Recensie

Recensie Beeldende kunst

Bij Olafur Eliasson in Tate Modern draait alles om de pret

Retrospectief Waarom maakt Eliasson juist in Tate Modern, het kunstpodium waar hij zoveel impact zou kunnen hebben, van zijn expositie een kermis en verstopt hij zijn boodschap achter een selfieparadijs?

Olafur Eliasson, Your uncertain shadow (colour) (2010)
Olafur Eliasson, Your uncertain shadow (colour) (2010) Foto María del Pilar García Ayensa

‘Beauty’ (Schoonheid) heet een van de eerste grote werken op de langverwachte Olafur Eliasson-tentoonstelling in Tate Modern. Een klassieke Eliasson is het: in een donkere zaal hangt aan het plafond een kleine regeninstallatie die een dun, nevelig watergordijn naar beneden doet dwarrelen. Op het ‘gordijn’ staat een felle lamp gericht waardoor in de nevel tientallen kleuren reflecteren – gevolg: een teer pandemonium van kleur en tinteling, theatraal, kwetsbaar, mooi op de rand van kitsch. Maar dan is er die titel: Beauty. Daar gaat het om – want daardoor is Eliasson je ineens een stap voor. Door die titel laat hij je niet zelf bedenken of dit wel eens mooi zou kunnen zijn, nee, hij maakt de vraag naar schoonheid het onderwerp. Kijk jongens, zegt Eliasson, dit is mooi! Niet omdat u dat vindt, maar omdat het zo is, als een feit, een gegeven – en hij even, terloops, met wat water en een lamp, schoonheid heeft gedefinieerd en de deur ervan meteen maar dichtgooit. Zo, dat hebben we ook weer gehad, lijkt Eliasson te zeggen, schoonheid, daar hoeven we ons verder niet druk om te maken.

Bijzonder grappig, als je het mij vraagt.

Zo werd ik er ook weer aan herinnerd hoe goed ik hem eigenlijk altijd heb gevonden. Beauty is een vroeg werk van Eliasson (uit 1993) dat alles doet wat je van een geslaagd kunstwerk mag verwachten: het verleidt, zet je op het verkeerde been en slaat je vervolgens om de oren met fundamentele vragen. Wat is schoonheid eigenlijk? Waarom voelt het zo ongemakkelijk als schoonheid zo ondubbelzinnig wordt gepresenteerd?

Beauty vertegenwoordigt ook precies het soort werk waarmee Olafur Eliasson de afgelopen 25 jaar uitgroeide tot een van de bekendste kunstenaars ter wereld: een beetje natuurkunde, een beetje perceptie, een vleug verleiding – neem zijn watervallen in New York, zijn groengekleurde rivieren en niet te vergeten: The Weather Project, de gigantische oranje ‘zon’ die hij in 2003 liet ophangen in de Turbine Hall van ditzelfde Tate Modern en waar miljoenen bezoekers op afkwamen. Dat was Eliasson op zijn best: een kunstenaar die de werkelijkheid tot grote hoogten opstuwt en op scherp zet – The Weather Project geldt niet voor niets nog steeds als een van de succesvolste én bekendste kunstwerken van de laatste twintig jaar.

Olafur Eliasson, Your blind passenger (2010) Foto Anders Sune Berg

Maar al snel daarna nam Eliassons oeuvre een wending: hij begon zich steeds meer te bekommeren om de natuur waarmee hij werkte. Dat lag voor de hand, want juist door zich in de materie te verdiepen raakte hij ervan doordrongen dat hier werk te doen was. In 2012 introduceerde hij Little Sun: een kleine, zonvormige zaklamp die werkt op zonne-energie, waardoor mensen die leven in gebieden zonder elektriciteit ’s nachts toch licht tot hun beschikking hebben. Met kunst had het weinig te maken, maar als idealistisch project functioneerde het uitstekend: in december 2018 waren er, volgens de Little Sun-website, al 838.308 lampjes gedistribueerd, over de hele wereld.

En Eliasson ging verder: steeds vaker werpt hij zich op als het mondiale artistiek geweten. Hij publiceert over klimaat en milieu, zijn studio in Berlijn propageert een sobere, dier- en milieuvriendelijke levenswijze, onder andere gepresenteerd in een prima kookboek, en sinds 2014 voerde hij drie keer het project Ice Watch uit, waarvoor hij, steeds bij grote klimaatmanifestaties (onder andere in Kopenhagen en Parijs) grote brokken poolijs naar Europa haalt die ter plekke wegsmelten, als symbool van de opwarming van de aarde en de kwetsbaarheid van de natuur.

