Een overval, een getuige en een aanklager die wil scoren

Openbaar Ministerie Een overval met dodelijke afloop, vier verdachten, maar tegen een van hen is weinig bewijs. Dan zet de officier van justitie druk op de zaak en verklaart de rechter het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk, iets dat zelden voorkomt. Donderdag oordeelt het gerechtshof over de rol van het OM.

Illustratie Gijs Kast

In de deuropening staat teamchef Klaas. Agent Anja kijkt op vanaf haar werkplek, op het politiebureau in Meppel, 23 februari 2017. „Maak van het gesprek een proces-verbaal”, zegt hij. „Dat doe ik niet”, zegt Anja resoluut. Maar Klaas, een 59-jarige hoofdinspecteur, herhaalt zijn boodschap. En Anja ook. En opnieuw. Tot hij zegt: „Anja, je móét er een proces-verbaal van maken. Je móét. Niet goedschiks, dan kwaadschiks. Dit is een dienstopdracht.”

Het gesprek waarop hij doelt, dat was met een getuige, op 30 januari op het politiebureau in Pijnacker, aan de andere kant van het land. Samen met collega Erik zat Anja – de agenten staan vanwege hun privacy niet met hun achternaam in de krant – er tegenover een 25-jarige vrouw en haar advocaat. Teamchef Klaas coördineerde op afstand. De politie had de vrouw opgeroepen om te getuigen in de zaak-Gees, een roofoverval in Drenthe een half jaar eerder. Een 69-jarige man kwam daarbij om het leven in zijn woning. De zaak leek min of meer rond. Vier verdachten zaten in voorlopige hechtenis, van drie waren DNA-sporen gevonden op de plaats delict. Alleen tegen de vierde, de 26-jarige Fidan J., was nauwelijks bewijs.

Pion in een ruisstrategie

Om dat bewijs te vinden, kwam het gesprek met de 25-jarige vrouw van pas. De politie was niet echt geïnteresseerd in wat ze te vertellen had. De getuige, woonachtig in Pijnacker, was de buurvrouw van de vriendin van een van de verdachten. Fidan kende ze amper, wel medeverdachte Anouar. Die had ze vaker gesproken over de telefoon, en ze was bij hem langs geweest in de gevangenis. Maar de politie wist al dat ze als getuige niets kón vertellen over de mogelijke betrokkenheid van Fidan. Dat had de politie geconcludeerd na afgeluisterde telefoongesprekken van haar.

De politie zag de 25-jarige vrouw niet als getuige, maar vooral als ‘pion’, blijkt uit verklaringen die politiemedewerkers later aflegden bij de rechter-commissaris en tegenover de Rijksrecherche. De politie wilde haar middels het gesprek onderdeel maken van een ‘ruisstrategie’: hopen dat door het gesprek onrust ontstaat bij de verdachten of bij mensen rondom hen waardoor ze met elkaar gaan praten - via getapte telefoons - en dat kon bewijs opleveren. Die strategie had teamchef Klaas vooraf besproken, ook met zíjn baas, Agnes de Vries. Zij was als officier van justitie namens het Openbaar Ministerie leider van het onderzoek in de zaak-Gees.

Lees ook het verslag van de rechtszaak: Officier misleidt rechter met ‘vals proces-verbaal’

Het gesprek op het bureau in Pijnacker op 30 januari begon moeizaam. De vrouw was op haar hoede. Ze was twaalf weken zwanger van een tweeling en bang voor represailles als de verdachten zouden weten dat ze had gesproken met de politie. Maar ze hoefde zich geen zorgen te maken, verzekerden de agenten haar. Het gesprek zou niet als proces-verbaal in het strafdossier terechtkomen.

Het zou geen officieel verhoor zijn, begreep ook haar advocaat, Siemen van der Eijk, maar een achtergrondgesprek, bedoeld om informatie te verzamelen die de politie daarna via een andere weg zou proberen te verkrijgen. Het gesprek werd niet zoals gebruikelijk op de band opgenomen en de tekst zou niet in het standaard politieprogramma Summ-It worden opgemaakt, maar in Word.

