Beeldhouwen als hobby - ‘Als ik niet hak, ben ik niet happy’

Hobby Beeldhouwen kost tijd. Daarom is het vooral populair onder senioren. „De vorige keer maakte ik een poema. Maar de rest zag er een dolfijn in.”

Cursisten polijsten de stenen in de branding. Daarna gaan ze aan het werk aan lange tafels op het strand van Scheveningen.
Cursisten polijsten de stenen in de branding. Daarna gaan ze aan het werk aan lange tafels op het strand van Scheveningen. Foto Folkert Koelewijn

Vier vrouwen en een man zitten op het Scheveningse strand aan een tafel met daarop brokken steen, zo’n dertig bij twintig centimeter groot en roze, bruin of grijs van kleur. „Kies een steen die je aanspreekt”, zegt docent Marianne den Otter, terwijl ze haar witte zonnehoed rechttrekt. „Een steen waar je de hele middag mee verbonden wilt zijn.” De stenen worden doorgegeven, rondgedraaid en geaaid. Na een paar minuten heeft iedereen er een gekozen.

De groep doet deze zaterdag de workshop beeldhouwen van 60plusEndus, een organisatie die workshops, dagtochten en reizen voor zestigplussers aanbiedt. Den Otter tikt tegen een paar stenen. „Hoe doffer een steen klinkt, hoe zachter die is. Omdat deze dag voor zestigers is, werken we vandaag met speksteen, een zachte steensoort. Dat is niet zo intensief als een harde steen.” Bij harde steensoorten zijn hamer en bijtel nodig, bij speksteen volstaat een rasp. Maar eerst moet bedacht worden wat de stenen moeten gaan voorstellen.

„Oh steen, wat ga je worden?”, zegt Elly Boersma (65) uit Arnhem. Ze kijkt met gefronste wenkbrauwen naar de roze, Chinese speksteen in haar handen. „Een soort maskertje, een gezichtje”, besluit ze dan. „Ik maak iets abstracts, dan is het in ieder geval op tijd af”, zegt Joke de Vries (70) uit Nieuw-Vennep. Net als de meeste deelnemers deed De Vries al eens eerder een cursus beeldhouwen. „Toen maakte ik een poema. Maar de rest van de groep zag er een dolfijn in.” Ze is hier vandaag samen met haar zus. „Zij maakt een indiaan, ze zag meteen een verentooi in die steen.”

De werktafel vol raspen en borstels – om het steengruis weg te vegen – staat op het zand, vlak voor een strandtent. Terwijl de groep in de weer is met zonnebrand legt Den Otter de werkwijze uit. Eerst de hele steen gladmaken. Daarna met een grote rasp de vorm aanbrengen die je wilt. „Bedenk dat je samenwerkt met een steen van miljoenen jaren oud”, zegt ze. „Beeldhouwen is een magisch proces waarin je je verbindt met de schepping.” Met kleinere raspen kun je fijnere lijntjes en details aanbrengen, zoals een gezicht. Dan moeten de stenen nog gepolijst worden met schuurpapier, eerst droog en daarna in de zee. Den Otter: „Dan verschijnen pas alle prachtige kleuren die in de stenen verborgen zitten.” Tot slot worden de beelden, met een badstof sok om de hand, in de was gezet en uitgewreven.

Docent Marianne den Otter (met witte hoed) polijst met de cursisten de stenen in de branding. Daarna gaan ze aan het werk aan lange tafels op het strand van Scheveningen.
Foto’s Folkert Koelewijn

Na tien minuten zit overal steengruis – in gezichten, in oren, in de koffie. De gesprekken verstommen, iedereen richt zich op zijn steen. Germa Morshuis (64), voormalig orthopedagoog en nu met prepensioen, maakt een staande vrouw. Eerder maakte zij al eens een abstract beeld. „Toen ik nog kleine kinderen had en werkte, had ik echt geen tijd om uren met een steen bezig te zijn. Maar nu wel.”

Lange adem

Dat is ook een belangrijke reden waarom beeldhouwen voornamelijk populair is onder senioren. Beeldhouwen kost tijd, en ouderen hebben daar vaak genoeg van. De Vries en haar zus volgen de workshop omdat ze „gewoon een leuk dagje uit” willen. Dat geldt voor de meerderheid van de groep. Andere deelnemers geven als bijkomende reden dat beeldhouwen ontspannend is, dat ze nieuwe mensen willen leren kennen of dat ze op zoek zijn naar een nieuwe hobby.

De Stichting voor Kunstzinnige Vorming in Rotterdam geeft aan dat het overgrote deel van hun beeldhouwcursisten zestigplusser is. Bij de Beeldhouwschool in Amsterdam geldt dat voor ongeveer de helft; in de avonduren komen ook veertigers en vijftigers. Hetzelfde geldt voor Werk in Steen in Utrecht. „Ik heb één cursist van twintig, dat is echt een uitzondering”, zegt eigenaresse Fieke de Roij, „beeldhouwen trekt geen jong publiek.”

