Opinie

Er doemen harde grenzen aan de groei op, voor iedereen

Klimaat

Commentaar

Wie zich afvraagt hoe het deze week opeens zóveel warmer kan worden, is geholpen met de scenario-webpagina van het KNMI. Daarop staat de nabije toekomst van ons weer wetenschappelijk verantwoord samengevat in een aantal plausibele varianten. Grote lijn: hogere temperaturen, een sneller stijgende zeespiegel, nattere winters, heftigere buien en kans op drogere zomers.

Over een aantal decennia is gemiddeld Nederlands (zomers) weer ongeveer dat wat we nu op vakantie in de omgeving van Bordeaux meemaken, 1.000 kilometer zuidelijker. De veranderingen gaan geleidelijk maar toch vrij consequent nu al die richting uit. Na de droge zomer van 2018 en de gemiddeld tegenvallende neerslag tot nu toe, is er in de natuur nu al sprake van onherstelbare schade.

Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten rapporteren deze week in het oosten van het land het verdwijnen van diverse diersoorten door de droogte. We raken daar vlindersoorten kwijt, sommige planten, insecten, reptielen en vissen. Volgens het NOS-journaal staan de sparren, coniferen en eiken in het oosten van het land na twee droge jaren al op omvallen. En wordt het daar tijd voor droogteminnende boomsoorten.

Door de afname van de biodiversiteit zullen we verder rekening moeten gaan houden met meer ‘plaagbeestjes’ als de eikenprocessierups. Denk aan de buxusmot en de (reuze) hyalomateek. Binnenkort wordt de Aziatische tijgermug verwacht. Ook kan er op een langer hooikoortsseizoen worden gerekend.

De wereld verandert dus waar we bijstaan. De Nederlandse reflex om Europese milieuregels te ‘compenseren’, zodat alles bij het oude kan blijven, is door de recente strenge stikstofuitspraak van de Raad van State afgestraft. Er blijken dus daadwerkelijk harde grenzen aan de groei te zijn. Er moeten politiek duidelijke keuzes gemaakt worden. Dat heeft echte gevolgen. Verbreding van de A27 bij het Utrechtse Amelisweerd? Het zit er niet meer in. Honderden bouwprojecten zijn onzeker geworden: wegen, bedrijventerreinen of woonwijken. Verdere uitbreiding van de intensieve veeteelt, willen we dat echt? De tijd van ‘en en’ lijkt definitief voorbij. Overheden zullen moeten gaan kiezen tussen uitstoot door varkens en koeien of door auto’s.

Illustratief waren de interviews die Hans Alders, oud-voorzitter van de Omgevingsraad Schiphol, en KLM-topman Pieter Elbers dit weekend gaven. Volgens Alders ‘maakt het klimaatvraagstuk alles anders’. Dàt gaat de grenzen stellen, veel meer dan veiligheid of leefbaarheid (geluid), meent hij. Er staan ‘echte keuzes’ voor de deur, zoals ‘niet meer vliegen tot 750 km’. De toekomst van KLM is waarschijnlijk die van een vooral intercontinentale vliegmaatschappij, die z’n Europese passagiers per trein aan- en afvoert. Elbers legde in Trouw de ‘Fly Responsibly’ campagne van KLM uit – vliegen ‘doe je met mate’, duurzaam en bewust, net als drinken. En ‘vliegen op Londen’ hoort daar niet bij. „Misschien kunt u ook de trein nemen?” wordt daarin gevraagd.

Nu is het altijd de vraag of zulke uitingen geen groene retoriek zijn, vooral bedoeld om de kerosinedamp te maskeren. Het klinkt in ieder geval als winst. Onder druk wordt alles vloeibaar, luidt een bekende politieke wet. Maar als het zo warm wordt is dat ook reden om niet terug te schrikken voor echte aanpassingen in wonen, reizen en werken. Voor het weer hoeven we straks in ieder geval niet meer naar Bordeaux.