Eenmaal gerustgesteld vertelde de vrouw dat ze van Anouar had gehoord over de betrokkenheid van Fidan. Hij zou erbij zijn geweest toen het viertal in juni 2016 de roofoverval pleegde. Ruim drie uur sprak de vrouw over wat ze wist. Maar teamchef Klaas was naderhand niet onder de indruk. Wat ze vertelde, klopte niet met de informatie uit de tapgesprekken. De tijdlijn die ze gebruikte, klopte niet, zou hij later aan de Rijksrecherche verklaren. Hij had het idee dat ze „dit allemaal invulde op basis van gesprekken die ze her en der had gevoerd, dingen van internet, ga maar door”.

Maar Agnes de Vries, de onderzoeksleider en officier van justitie, dacht daar anders over. Zij vond het verhaal van de 25-jarige vrouw wél interessant, zou ze later verklaren. Ze had weliswaar „vragen over de inhoud”, maar vond de verklaring „niet bij voorbaat leugenachtig”. En dat de tapgesprekken anders uitwezen vond ze niet overtuigend. Ook wilde ze niet uitsluiten dat de vrouw mogelijk contact had gehad met Anouar over een andere lijn – via een gesmokkelde telefoon in de gevangenis. Ze neigde ernaar de verklaring alsnog toe te voegen aan het strafdossier.

‘Getekend te Pijnacker’

Zeker tien dagen discussieerden teamchef Klaas en de officier van justitie erover. Zijn advies: niet gebruiken, blijven bij de doelstelling van ruis veroorzaken. Hij vond de verklaring „niet betrouwbaar”, er viel „geen belastend of ontlastend bewijs” aan te verlenen. En dan kun je „dit wel als hartstikke belastend in het dossier stoppen”, zou hij later verklaren, „maar het klopt gewoon feitelijk niet”.

De Vries had de indruk dat de getuige „wetenschap had van zaken” en daarover onvoldoende was doorgevraagd. Bovendien, stel dat zou uitkomen dat een getuige met de politie had gesproken zonder dat daarvan proces-verbaal was opgemaakt? Zoiets gebeurt in de praktijk vaker, maar het is wettelijk niet toegestaan en kan leiden tot problemen bij de inhoudelijke behandeling van de zaak, meende ze. En mogelijk tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie.

Tegenzin

De Vries hield ruggespraak met twee collega’s van het OM en op 22 februari 2017 hakte ze de knoop door: de verklaring moest worden toegevoegd. Ondanks de toezeggingen aan de getuige en ondanks bezwaar van het voltallige politieteam dat aan de zaak werkte. Ze wilde dat de verklaring in het strafdossier kwam vóór de pro forma-zitting van 23 maart. Daarin zou worden besloten of de voorlopige hechtenis van de verdachten, onder wie Fidan, kon worden verlengd. In de tussentijd, zou ze later verklaren, vond ze het „wenselijk” dat de politie de getuige nogmaals kritisch zou bevragen.

Maar zo ver komt het niet. Op 23 februari geeft politiechef Klaas in Meppel zijn ondergeschikte Anja het bevel het gespreksverslag te wijzigen in een proces-verbaal. Met grote tegenzin, vooral uit zorg voor de getuige, zet ze het Word-document over in Summ-It en ondertekent ze het samen met collega Erik op ambtsbelofte onder de zin „Waarvan door ons is opgemaakt dit proces-verbaal, dat wij sloten en ondertekenden te Pijnacker op maandag 30 jan 2017”. Een handtekening van de vrouw ontbreekt. Ze wordt op de hoogte gebracht en is verbolgen, vanwege de eerdere toezeggingen. Haar advocaat, eveneens verbijsterd, stuurt de officier e-mails waarin hij de onjuistheden noemt in het proces-verbaal – zoals de datum en plaats van ondertekening. Een tweede gesprek om de getuige kritisch te bevragen kan de officier van justitie nu wel op haar buik schrijven.

