Tweemaal veroordeeld voor terreur

Syriëgangers Voor het eerst straft de Nederlandse rechter reeds in Turkije veroordeelde Syriëgangers.

Rechtszaal in het paleis van justitie in Den Haag.
Rechtszaal in het paleis van justitie in Den Haag. Foto Roel Visser/ANP

Twee Nederlandse Syriëgangers die in Turkije waren veroordeeld en vervroegd vrijgelaten, worden in Nederland alsnog gestraft. Dat moet een opluchting zijn voor het Openbaar Ministerie: de afgelopen jaren heeft justitie er veel werk van gemaakt om alle Nederlandse terreurverdachten te vervolgen, indien nodig bij verstek.

De 24-jarige Oussama A. uit Utrecht en 25-jarige Reda N. uit Leiden kregen respectievelijk 7,5 jaar en 4,5 jaar celstraf. Het is voor het eerst dat Nederlandse IS’ers die al door een Turkse rechter veroordeeld zijn, ook in Nederland worden vervolgd.

De verdachten sloten zich in 2014 aan bij terreurgroep Islamitische Staat (IS). Twee jaar later werden ze in Turkije aangehouden. In mei 2018 veroordeelde een Turkse rechter het tweetal tot ruim zes jaar celstraf, maar ze werden direct zonder duidelijke toelichting vrijgelaten.

Lees ook: Na Turkse celstraf nu ook voor een Nederlandse rechter

Het is de vraag of het oordeel van de rechtbank Den Haag dinsdag in hoger beroep stand zal houden. De straf in Nederland lijkt in te druisen tegen het zogeheten ‘ne bis in idem’-principe. Dat stelt dat iemand niet twee keer voor hetzelfde feit gestraft mag worden.

In het strafrecht gaat ne bis in idem alleen op als de straf is uitgezeten. De twee verdachten hebben nog geen derde van hun straf ondergaan. En, concludeert de rechter, het is niet gebleken dat Turkije „afziet van executie van de resterende straf of gratie verleent”. Dus is er „geen sprake van ne bis in idem”.

De verdediging gaat niet mee in die redenering. „We hebben altijd gezegd: de verdachten zijn in Turkije na de veroordeling op straat gezet”, zegt advocaat Yasar Ozdemir. Hij verdedigt nog zeven andere Nederlandse terreurverdachten die met justitie in Turkije in aanraking zijn gekomen. „Je geeft iemand zes jaar, daarna zeg je: ga maar weg.” Feitelijk neem je dan afscheid van de rest van de straf. Maar „met een dubbele bestraffing ontken je de hele Turkse rechtsgang.” Volgens Ozdemir heeft de beslissing van de rechtbank te maken met het feit dat het om terreurverdenkingen gaat. „Het is een beladen onderwerp met veel media-aandacht.” De anderhalf jaar dat de jihadisten in Turkije vastzaten, is wel meegenomen in de strafmaat.

Oorlogsmisdrijf

De zaak tegen A. is ook op een ander punt uniek: hij werd als eerste Nederlandse Syriëganger veroordeeld voor een oorlogsmisdrijf. De jihadist deelde op Facebook een foto van zichzelf bij een gedode, gekruisigde man in Syrië. Daarmee is sprake van „aanranding van de persoonlijke waardigheid van de overleden persoon”, in strijd met de Geneefse Conventies.

A. zei dat hij zich hiertoe gedwongen voelde door andere IS’ers. Dat gelooft de rechtbank niet: de verdachte „poseert actief en lacht breed”. A. krijgt hiervoor 2,5 jaar, fors meer dan de acht maanden die het OM eiste. „Voor ons was het belangrijk dat een dergelijke vervolging wel mogelijk was”, zegt het OM in een reactie. „Daarbij geeft het vonnis aan dat de rechtbank het oorlogsmisdrijf hoog opneemt. Het is natuurlijk ook gewoon propaganda, dat wordt zwaar bestraft.”

Schept de zaak nu een precedent voor andere terugkeerders met een veroordeling in Turkije? Dat moet blijken in het hoger beroep, stelt Henny Sackers, hoogleraar strafrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen. „De rechtsontwikkeling voor Syriëgangers is pas drie tot vier jaar bezig. Er bestaat nog niet veel rechtspraak over.”

Twee weken geleden werd in Turkije een vrouwelijke IS-verdachte uit Apeldoorn veroordeeld tot vier jaar, en dezelfde dag vrijgelaten. Ook haar wacht een vervolging wanneer ze terugkomt in Nederland.