Elke dag vrachtwagens vol slib dat nergens heen kan

Zuiveringsslib Het slib dat overblijft na rioolwaterzuivering kan bijna nergens heen. Er was al weinig ruimte om alle slib in speciale ovens te verbranden en nu het Afval Energie Bedrijf grotendeels stilligt, zien waterschappen zich genoodzaakt het slib te storten.

Rioolwaterzuiveringsinstallatie in Zwanenburg.
Rioolwaterzuiveringsinstallatie in Zwanenburg. Foto Nils van Houts/ANP

Nu het Afval Energie Bedrijf (AEB) in Amsterdam voor meer dan tweederde stil ligt, ontstaat voor met name één soort afval een nijpend probleem: slib. Het slib uit de elf rioolwaterzuiveringen in en rond Amsterdam kan al weken nergens naartoe.

Het AEB is een van de slechts drie ovens in Nederland waarin zuiveringsslib verbrand kan worden. Dat slib is een modderige, stinkende substantie die overblijft bij elke rioolwaterzuiveringsinstallatie (rwzi). Dat slib bestaat vooral uit bacteriën, en bevat ook veel fosfaat en metalen. Het mag in Nederland in principe niet gestort worden, niet op boerenland worden uitgereden, en niet geloosd.

De elf rwzi’s van het waterschap Amstel, Gooi en Vecht, van Amsterdam tot Hilversum, produceren elke dag acht vrachtwagens vol slib. Die wagens kunnen bijna nergens meer heen. Want ook de twee andere installaties die zuiveringsslib verbranden, hebben geen capaciteit over.

Het waterschap heeft zelfs geen plek om het slib op te slaan. Er is nog slechts voor „een kleine twee weken” tijdelijke slib-opslag beschikbaar, aldus het waterschap. „We doen er alles aan om te zorgen dat de rwzi blijft draaien, en te voorkomen dat het oppervlaktewater vervuild raakt”, zegt woordvoerder Tim Leeuwerke.

Dat ging zelfs al mis. Dit jaar kwam bij de rwzi van het waterschap in Amsterdam-West al driemaal zuiveringsslib in het havenwater terecht, en dus in het Noordzeekanaal. Dat bevestigt het waterschap na vragen van NRC. Steeds ging het om „enkele tientallen tonnen” slib.

Volgens het waterschap waren er toen ook al technische problemen bij het AEB, waardoor de slibverwerking bij de rwzi spaak liep. Eind mei stond de hele Amsterdamse afvalverbrandingsinstallatie twee weken stil voor onderhoud, aldus interim-woordvoerder Kees Verhagen van het AEB. Wat er in de maanden daarvoor gebeurd is met de slibverbranding, kon Verhagen woensdag niet nagaan. „Er waren mogelijk al wel eerder storingen.”

Volgens het waterschap Amstel, Gooi en Vecht kon het slib dit jaar meermalen niet worden afgevoerd naar het AEB. Daardoor bleef er te veel slib in de rwzi en stokte de bezinking. „Bij zware regenval spoelt het slib dan mee met het gezuiverde afvalwater naar het oppervlaktewater. Dat is eerder dit jaar gebeurd”, mailt woordvoerder Leeuwerke van het waterschap. Hij noemt de incidenten „zeer onwenselijk”.

Nu een groot deel van de Amsterdamse afvalverbrandingsoven voor de rest van dit jaar is uitgeschakeld, zijn die problemen alleen maar groter geworden. Van de normale 280 kubieke meter slib die het AEB dagelijks verstookt, is nog slechts 80 kuub over. Een groter gehalte slib bijmengen kan niet, want dan brandt het afval niet goed meer. De elf andere verbrandingsovens voor vuilnis in Nederland zijn er niet op gebouwd om modderig zuiveringsslib bij te mengen.

Lees ook over de financiële problemen bij het AEB: Afvalverwerker die een goudmijn moest worden, bleek een puinhoop

Het waterschap Amstel, Gooi en Vecht heeft nog twee externe opslagen gevonden, waaronder in Delfzijl, maar die zijn onvoldoende. Aan het extra transport en de opslag heeft het waterschap al „meer dan een miljoen euro” uitgegeven.

40.000 vrachtwagens

De bijna vierhonderd Nederlandse rwzi’s produceren samen jaarlijks 1,3 miljoen ton zuiveringsslib: omgerekend meer dan 40.000 vrachtwagens vol. 0,1 miljoen ton daarvan gaat naar het AEB.