Blinde vlek

Toch is er een probleem: Eliasson slaagt er maar niet in die twee ‘lijnen’ uit zijn oeuvre bij elkaar te brengen. Om het simpel te zeggen: de ene Eliasson-helft wil de toeschouwer doordringen van de consequenties van zijn eet- en leefpatroon, van de gevolgen van vliegen, vlees eten, van consumentisme in het algemeen. De andere helft daarentegen, kan het niet laten de (kunst)wereld te overspoelen met natuurkundige pretinstallaties die de toeschouwers juist aanzetten tot toerisme, consumentisme en selfies-bakken. En laat dat nou net de Eliasson zijn die we in Londen, in een van de belangrijkste kunstmusea ter wereld, krijgen voorgeschoteld. Waarom? Waarom zet Eliasson, juist op dit podium waar hij zoveel impact zou kunnen hebben, een kermis neer van kleuren en natuurkundige fenomenen en mistbanken, een tentoonstelling als een kruising tussen de Efteling en het NEMO Science Museum, een expositie vol spiegels en caleidoscopen en kleuren en filters en projecties?

Olafur Eliasson, Your spiral view (2002)
Foto Anders Sune Berg
Olafur Eliasson, Your spiral view (2002)
Foto Anders Sune Berg

Het merkwaardigste is wel dat Eliasson, die overduidelijk zeer intelligent is en de consequenties van al zijn handelingen steeds heel goed doorredeneert, een enorme blinde vlek voor zijn grootste dilemma lijkt te hebben. In het verleden rechtvaardigde hij zijn verleidingsinstallaties nog wel eens door zich te beroepen op het idee dat deze werken de toeschouwer zozeer van de schoonheid en de kracht van de natuur zouden doordringen dat die de diepere boodschap automatisch mee zou nemen. Maar ook die ambitie lijkt hij te hebben opgegeven: in Tate gaat hij full blown pretpark. Neem een werk als Big Bang Fountain (2014), waarin een onregelmatig ‘ploffende’ fontein onder stroboscopisch licht wordt getoond, of Your Uncertain Shadow (color) (2010), waarin de toeschouwer gekleurde schaduwen van zijn eigen lijf op de muur kan projecteren – een groot selfieparadijs. Daarbij doen Eliasson en Tate niet eens meer de moeite om de toeschouwer van een diepere betekenis te overtuigen: de hand-out, het kleine boekje dat iedere toeschouwer bij binnenkomst krijgt uitgereikt, bevat nauwelijks informatie en de muurteksten zijn weinig meer dan kale werk-omschrijvingen – terwijl dit natuurlijk bij uitstek de plekken waren geweest om de toeschouwer te doordringen van de consequenties van zijn handelen.

Lees ook: Hoe Instagram het museum verandert

Preken of verleiden

De enige uitzondering op dit alles is de laatste zaal, waarin, inderdaad, informatie wordt gegeven over Eliassons ecologische projecten. Maar ook hier gaat het mis: voor die informatie trekt Eliasson een wand van zeker tien meter uit, maar die hangt vol met zoveel teksten en foto’s (vele, vele honderden) in zo’n dichtheid, dat je al bij voorbaat ontmoedigd wordt je erin te verdiepen. Alsof de tentoonstellingsmakers na een zaal of tien kleuren en lichtjes willen zeggen: je wilt ook nog informatie? En dan een enorme bak over je uitstorten.

Wat is er in vredesnaam met Eliasson aan de hand?

Het rare is: een verklaring is niet zo eenvoudig. Dat Eliasson nog steeds geëngageerd-ambitieus en invloedrijk is, blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat hij de Tate-directie ter gelegenheid van zijn tentoonstelling ertoe wist te verleiden een ‘climate emergency’ uit te roepen, wat onder andere betekent dat het museum de ambitie uitspreekt zijn ecologische voetafdruk met 10 procent te verminderen en dat alle Tate-vestigingen op groene elektriciteit zullen overschakelen. Je zou kunnen zeggen dat het een tikje pijnlijk is dat een instituut als Tate Eliasson nodig heeft om zo’n beslissing te nemen, het zegt ook iets over zijn invloed dat zijn tentoonstelling zo’n beslissing forceert – of zou het echt alleen maar publiciteit zijn?

Het lijkt erop dat Eliasson oprecht van goede wil is, maar met zijn werk een doodlopende straat is binnengelopen. Alsof hij denkt alleen nog maar te kunnen kiezen uit preken of verleiden – en vergeet dat dit allebei ondubbelzinnige handelingen zijn die ver af staan van het maken van goede kunst. Van werken als Beauty, of The Weather Project. Dat is een pijnlijk gezicht, maar aan de andere kant: als er één kunstenaar nog altijd in staat moet worden geacht die twee systemen met elkaar te verenigen, dan is het Eliasson wel. Onderschat nooit de man die de zon naar de aarde heeft gebracht.