Opinie

Een knipoog van de brug in Newcastle

Joyce Roodnat Joyce Roodnat reist naar Newcastle upon Tyne. Daar ziet ze het waanzinnige werk van een kunstenaar die ze nog niet kende, en beseft ze dat ze nog veel verder zal moeten reizen om die kunstenaar te vinden.

Joyce Roodnat

Ik ben in Newcastle upon Tyne en neem een bootje naar de klip van de puffins en hun puflings (papegaaiduikers en hun papegaaiduikerkuikens). En van de zeekoeten, dat zijn net vliegende pinguïns. Van de alken. En van de aalscholverbaby’s. „Een supercocktail van louter hoogtepunten” definieerde collega Saskia van Loenen de kick van dat eilandje, en gelijk had ze.

Behalve van vogels houd ik van kunst. Veel. Daarom ben ik een kunsttoerist. En terwijl de vogelaar de wind mee heeft, ligt de kunsttoerist onder vuur. Ook in deze krant kregen we er weer van langs. De ene columnist deed ons af als roodverbrand kunstkanonnenvlees. Volgens de andere kijken we neer op de mede-kunsttoeristen wanneer ze doen aan massakunstvermaak – terwijl wij heus niks beter zijn.

Lees ook het artikel van Saskia van Loenen over het puffineiland: Eén uur tussen de papegaaiduikers, wat een vakantie

Ik verbeeld me niets. Ik zou niet weten waarom ik neer zou kijken op iemand die net als ik op reis gaat om de wonderen van de kunsten op te zoeken, van Venetië tot, nu wat mij betreft, Newcastle. Vluchtig? Oppervlakkig? Snobisme? Toe maar. Wij maken iets mee, jullie lekker niet.

Zo ging ik, voor ik door de Kanaaltunnel naar het VK reed, in het centrum van Calais op zoek naar Auguste Rodins befaamde beeldengroep ‘Burgers van Calais’. Daar bestaan twaalf versies van, maar hier horen ze, in Calais wil ik ze zien. Ik trof de beelden op een enorm plein, veel te groot, pas van dichtbij werden ze indrukwekkend. Ik bekeek de gepijnigde gezichten, liet de wanhopig grote handen op me inwerken. Toen moest ik verder. Maar het was goed om de bronzen burgers eens te ontmoeten.

I am here but I am not here (2016) van Ifeoma U. Anyaeji. Foto Erik van Zuylen

Omdat Bryan Ferry uit Newcastle komt, en Sting, en The Animals, ga ik naar een post-punkconcert, waar ook de Amsterdamse meidenpunkband The Klittens staat aangekondigd. Maar de bands zijn er niet. Het concert is afgeblazen en een week verschoven, aangezien een groep fiere jonge mensen deze avond het podium van de club heeft geclaimd voor een groot klimaatprotest. „You die of old age/ I of global warming” is de leus. Die hakt erin.

De volgende dag is er nog tijd voor Baltic, een museum aan de oever van de Tyne, achter een brug als een enorm oog. Het architectonisch kunstwerk knipoogt als de brug opengaat. In het museum val ik voor de waanzinnige sculpturen van Ifeoma U. Anyaeji uit Nigeria. Het zijn een soort verhalen van plastic afval, flessen, zakjes, vissersgaren, van alles. Haar techniek baseerde ze op de traditioneel gevlochten Nigeriaanse vrouwenkapsels. Waar kan ik haar vinden? Voor Anyaeji moet ik mijn best doen, zegt de zaalwacht, die zwerft de wereld rond, zelfs het museum had moeite haar te localiseren.

Oké. Op zoek. Op pad.