Wachten op bewijs voor ketonen, dat kunnen wielrenners niet

Prestatieverbetering Renners van team Jumbo-Visma gebruiken deze Tour een middel voor sneller herstel: ketonen. Op zoek naar antwoord op dé vraag: haalt de ploeg er voordeel uit?

Het was Lance Armstrong, de man die zeven Tourzeges moest inleveren nadat hij dopinggebruik bekende, die er als eerste over begon in de Tour de France van dit jaar. „Het werkt goed en als je het nodig hebt in de laatste dertig tot vijfenveertig minuten van de etappe en je bent alleen, dan ga je het ophalen. Dat is een feit”, zei Armstrong in zijn wielerpodcast The Move.

Hij had gezien dat Julian Alaphilippe (Deceuninck-Quick-Step) zich in de achtste etappe naar Saint-Étienne hoogstpersoonlijk had laten afzakken naar de ploegleiderswagen om een bidon aan te pakken. Niets voor kopmannen, vond Armstrong. Zeker niet voor de man die in dezelfde rit de leiding in het Tourklassement zou pakken. Armstrong wilde niemand beschuldigen en wist dat het volkomen legaal was, maar het zou hem niet verbazen als er een smerig, bitter drankje in de bidon van Alaphilippe zat. Ketonen.

Sinds de uitspraken van Armstrong is het woord ‘ketonen’ overal in de Tour de France. Teamdirecteur Richard Plugge van het Nederlandse Jumbo-Visma zei in De Telegraaf dat zijn ploeg het spul gebruikt. Het werd wereldnieuws. Wonderdrank, klonk het. Superbenzine. Staminabooster. Andere ploegen, zoals Team Sunweb, beweerden dat het middel „riskant” was, omdat de effecten op de lange termijn nog onbekend zouden zijn.

Merijn Zeeman, sportief directeur van Jumbo-Visma, omschreef het middel als een „energiebronnetje”, maar zei ook dat het effect slechts „marginaal” zou zijn. De openheid van Jumbo-Visma ging verder. Kopman Steven Kruijswijk neemt het middel ook – al weet hij niet precies wat het effect is. Zie het, zei hij op een persconferentie, als een „energiereep of gelletje eten wanneer je fietst.”

Zeeman was bovendien bereid een stapel wetenschappelijke onderzoeken te delen waarop zijn ploeg de keuze om ketonen te gebruiken baseerde. NRC analyseerde de onderzoeken, samen met professor Peter Hespel van de Katholieke Universiteit in Leuven, een van de belangrijkste onderzoekers in de wereld op het gebied van ketonen. Presteren renners beter op ketonen?

Geklets over de ploegenradio

Laat meteen duidelijk zijn, zegt Hespel: ketonen zijn géén doping. Ze staan ook niet op de dopinglijst van de WADA. Het is een stof die het lichaam zelf kan aanmaken en werd al tientallen jaren geleden ontdekt tijdens wetenschappelijk onderzoek naar ondervoeding en uithongering. Als een lichaam een tekort aan suikers heeft, dan begint de lever met het omzetten van vetten in ketonen. Een alternatieve brandstof dus. Bovendien remmen ketonen de afbraak van eiwitten in een hongerig lichaam.

Topsporters die een langere periode moeten presteren, zoals in de Tour de France, moeten hun suikers op peil houden en zorgen dat niet te veel eiwitten uit de spieren worden afgebroken. Ketonen kunnen helpen. Maar het lichaam maakt die ketonen pas zelf aan als de uitputting nabij is – te laat voor renners die de komende dagen in de Alpen binnen 48 uur maar liefst zes keer naar een hoogte van meer dan 2.000 meter moeten klimmen. Wat de wielrenner dan nodig heeft, is een ketonendrank.

Lees ook: het ware slagveld moet nog komen, in de Alpen.