Daarover maakt De Roij zich weleens zorgen. Waar zijn de jongere beeldhouwers die haar over tien jaar opvolgen als docent? Bij de Utrechtse Steenbeeldhouwers, een club van professionele beeldhouwers, is De Roij met haar 57 jaar een van de jongsten.

Anders dan bij de cursus op het strand duren de cursussen van De Roij zo lang als de deelnemer zelf wil. Sommigen komen al twaalf jaar elke week. Wat brengt dat mensen? De Roij: „Ontspanning, onder andere. Het repeterende hakken heeft iets meditatiefs, je komt in een flow.” Dat komt ook door de focus die nodig is. Tijdens het beeldhouwen kun je niet kletsen of denken aan wat je vanavond gaat eten. „Dan sla je een verkeerde hoek of op je duim.”

Bij de cursus op het strand merkt Morshuis die ontspanning ook. „Beeldhouwen maakt mijn hoofd lekker leeg. Ik ben alleen maar bezig met wat ik aan het maken ben.” Toch is zij hier vandaag voornamelijk om een vrolijke dag te hebben.

Dat zie je vaker bij korte cursussen, volgens De Roij. Bij langere cursussen draait het meer om de passie voor het materiaal. Soms moet je bij het hakken een lange adem hebben. „Steen is ontoegankelijk materiaal, dat het je vaak niet makkelijk maakt. Maar uiteindelijk geeft de steen iets terug.” Ja, dat kan een echte kick geven.

Foto’s Folkert Koelewijn

Er zijn mensen die zich volledig toeleggen op techniek. Op de ambachtelijke manier van het hakken van letters, bijvoorbeeld in grafstenen en monumenten. Of op het maken van ingewikkelde geometrische vormen. Zoals een möbiusband, een soort gedraaide lus. Het is dan een kunst om je beeld in balans te houden, en te zorgen dat de steen niet breekt.

Wout Epping (84) uit Leersum houdt van mensfiguren beeldhouwen. Zo’n zachte speksteen vindt hij te braafjes. Hij werkt graag met harde steensoorten, marmer en Belgisch hardsteen zijn favoriet. „Ondanks mijn leeftijd wil ik fysiek wel een beetje uitdaging.” Ook werkt hij met harde houtsoorten – taxus, goudenregen, eiken. „Beeldhouwen kan ook heel goed in hout”, zegt hij. Plekken waar ooit een tak heeft gezeten, zorgen voor uitdaging. De structuur van het hout verandert daar. Epping: „Dan is het echt even uitkienen hoe je het glad houdt.”

Fijne motoriek

Epping begon met beeldhouwen in 1993. Hij was toen twee jaar met pensioen, na een carrière in de bouw en het leger. Zijn vrouw wees hem op een advertentie van een introductiecursus, omdat hij sinds zijn pensioen veel thuis zat. Nu beeldhouwt hij als het even kan drie ochtenden in de week. „Als ik niet hak, ben ik niet happy”, zegt hij. „Even concentreren, mijn eigen projectje, lekker met mijn handen werken.” Samen met dertig anderen deelt hij een werkruimte in Leersum. Ze werken zelfstandig, maar geven elkaar tussendoor feedback.

Docent Marianne den Otter (met
witte hoed).
Foto Folkert Koelewijn

Het trotst is hij op het beeld van zijn vrouw dat hij ruim tien jaar geleden maakte. Epping wist al een tijd niet wat hij met een stuk taxus aan moest. „Tot ik de laatste foto bekeek die gemaakt was van mijn vrouw, die inmiddels helaas was overleden.” De foto diende als model. Het beeld van zijn zittende vrouw heeft inmiddels een ereplaats in zijn woonkamer.

Op het strand is het na zes uur tijd om op te ruimen. De laatste beelden worden uitgewreven, witte strepen uit de gezichten geveegd. De groep bekijkt elkaars beelden. Het beeld van de man, abstract met golvende welvingen naar boven, is technisch het indrukwekkendst. Den Otter: „Hij was vroeger tandarts, die zijn altijd goed in beeldhouwen.” Zij zijn gewend aan werken met gereedschap en hebben een fijne motoriek. De indiaan is uiteindelijk een farao geworden. En de staande vrouw van Morshuis lijkt met de wijde mantel een beetje op een Mariabeeld. Morshuis: „Daar heb ik eigenlijk niks mee, maar goed.” Boersma is trots op haar maskertje. „Het gezicht is niet helemaal symmetrisch, maar niemand is perfect.”