Nieuwe minister moet op Pentagon puinruimen en invloed herwinnen

Regering-Trump Het Pentagon heeft na maanden onzekerheid weer een echte minister. Krijgt landmachtveteraan en ex-lobbyist Mark Esper het departement weer op orde?

Mark Esper en zijn vrouw in het Oval Office, waar hij door president Trump werd beëdigd als minister van Defensie.
Mark Esper en zijn vrouw in het Oval Office, waar hij door president Trump werd beëdigd als minister van Defensie. Foto Nicholas Kamm/AFP

Zeven maanden nadat Jim Mattis met een boze ontslagbrief opstapte als minister van Defensie, wordt het Pentagon sinds dinsdag weer geleid door een volwaardig bewindspersoon. Met een ongebruikelijk ruime meerderheid (90 om 8 stemmen) ging de Senaat akkoord met de voordracht van Mark Esper (55) als nieuwe minister. „Dat is een stemverhouding die we niet gewend zijn, Mark”, grapte president Trump tijdens Espers beëdiging. „Ik moet zeggen: gefeliciteerd.”

Esper kreeg mede zulke brede steun, omdat senatoren een eind wilden aan een ongekend lange periode van interim-bestuur op het departement. Een eerder door Trump voorgedragen kandidaat trok zich in juni terug na berichten over huiselijk geweld. Op het ministerie en bij de verenigde chefs van staven zijn meerdere sleutelposten vacant. „Ik wil de toplaag van het Pentagon zo snel mogelijk invullen”, zei Esper tijdens de hoorzittingen over zijn voordracht.

Lees ook deze analyse over de verdeeldheid binnen de regering-Trump over Iran

De nieuwe minister kent het ministerie, de krijgsmacht en het militair-industrieel complex goed. Als landmacht-militair deed Esper oorlogservaring op in de eerste Golfoorlog (1990-’91). Na zijn diensttijd ging hij in Washington aan de slag als stafmedewerker van Republikeinse Congresleden en als beleidsambtenaar op het Pentagon. Na een uitstap naar het bedrijfsleven als lobbyist voor defensiebedrijf Raytheon, keerde hij in 2017 terug op het departement als minister voor de Landmacht.

Vragen over lobbyverleden

Zijn tijd bij Raytheon (vooral bekend als maker van Tomahawk- en Patriot-raketten) leidde tijdens de hoorzittingen tot kritische vragen van linkse Democraten. Elizabeth Warren, een van de kansrijkere gegadigden voor de Democratische presidentskandidatuur, ondervroeg hem streng. Warren, die zeer kritisch is over de verwevenheid tussen bedrijfsleven en politiek, eiste dat hij als minister zelf geen besluiten zou nemen die raken aan Raytheon. Esper weigerde dit, terwijl hij in 2017 zo’n toezegging nog wel deed.

Voor Warren en nog zeven Democraten was dit reden tegen hem te stemmen, maar veel van hun partijgenoten steunden zijn voordracht wel. Esper wist hen gerust te stellen door enige afstand te nemen van de isolationistische koers van Trump. Zo zei hij waarde te hechten aan bondgenootschappen, zoals de NAVO, en aan internationale verdragen. Over de huidige spanningen met Iran zei hij dat deze een „terugkeer naar de diplomatieke kanalen” vereisen.

Gematigder dan haviken

Zulke gematigde standpunten kunnen botsen met die van haviken binnen Trumps regeringsploeg, met name nationale veiligheidsadviseur John Bolton en buitenlandminister Mike Pompeo. Sowieso wordt het voor Esper een uitdaging om de invloed ter herwinnen die het Pentagon verloor binnen Trumps veiligheidsteam na Mattis’ vertrek.