Gemeente mag winkels weren van woonboulevard

Stadscentra Net als veel andere gemeenten verplicht het Groningse Appingedam winkels zich in de binnenstad te vestigen, om te voorkomen dat die leegloopt.

De binnenstad van Appingedam.
De binnenstad van Appingedam. Foto Kees van de Veen/NRC

De gemeente Appingedam mag winkels verplichten zich in het centrum van de stad te vestigen. De Groningse gemeente heeft volgens de Raad van State voldoende duidelijk gemaakt dat zo’n vergaande maatregel geoorloofd is om de binnenstad leefbaar te houden. Met de uitspraak van de hoogste Nederlandse bestuursrechter komt een einde aan een juridische strijd die bijna tien jaar heeft geduurd.

In Nederland is het heel gebruikelijk dat gemeenten in bestemmingsplannen vastleggen waar winkels zich wel en niet mogen vestigen. Op die manier kunnen ze voorkomen dat winkels de dure binnensteden verlaten om zich te vestigen op de veel goedkopere plekken aan de randen van een dorp of stad. Wel wordt vaak een uitzondering gemaakt voor verkopers van „volumineuze” goederen, zoals tuincentra, meubelzaken en keukenverkopers. Zij mogen ook een winkelpand op een woonboulevard betrekken.

Lees ook de reportage die NRC eerder over deze kwestie maakte: Angst voor een uitgestorven binnenstad

De zaak in Appingedam draaide om een vestiging van kledingketen Bristol, die zich op zo’n boulevard wilde vestigen. De gemeente heeft altijd geweigerd daaraan mee te werken. Als één winkel toestemming zou krijgen om het stadscentrum te verlaten, zou de rest snel volgen, was de vrees. Met een uitgeholde binnenstad tot gevolg.

Vrije vestiging

De verhuurder van de ruimte vocht dat verbod aan, tot de hoogste Europese rechter aan toe. Winkels zijn volgens de Europese wet een dienst, zo was de redenering, en dienstverleners mogen zich volgens de in 2010 ingevoerde Europese Dienstenrichtlijn vrij vestigen. Het Europees Hof voor Justitie ging daarin mee, maar stelde ook dat Appingedam om „dwingende redenen” mag afwijken van de regels.

De afgelopen maanden moest de gemeente daarom aantonen dat vrije vestiging van winkels de levendigheid van de binnenstad zou aantasten en dat er geen andere, minder beperkende maatregelen zijn die Appingedam ook zou kunnen inzetten. Daarin is de gemeente volgens de Raad van State, die de uiteindelijke uitspraak moest doen, nu geslaagd.

Een voorloper

Hoewel de uitspraak van de hoogste bestuursrechter in principe alleen betrekking heeft op Appingedam, zien kenners de zaak als een belangrijke voorloper. In Nederland lopen enkele tientallen vergelijkbare zaken waarin nog uitspraak moet worden gedaan. Als Appingedam, dat in een krimpregio én in aardbevingsgebied ligt, met zijn uitgebreide onderbouwing al geen toestemming zou krijgen, wie dan wel?

Dat de Groningse gemeente nu toestemming krijgt om te sturen waar winkels zich vestigen, wil overigens niet zeggen dat andere gemeenten dat ook mogen. Door de uitspraak van het Europees Hof zal élke gemeente met een woonboulevard opnieuw moeten kijken of ze goed genoeg uitleggen waarom ze winkels verbieden zich vrij te vestigen. Uit een steekproef van de Universiteit van Amsterdam bleek onlangs dat de meeste gemeenten daar nog onvoldoende in slagen.