Rotterdamse verdachte in Turkije op vrije voeten, maar mag het land niet uit

Rojda A. wordt ervan beschuldigd banden te hebben met de PKK. Ze werd opgepakt toen ze met haar pasgeboren kind op vakantie was in Turkije.

Een beveiliger wacht voor een rechtbank in Istanbul.
Een beveiliger wacht voor een rechtbank in Istanbul. Foto Ozan Kose / AFP

Een rechtbank in Istanbul heeft dinsdag bepaald dat de Nederlands-Koerdische vrouw Rojda A. de rest van haar proces in vrijheid mag afwachten. Ze moet zich eens per week melden bij de politie maar mag Turkije nog niet verlaten. Haar familieleden vielen elkaar huilend van geluk in de armen toen het nieuws bekend werd. Naar verwachting zou ze later vandaag uit de gevangenis worden vrijgelaten.

Rojda wordt verdacht van banden met de Koerdische terreurorganisatie PKK omdat ze co-voorzitter is geweest van DemNed, een legale Koerdische organisatie in Nederland. Maar Rojda houdt vol dat ze alleen huiswerkbegeleiding heeft gegeven aan onder meer Koerdische kinderen in Nederland. In de aanklacht staat geen bewijs dat Rojda of DemNed banden hadden met de PKK.

Lees meer over de arrestatie van A.: Al twee weken vast in Turkse gevangenis na stedentrip

Rojda zat in de gevangenis met haar negen maanden oude dochter. „Ik kan vanavond eindelijk mijn dochter weer in mijn armen houden”, zei Rojda’s man Hikmet na de uitspraak. „Maar ik ben ook teleurgesteld in het Turkse rechtssysteem. Want we hadden vrijspraak verwacht. De enige reden dat ze niet is vrijgelaten is omdat ze het onderzoek naar haar telefoon niet op tijd naar de rechtbank hebben gestuurd. Nu zit ze nog drie maanden voor niks vast hier.”

Onlangs werd ook het Eindhovense SP-gemeenteraadslid Murat Memis, die van Koerdische afkomst is, al acht weken vastgehouden in Turkije op verdenking van banden met de PKK. Begin juli werd hij alsnog vrijgelaten. Inmiddels is hij terug in Nederland.