Eind vorig jaar, dus voordat het AEB grotendeels uit bedrijf ging, kreeg de Unie van Waterschappen een bezorgd rapport op het bureau over dat zuiveringsslib. Onderzoeksbureau Royal HaskoningDHV concludeerde dat in Nederland een tekort aan capaciteit is ontstaan dat pas in 2023 zal zijn opgelost.

„De slibmarkt heeft al drie jaar te maken met een overaanbod aan slib, en een gebrek aan capaciteit”, zegt financieel manager Silvester Bombeeck van SNB, een groot bedrijf in het Brabantse Moerdijk dat zuiveringsslib verbrandt.

Tot 2017 ging ongeveer eenvijfde van het Nederlandse zuiveringsslib naar het buitenland, met name naar Duitsland. Daar mag het slib op het land worden uitgereden, en in bruinkoolcentrales worden verstookt. Maar aan die export is „sneller dan voorzien” een einde aan gekomen, aldus de Unie van Waterschappen.

Rioolwaterzuiveringsinstallatie in Zwanenburg.

Foto Nils van Houts/ANP

Duitsland heeft strengere fosfaatnormen ingesteld die het uitrijden van zuiveringsslib op akkers beperken. Slib uit het buitenland is niet langer welkom. Directeur Gerrit Jan van de Pol van slibverwerker GMB BioEnergie uit Opheusden vertelt hetzelfde verhaal. „Nederland moet nu voor het slib de eigen broek ophouden, en dat konden we al jaren niet.”

Bovendien produceert Nederland zelf meer slib dan verwacht. Door de economische voorspoed is er meer afvalwater. „Slibverwerkers hebben de afgelopen jaren geen capaciteit bijgebouwd, omdat de waterschappen verwachtten dat de slibproductie zou dalen”, aldus Bombeeck van SNB. „En het bijbouwen van installaties is niet eenvoudig.”

De sector wacht op geplande grootschalige modernisering van rwzi’s. Rwzi’s gaan steeds meer slib vergisten. Daarbij ontstaat biogas – een vervanger van aardgas – en blijft minder slib over. Maar het tempo en het succes waarmee die biogas-installaties gebouwd worden, valt tegen.

Al met al is de prognose dat er pas 2023 een einde komt aan het sliboverschot. Als gevolg zijn de regels voor slibverwerking al opgerekt. Sinds twee jaar wordt veel meer zuiveringsslib op vuilnisbelten gestort, laten de meest recente cijfers van Rijkswaterstaat zien. In principe is het storten van het vuile slib verboden, maar veel provincies hebben inmiddels ontheffingen verleend. Gevolg: de stort nam spectaculair toe van 9 miljoen kilo in 2016, tot 136 miljoen kilo een jaar later.

Duwboten

Overal knelt het. Belgische verbrandingsinstallaties hebben ook geen capaciteit meer over. Verschillende Nederlandse slibverwerkers hebben zelfs duwboten gehuurd. Die liggen vol slib – 3.000 à 4.000 ton per duwbak – in Nederlandse havens te wachten tot er weer ruimte is.

Intussen praten de Unie van Waterschappen, de Vereniging van Afvalbedrijven en de slibverwerkers op een oplossing voor in ieder geval de korte termijn. Woordvoerder Judith de Jong van de Unie mailt dat er „druk wordt gezocht”, met alle regionale en landelijke partijen.

Van de Pol van GMB BioEnergie is niet optimistisch. „Voor slibverwerking lijken de mogelijkheden uitgeput.” Her en der zijn nog wel opslagen in aanbouw. Van de Pol: „De laatste noodgreep is storten. En de allerlaatste noodgreep is lozen. Maar dat wil niemand. Daar bouw je geen rioolwaterzuivering voor.”

Een andere optie die de branche heeft besproken, is om zuiveringsslib bij te mengen bij vervuilde baggerspecie. Vervuilde bagger wordt in Nederland in speciale baggerdepots gestort, met een laag water eroverheen. Om daar ook zuiveringsslib kwijt te kunnen, zou echter een nieuwe vergunning moeten worden verleend. Dat is een langdurig proces.

Het ministerie van Infrastrucuur en Waterstaat dat – via Rijkswaterstaat – de baggerdepots beheert, houdt de boot nog af. Volgens I en W moeten gemeente en waterschap eerst verder zoeken naar slibopslag in een andere gemeente of regio. „Dit is een Amsterdams probleem”, zegt een woordvoerder van het ministerie. „Zij zijn bezig een oplossing te zoeken, en dat wachten we af.”