Er zijn al jaren geruchten over ketonen in het peloton. Greg Henderson, een voormalig wielrenner uit Nieuw-Zeeland die zes keer de Tour reed, vertelde twee jaar geleden in een interview over een curieus voorval. Een van de leiders in een Touretappe – Henderson reed bij hem in de buurt – miste een voedingstas met een bidon erin. Geen probleem, normaal gesproken – je haalt gewoon een nieuwe. Henderson: „Ik heb nog nooit zoveel geklets en paniek over de radio’s gehoord als toen. ‘Hij heeft de tas laten vallen’, riepen ze. Dat ging door en door en door, totdat de ploegwagen een bidon had opgepikt. Ik dacht: wat kan er zó bijzonder zijn aan die bidon?” Toen hij rond ging vragen hoorde Henderson over ketonendrankjes.

Ketonen werden voor het eerst als drankje gemaakt door onderzoekers van de universiteit van Oxford, nadat de krijgsmacht van de Verenigde Staten in 2003 miljoenen investeerde in onderzoek naar de mogelijke voordelen. Of het spul inderdaad extra energie gaf, was nog onduidelijk. Toch sprong de sportwereld er bovenop. In 2012 zou de Britse baanwielerploeg er al mee hebben geëxperimenteerd.

Een spin-offbedrijfje van de universiteit van Oxford verleende een licentie voor de verkoop van ketonen aan een Amerikaanse firma, HVMN Ketones, die het nu commercieel maakt – 99 dollar (88 euro) voor drie kleine flesjes. Daarmee werd het breed verkrijgbaar en het lijkt erop dat sportploegen over de hele wereld nu ketonen gebruiken. Tijdens de vorige editie van de Tour de France zouden zeven teams het middel hebben gebruikt, zei de directeur van HVMN Ketones tegen de Britse krant The Telegraph. Peter Hespel, van de universiteit in Leuven, vertelt dat hij „bijna dagelijks” door professionele sporters en sportploegen wordt gevraagd naar de werkzaamheid van het middel.

Cafépraat van Armstrong

Jumbo-Visma deelt acht wetenschappelijke rapporten over ketonen. In 2016 deed, opnieuw, de universiteit van Oxford een ontdekking die aan de basis staat van het geloof van veel sporters in het middel. Acht proefpersonen fietsten een tijdrit van een half uur. Vlak voor de start namen ze ketonen in. De ‘ketonen-groep’ fietste gemiddeld twee procent verder dan de andere groep.

Peter Hespel: „Dat is meteen de enige studie die directe prestatieverbetering door ketonen heeft gevonden. Juist door de onderzoeksgroep die een patent heeft op dit middel. Ik zeg niet dat de studie niet klopt, maar in studies die later zijn gedaan, werd juist geconcludeerd dat ketonen de prestaties niet positief beïnvloeden, of zelfs verslechteren.”

Een van die studies werd door Jill Leckey gedaan, voedingsspecialist van de nationale wielerploeg van Australië. In 2017 liet ze Australische profrenners een tijdrit rijden van 31,2 kilometer, een simulatie van het WK tijdrijden dat jaar. Voor de rit namen de renners een ketonendrank in, samen met de gebruikelijke koolhydraatrijke maaltijden en een pil van 200 milligram cafeïne (ook een normaal voedingssupplement). De ketonendrank werd doorgespoeld met 200 milliliter cola light. Van de elf renners die meededen, moest er één al voor de tijdrit opgeven; hij was zo misselijk dat hij moest kokhalzen. De resultaten van de anderen? Twee procent slechter dan de groep die geen ketonen innam.

Hespel: „We kunnen dus absoluut niet bewijzen dat het innemen van ketonen tijdens of vlak voor inspanning effect heeft. Sterker nog: het kan heel goed zijn dat de ketonen de rol van suikers of andere koolhydraten overnemen, waardoor je juist slechter presteert.”

Dat is ook de kern van de korte e-mail dat Asker Jeukendrup, hoogleraar voedingswetenschappen aan Loughborough University, vanuit zijn woonplaats Londen stuurt. Jeukendrup is ‘hoofd voeding’ van team Jumbo-Visma en werkte ook voor onder meer de Britse Olympische ploeg, FC Barcelona en PSV. Gevraagd naar het drankje schrijft hij: „Ketonen zijn echt geen wondermiddel. Dat is een conclusie die we toch al uit de literatuur kunnen trekken.”

