moet De Snijtafel vanaf nu zichzelf zien te bedruipen.

Het stoppen met een online programma lijkt niet te stroken met de plannen van minister Slob (Media, CU) die hij in zijn langverwachte mediabrief aankondigde. Slob wil de eis dat programma’s en de bijbehorende budgetten primair voor televisie bedoeld zijn loslaten. „De omroep krijgt meer flexibiliteit om kijkers te bedienen waar ze zitten. Het mag ook online. Als een programma daar het beste tot zijn recht komt”, aldus de minister eerder tegenover NRC.

Het vermarkten van online kopij is een probleem dat meer YouTubers parten speelt. Reclame-inkomsten van YouTube leveren zo’n één euro per duizend views op. Een doorsnee Snijtafel-aflevering zou dan slechts veertig euro opleveren. Daarom gaan YouTubers op zoek naar andere verdienmodellen: zoals het aanprijzen van producten in video’s of het opzetten van een merchandise-lijn. Jansen: „Maar ik heb een ontzettende hekel aan reclame. Teveel verdienmodellen hangen daar van af. Het gaat ten koste van je integriteit.”

Dus zet hij nu in op crowdfunding. Jansen schat in dat maandelijks minimaal tweeduizend euro nodig is voor het voortbestaan van zijn programma. Een aanzienlijke vermindering in vergelijking met het honorarium dat de VPRO uitkeerde. „Ik heb niet gekeken naar wat ik graag zou willen verdienen, meer naar wat ik nodig heb om niet opnieuw bij een callcenter aan de slag te gaan”.

Voordeel van het afhaken door de VPRO is dat Jansen zijn onderwerpen weer vrijelijk mag kiezen. De VPRO had als voornaamste eis dat behandelde onderwerpen Nederlands waren. Jansen: „Een intellectueel als Jordan Peterson kon ik daardoor niet behandelen. Hij is geen Nederlander, maar wel populair in Nederland. Ik zou dat graag in het Engels behandelen, zodat het zich ook internationaal kan verspreiden.”

Vaker kiezen online programmamakers, met name in podcastland, om ‘offline te gaan’ in een theaterzaal. Zo staat Man Man Man, de podcast begin 2020 in een uitverkocht TivoliVredenburg. Populaire podcasts als Pod Save America en My Favorite Murder trekken volle zalen met tickets duurder dan honderd dollar. Jansen denkt echter dat een live-opname bijwonen van De Snijtafel niet interessant is. „Opnames duren vaak langer dan drie uur”.

Maar sinds kort is de première van een nieuwe aflevering in debatcentrum De Balie. „Dat is als het ware onze offline variant. We vertonen eerst de aflevering. Dan gaan we in discussie met het publiek”, zegt Jansen. In de meest recente aflevering behandelde Jansen een stuk van Volkskrant-columnist Erdal Balci. In De Balie was Balci aanwezig. „Het is de eerste keer dat de bekritiseerde live weerwoord gaf, dat vond ik heel sportief.”

Jansen geeft toe dat hij werkt vanuit een bepaalde frustratie. „Met het programma heeft uiteindelijk iemand er iets van gezegd”, zegt hij. „En het is ook wel fijn dat ik dat dan ben geweest.”