Opinie

Ze hadden zich gewoon verstopt

Marcel van Roosmalen

Sinds er tegenover mijn huis een ‘hotel’ zit, een tijdelijke opbergplaats voor minder vermogende toeristen, dat vooral gefrequenteerd wordt door Oost-Europeanen die denken dat ze in een buitenwijk van Amsterdam zitten, houd ik de toeristenstroom in de gaten.

En de toeristen ons, want het plastic bankje op het strookje grint kijkt uit op onze woonkamer.

Soms zwaai ik, als er weer zo’n ongelukkige tot diep in de nacht rokend naar zijn telefoon zit te staren. Af en toe raap ik er weleens eentje op als hij half kotsend uit de laatste sprinter is gevallen. Behalve een euro toeristenbelasting verdient ‘onze’ kleine gemeenschap hier niets aan, de uitbaters en de warme bakker uitgezonderd.

Ik heb inmiddels hele fantasieën bij deze mensen, als ik ze bezakt en bepakt van en naar het station zie marcheren. Ik stel me voor dat ze door heel Europa reizen en dan altijd op plaatsen waar net niets gebeurt landen. Voorsteden van Parijs, een dorp bij Brussel, een keet naast een vliegveld op dertig kilometer van Londen.

Wat voor beeld heb je dan van Europa?

Met wat voor verhalen kom je dan thuis?

Gisteren, de oudste dochter en ik achtervolgden een van onze nieuwe katten op haar ontdekkingstocht rondom het huis, zag ik opeens zes van die jongens in verwassen sportkleding in het plantsoen naast het betonnen huisje staan waar de inwoners meestal tegenaan gaan staan pissen als de kroegen gesloten zijn.

Ze stonden een joint door te geven.

Ik vond het een aandoenlijk tafereel. Het deed me denken aan het Velp waarin ik opgroeide. Stiekem roken achter het muurtje bij de handbalvereniging, iemand op de uitkijk uit angst dat een buurman of kennis het zou zien en het tegen de trainer of een van de ouders zou zeggen.

O, nou keken ze ook mijn kant op.

Eentje keek zelfs zo schichtig dat ik dacht dat het maar beter was om ze op hun gemak te stellen. Zo van: het is legaal, je hoeft hier om te blowen niet tussen de brandnetels en de hondenpoep te gaan staan. En al zou het niet mogen: de kans dat de wijkagent juist nu op zijn mountainbike voorbijkomt is nihil, die heeft nog nooit iemand op heterdaad betrapt.

Dus ik naar die jongens toe, dochter aan de hand.

Ze kwamen uit Slowakije, een land beroemd om zijn kalksteengrotten, ze vonden Nederland een prachtig land en dat ze in het plantsoen stonden had niets met dat blowen te maken. Ze hadden zich gewoon verstopt.

Dat deden ze in Slowakije ook weleens.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.