De zes sterke punten van Steven Kruijswijk

Tour de France Steven Kruijswijk is als een diesel. Hij komt traag op gang, maar kan bovengemiddeld lang door.

Steven Kruijswijk tijdens de dertiende etappe van de Tour de France.
Steven Kruijswijk tijdens de dertiende etappe van de Tour de France. Foto Yoan Valat/EPA

Het is niet dat Steven Kruijswijk (32) sterker wordt in de derde week van een grote ronde, zoals vaak wordt gedacht. Maar waar zijn explosievere tegenstanders met hun krachten hebben gesmeten en dat vaak moeten bekopen met een mindere dag, kan hij zijn hoge niveau vasthouden. Het trapvermogen dat hij ontwikkelt in week één kan hij bijna drieduizend kilometer verderop nog wegduwen. Dat komt door tal van factoren.

  1. Fysiek

    Steven Kruijswijk was in mei 2010 nog maar 22 en eerstejaarsprof bij Rabobank toen hij als vervanger werd opgeroepen om de Giro d’Italia te gaan rijden. Zijn specifieke voorbereiding was nul. Maar in de zeventiende etappe, een bergrit, werd hij derde. Inderdaad, in de derde week.

    „Steven heeft een fysiologie die hem zeer geschikt maakt voor duurtraining”, vertelt Mathieu Heijboer, al jaren een van zijn trainers. „Hij heeft een hoge cardiac output, zijn hart pompt een grote hoeveelheid bloed per minuut rond. Kijk maar naar die gigantische borstkas, daar zitten grote longen in. En met zijn V02-max, hoe een lichaam zuurstof kan transporteren, zit hij 15 procent hoger dan het gemiddelde van onze ploeg.”

    Daarnaast heeft Kruijswijk veel van het ‘trage’ spierweefseltype 1, weet Heijboer. „Hij is eigenlijk gemaakt voor triatlons, ironmans.” Eenvoudig gesteld is Kruijswijk een diesel – hij komt traag op gang, maar kan bovengemiddeld lang door. Zijn aerobe energiesysteem, waarbij met behulp van zuurstof in de spieren langzaam maar efficiënt energie wordt vrijgemaakt, is van nature zeer goed ontwikkeld, en door decennia van training nog meer verbeterd. Daarbij hoort ook een goed herstelvermogen. Heijboer: „Maar het nadeel is dat hij minder explosief is.”

    Dat is waarom je Kruijswijk (nu derde) zelden agressief ziet aanvallen, wat renners als de Fransen Thibaut Pinot (vierde) en Julian Alaphilippe (eerste) wel goed kunnen. En als hij al aanvalt, gaat dat op kousenvoeten, zoals vorig jaar in de rit naar Alpe d’Huez, toen een solo van zeventig kilometer net strandde. Zijn lijf kan niet diep in het rood, moet het hebben van een behoudende, zuinige manier van koersen. Heijboer: „Als hij gaat verzuren, heeft hij niet meer zoveel in de tank. Tegen frisse jongens delft hij het onderspit. Maar als ze moe zijn en niet meer in het zuur kunnen, komt Steven bovendrijven.”

    Zijn gestel is ook zelden kapot, Kruijswijk springt zuinig met zichzelf om, is niet vaak geblesseerd. Daardoor worden zijn trainingsperiodes niet onderbroken, kan hij blijven doorbouwen op een hoog basisniveau. In dat tengere lichaam van hem – Kruijswijk weegt nog geen 65 kilo – zit op zijn 32ste al bijna twintig jaar aan duurtraining. Hij wordt met het jaar taaier. Zijn zwakke punt is dat hij in maart kwetsbaar is voor ziekte en verkoudheid, zegt Heijboer. Daarom laat zijn ploeg Jumbo-Visma hem in die periode weinig wedstrijden meer rijden.

  2. Voeding

    Na de zestiende etappe met sprintfinish in Nîmes is Kruijswijk begonnen met een speciaal dieet voor de laatste drie bergetappes. Vanaf dinsdagavond eet hij zout- en vezelarme voeding, op de gram berekend en klaargemaakt door Karin Lambrechtse, sportdiëtiste en kok. „Hij krijgt tot zestig gram minder vezels en zout per dag binnen, waardoor zijn lichaam minder vocht vasthoudt en zijn darminhoud leger wordt gemaakt. Bij Steven scheelt dat een paar honderd gram lichaamsgewicht.” Hij zal zich leeg voelen aan de start van de rit van donderdag, zegt Lambrechtse. „Sommige renners zijn dan bang dat ze niet genoeg hebben gegeten, weinig kracht zullen hebben. Maar Steven herkent dat gevoel.”

