Opinie

Geveinsde authenticiteit

Ilja Leonard Pfeijffer

In het jaar 2001 was ik uitgenodigd voor het poëziefestival Poetry Africa in Durban, in Zuid-Afrika. Ik kan daar veel over vertellen, het was een schitterend festival en het heeft in sommige opzichten mijn leven veranderd, maar het gaat mij nu even over die ene middag toen de dichters werden meegenomen op een toeristische excursie. We gingen naar de natuur en toen ook nog naar een echt Zoeloedorp, dat conform onze verwachtingen in die natuur gelegen was. Ik zou de naam van hun volk graag met twee u’s spellen, zoals in bijna alle andere talen, dat lijkt me respectvoller, maar het Nederlands vereist twee oe’s, ik kan er ook niets aan doen.

De Zoeloes kwamen in volle Zoeloe-uitrusting uit hun Zoeloehutten en voerden speciaal voor ons een authentieke Zoeloekrijgsdans op. Er werd toegang geheven voor het dorp, er waren souvenirs te koop en de fiere krijgers trokken aan het eind van de dag hun spijkerbroeken en voetbalshirts weer aan om met de brommer terug te gaan naar hun huizen in de buitenwijken van Durban.

Authenticiteit is een kwestie van vraag en aanbod. Toeristen willen hun verwachtingen en vooroordelen bevestigd zien en als er vraag is naar een bepaald type authenticiteit, dat allang niet authentiek meer is, zal die vraag ten gelde worden gemaakt en aanbod genereren.

Ik las een oud maar nog altijd onthullend essay uit The Guardian van 6 september 2009 over het lot van de trotse en o zo fotogenieke Masai in Tanzania. Ook zij leven in de natuur en die natuur is zo mogelijk nog fotogenieker dan zij, wild en vol wilde dieren, de natte droom van iedere safariliefhebber.

De regering van Tanzania heeft sinds het begin van deze eeuw een ontwikkelingsplan voor het land in werking gesteld, waarin een kwart van het grondgebied wordt getransformeerd in beschermd natuurgebied. De exploitatie van deze wildreservaten wordt in handen gegeven van toeristenorganisaties uit het Westen en aan rijke Arabieren uit de Golfstaten. Er wordt natuurlijk officieel niet gejaagd, zelf niet door de rijke Arabieren. Op papier is het allemaal uiterst verantwoord en ecologisch.

Maar die Masai vormen een probleem voor dit lovenswaardige ontwikkelingsproject. Ze lopen in de weg. Dus worden ze verjaagd van hun land. Ze zijn welkom in de luxe resorts om koffers te dragen, te dansen en te poseren voor foto’s, maar hun dorpen worden door de privébewakers en de lokale politie platgebrand en als ze in het droge seizoen met hun vee bij een vijfsterrenhotel om water komen smeken, worden ze in elkaar geslagen. Het verdienmodel is gebaseerd op de wilde dieren. Die dieren zijn veel waardevoller dan arme mensen met hun vieze, schamele vee.

De touroperators willen hun klanten de gedroomde authenticiteit bieden van ongerepte wildernis waarin de Big Five voor het oog van camera’s en geweerlopen vrij rondscharrelt. Een dansje van gewassen en opgedirkte Masai ’s avonds in het hotel past in dit plaatje, maar de werkelijke authenticiteit van nomaden die zich in de wildernis in leven proberen te houden en die het gebruik van het land als een erfrecht beschouwen, is een hindernis bij de creatie van deze droom.

Ilja Leonard Pfeijffer vervangt Frits Abrahams tijdens de vakantie.