Wat Lance Armstrong zei over Julian Alaphilippe, die nog een bidonnetje met ketonen gehaald zou hebben, noemt Peter Hespel dan ook „je reinste onzin” en „cafépraat”. Hij ergert zich eraan, zo komen spookverhalen in de wereld. „Echt stemmingmakerij van Armstrong, bijzonder idioot”, zegt Hespel. „Ketonen hebben echt geen nut in de laatste fase van de rit.”

Lees ook: Wat als alle doping wordt toegestaan?

Beter herstellen

Toch begrijpt Hespel de aantrekkingskracht van het spul wel. Want er mag onvoldoende bewijs zijn dat ketonen meteen effect hebben na inname, Hespel heeft zélf bewezen dat ketonen het sportende lichaam wel helpen herstellen. En ook dat is cruciaal en op den duur prestatieverhogend tijdens een grote wielerronde als de Tour de France.

De onderzoeksgroep van Hespel liet een groep van achttien studenten een Tour de France simuleren. Ze fietsten drie weken lang, zes dagen per week. Wat bleek? De studenten die ketonen innamen, herstelden beter dan de studenten die dat niet deden. In de derde week van de proefperiode was er één moment waarop de ketonengroep vijftien procent beter presteerde dan de placebogroep – volgens Hespel door sneller herstel na het drinken van ketonen.

Belgische media kwamen met vette koppen, toen het onderzoek een paar maanden geleden uitkwam. „Ketonen als superbrandstof”, schreef omroep VRT. Keer op keer werd Hespel geciteerd, die de resultaten „ongezien” noemde. Maar Hespel blijkt helemaal niet zo blij met die „overdreven” aandacht. Zeker niet nu media over de hele wereld dat percentage – een prestatieverbetering van 15 procent – één op één plakken op professionele wielrenners in de Tour de France.

„Dat is ridicuul”, zegt Hespel. Renners in de Tour de France herstellen écht niet vijftien procent beter met ketonen dan renners die het middel niet gebruiken. Zijn onderzoek ging over studenten, bij wie veel meer winst te halen is omdat ze minder getraind zijn. Atleten hebben hun herstelcapaciteit al geoptimaliseerd door een juiste balans te vinden met de inname van koolhydraten en eiwitten. Bovendien was die vijftien procent een momentopname. Het is bewezen dat ketonendrank voor topwielrenners mogelijk een verschil kan maken bij het sneller herstellen van een zware koers. Maar hoeveel verschil, dat is nog onduidelijk. „Daarvoor staat dit onderzoek nog te veel in de kinderschoenen.”

Dat de teamarts van Sunweb tegen de NOS spreekt van „in het wilde weg experimenteren” met ketonen, vindt Hespel dan ook weer fel overdreven. De effecten op de lange termijn zijn niet zo onbekend als Sunweb beweert, zegt hij. Er is veel onderzoek naar de rol van ketonen bij ondervoeding (niet specifiek bij topsport). Als de juiste doseringen worden gebruikt, zoals in het onderzoek van Hespel, dan wijst niets op schadelijke effecten. Bovendien is het goedgekeurd door de (strenge) Amerikaanse Food & Drug Administration (FDA) en veilig bevonden voor de verkoop als voedingsmiddel.

Peter Hespel moet lachen bij de suggestie dat wielerploegen wel heel enthousiast op een drankje springen waarvan de effecten nog onbewezen zijn. Dat klopt voor een deel, zegt hij, en veel atleten gebruiken het middel in zijn ogen verkeerd, namelijk tijdens of vlak voor zware inspanning.

Maar voor beter herstel, ook is niet duidelijk precies hoevéél beter, zijn goede aanwijzingen, zegt hij. Dus: „Laten we niet naïef zijn. Topsport gaat over minieme verschillen. Als er ook maar een mogelijkheid is om ietsje sneller te herstellen in de Tour de France, dan kun je niet jaren wachten op gevalideerd wetenschappelijk bewijs bij topsporters.”

Met medewerking van Dennis Boxhoorn.