    Kruijswijk at ’s avonds een gebakken zalmfilet, pandanrijst (minder vezels dan basmati), gnocchi, citroendillesaus en een groentesmoothie. De volgende ochtend kreeg hij rijstepap, fruit met weinig vezels (meloen, géén banaan), witbrood met beleg, twee gekookte eieren en een gembershot. Het is een uitdaging voor Lambrechtse om met een appetijtelijke maaltijd te komen, zegt ze. „Ik zoek het in de geuren en kleuren, gebruik verse kruiden als munt en basilicum. Op tafel staan wel smaakmakers, ketchup zonder suiker, zoutarme sojasaus, maar Steven heeft zijn eten het liefst zo puur mogelijk. Dus als ik een cake maak, dan zonder eiwit. Het is precisiewerk, hij is een secure man. Als het niet naar wens is, krijg ik het te horen. Dat maakt hem zo goed.”

  3. (Mental) coaching

    In de Giro van 2016 was Steven Kruijswijk oppermachtig. Bij het ingaan van het slotweekend met twee zware bergritten in de Alpen had hij een voorsprong van drie minuten op de nummer twee. Zoals altijd toonde hij geen tekenen van zwakte, met zijn extreme duurvermogen zou hij de roze trui naar Turijn gaan brengen. Maar toen dook hij in die beruchte sneeuwmuur vlak na de top van de Col Agnel. Hij verloor minuten en werd vierde.

    Had Kruijswijk zich onderweg naar boven laten opjagen door zijn concurrenten, was hij ondanks die riante voorsprong toch niet zeker van zijn zaak? „Van die ervaring heeft hij in elk geval geleerd”, zegt Maarten Tjallingii, knecht van Kruijswijk in die Giro. „Hij moet meer focussen op zichzelf. Koersen in het hier en nu.”

    Juist dat wordt moeilijker in de derde week van een grote ronde, als de vermoeidheid zich overal in het lichaam manifesteert, en een geest makkelijker raakt afgeleid. Merijn Zeeman, Kruijswijks persoonlijke coach, heeft daaraan hard gewerkt de laatste jaren. „Steven weet dat hij steeds weer met de volgende dag bezig moet zijn. Na de finish focussen op de rit van morgen en alleen op de dingen waarop hij invloed heeft. Al het andere moet hij loslaten. Zo raakt hij niet afgeleid, houdt hij energie over.”

    Zeeman gebruikt ook mindfulness tijdens zware trainingssessies. „Dan wil ik dat Steven met zijn aandacht naar de pijn toe gaat, om dan af te zien zonder over dat gevoel te oordelen. Op specifieke trainingen moet hij knokken tot de streep, dat is een opdracht die ik hem meegeef. Aan de finish zien we waar het goed voor was. Hij moet niks. Dwanggedachten laten we niet toe. Het hoort bij met jezelf bezig zijn, in plaats van met anderen.”

  4. Regelmaat, structuur, ervaring

    Kruijswijk is bezig aan zijn zestiende grote ronde in tien jaar tijd. Slechts drie reed hij er niet uit, zijn minste klassering is een 41ste plaats in de Vuelta van 2011. Sinds de Ronde van Spanje in 2017 finishte hij steevast bij de beste negen. Het geeft aan hoe stabiel hij presteert. „Hij weet goed wat hij wel en niet kan”, zegt Zeeman. En Heijboer: „Hij heeft nooit een slechte dag, en dat komt ook omdat hij geen extreme uitspattingen kent. Hij gaat nooit zuipen bijvoorbeeld, ook niet in de winter.”

    En dan is er nog de precieze structuur waar Kruijswijk naar leeft. In de Tour zit hij als eerste van zijn ploeg aan het avondeten, en hij gaat vroeg naar zijn kamer om te ontspannen. Vervolgens staat hij op hetzelfde tijdstip op, ook op rustdagen. Sinds het uitvallen van ploegmaat Wout van Aert slaapt hij alleen, op het matras waar hij thuis ook op ligt.

  5. Sterkste ploeg ooit

    Een unicum: Steven Kruijswijk heeft met George Bennett en Laurens De Plus ineens de beste klimploeg in de Tour, tenminste, dat was afgelopen zaterdag zo, in de rit naar de Col du Tourmalet dicteerden ze het tempo. Na afloop was er euforie. Iedereen was boven zichzelf uitgestegen. Zondag reden de mannen van Jumbo-Visma ook op kop, maar moesten ze in de laatste kilometers passen en was Kruijswijk alleen. Dat was volgens plan, zei hij na afloop. De vraag is of zijn ploeg zich niet heeft opgerookt in de eerste tweeënhalve week, nog voor de Tour écht is begonnen.

  6. Parcours ideaal voor hem

    Zelden was het sluitstuk van de Tour zo wreed, met zes bergtoppen boven de 2.000 meter, in 48 uur. In drie etappes moet het peloton bijna 14.000 hoogtemeters overwinnen, met in de laatste uren van de Tour vóór Parijs de 34 kilometer lange beklimming naar Val Thorens. Een ultieme apotheose. Voor Kruijswijk een inspanning van 1 uur en 20 minuten, aan het eind van drie weken koers. Allemaal in zijn voordeel, hoe zwaarder hoe beter. In de woorden van Mathieu Heijboer: „Daar gaan we de allerbeste Steven Kruijswijk zien.”