De beslissing heeft verstrekkende gevolgen voor Fidan J. Op de pro-formazitting speelt de verklaring een belangrijke rol bij de beslissing van de rechter om zijn hechtenis met drie maanden te verlengen.

De advocaten van de vier verdachten lezen fronsend het proces-verbaal. Zo’n belastende verklaring, zonder handtekening van de getuige, hoe kan dat? Ze vragen om de getuige te horen bij de rechter-commissaris. Ook de andere betrokkenen worden gehoord en dan komt de hele voorgeschiedenis naar boven. Inclusief het onjuist vermelden van datum en plaats onder het getuigenverhoor.

De voorlopige hechtenis van Fidan J. wordt op een zitting in juli opgeheven . De advocaten doen aangifte tegen de officier van justitie, die inmiddels is gepromoveerd tot advocaat-generaal bij het parket Noord-Nederland, en de twee agenten, wegens valsheid in geschrifte. Vervolging komt er niet, al noemt het OM het vormverzuim wel een strafbaar feit – het drietal zou door de negatieve publiciteit al genoeg zijn gestraft.

Niet-ontvankelijk

In april 2018 volgt het vonnis in de zaak-Gees. En daarin verklaart de rechtbank in Assen de officier van justitie in de zaak tegen Fidan J. niet-ontvankelijk. Hij gaat vrijuit, zijn drie medeverdachten krijgen als gevolg enkele jaren strafvermindering. Een hoogst uitzonderlijke beslissing. Niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie wegens misleiding van de rechter, dat komt zelden voor.

De rechtbank woog mee dat de officier „een ernstige inbreuk” heeft gemaakt op de beginselen van een behoorlijke procesorde door de verklaring van de getuige toe te voegen aan het dossier terwijl ze wist dat er onjuistheden in stonden. Daardoor heeft de verdachte „zeer waarschijnlijk” ten onrechte langer in voorlopige hechtenis gezeten. Dat is „misleidend handelen dat de kern van het strafproces raakt”.

Het OM gaat tegen het vonnis in beroep en vorige maand is onderzoeksleider Agnes de Vries, minstens zo bijzonder, bij het hof in Leeuwarden in het openbaar gehoord. Ze verklaart het proces-verbaal niet bewust valselijk te hebben opgemaakt en niemand te hebben willen misleiden. „Zo doe ik mijn werk niet.”

In zijn requisitoir bij het gerechtshof gaat het Openbaar Ministerie uitgebreid in op de niet-ontvankelijkheid. Die is in de ogen van het OM onterecht. Het valselijk opmaken van het proces-verbaal was „slordig misschien, maar niet met opzet op benadeling” en het was beter geweest te wachten met het toevoegen van de verklaring aan het dossier, „maar dat is praten achteraf”. De officier had gegronde redenen om aan te nemen dat de verklaring inhoudelijk relevant was en stuurde aan op een nieuw verhoor van de getuige. Bovendien blijft het „gissen” of de rechtbank zijn beslissing over verlenging van de voorlopige hechtenis op het proces-verbaal heeft gebaseerd.

Een „wanhopig gevecht van woorden” noemt Jacqueline Kuijper de verdediging van het OM. Ze is de advocaat van Fidan J. en vindt maar één punt van belang: waarom was de verklaring zomaar toegevoegd aan het dossier? Was het scoringsdrift? Hopen dat de voorlopige hechtenis van haar cliënt werd verlengd? En vooral: waarom had de officier op de zitting aan de rechters niet haar twijfels geuit over de betrouwbaarheid van de verklaring?

Kuijper vindt dat het OM de zaak bagatelliseert. Met opzet een onbetrouwbaar stuk inbrengen, meent ze, dat brengt „onherstelbare schade” toe aan het onderzoek. Waardoor rechters, „aan wie wij als burgers bij uitzondering een macht hebben toebedeeld die niemand anders heeft, namelijk te beschikken over het fundamentele recht op vrijheid”, verkeerd worden voorgelicht. Een „ernstig verzuim”.

Ernstig genoeg om de niet-ontvankelijkheid in stand te houden? Daarover neemt het hof in Leeuwarden donderdag een beslissing.