Hoe OM en verdediging samen tot bijzondere strafdeal komen

Procesafspraken Caribische witwaszaak levert - ondanks foutjes - inspiratie op voor een overbelaste Nederlandse strafrechtketen.

Veel Venezolanen kwamen naar Curaçao voor valutatoerisme.
Veel Venezolanen kwamen naar Curaçao voor valutatoerisme. Foto Lex van Lieshout/ANP

„Nepbedrijven, nepklanten, nepgoederen, nepboekhouding. Alles was fake.” Zo hard als de officier van justitie een zittingsdag eerder nog uithaalde naar de broers Itzak en Omer G. vanwege het vermoede witwassen van 320 miljoen dollar op Curaçao, zo vriendelijk was hij afgelopen vrijdag.

„Het OM wenst zijn excuses aan te bieden aan de rechtbank, de verdediging en de verdachten voor de verwarring”, zei hij op de slotdag van de strafzaak Cymbal. „Mij was niet bekend dat Omer zich wel degelijk zeer medewerkend had opgesteld.” Plots toonde de magistraat ook veel meer begrip voor Itzak G. bij wie „de veronderstelling heeft kunnen ontstaan en uitgroeien dat het met de strafbaarheid [van zijn activiteiten] wel meeviel.”

Bijna ging het mis. In de strijd tegen een overbelaste strafrechtketen bij het Openbaar Ministerie en rechtbanken wordt hoog opgegeven over het maken van procesafspraken tussen justitie en verdachten. Strafzaak Cymbal heeft op dat vlak trendsettende potentie.

Achter gesloten deuren overlegden OM, verdediging en de belastingdiensten van Nederland en Curaçao sinds mei intensief. En ze sloten een overeenkomst. In ruil voor het bieden van openheid van zaken en het afstaan van miljoenen aan wederrechtelijk verkregen vermogen zou justitie tegen Itzak en Omer G. alleen voorwaardelijke gevangenisstraf eisen. De twee broers hoefden na hun voorarrest dus niet meer terug de cel in.

Maar dat cruciale detail bleek bij de officier niet bekend. Hij was nieuw op de zaak. Zijn collega die het leeuwendeel van het strafonderzoek begeleidde en de deal sloot, moest zich daags voor aanvang van het strafproces terugtrekken vanwege privéomstandigheden en kon niet alles overdragen. Daardoor eiste het OM plotseling voor beide broers één jaar onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

„Ik dacht wat zullen we nou krijgen en heb onmiddellijk om een schorsing gevraagd”, vertelt Herman Loonstein, advocaat van Omer G.. Op de gang liepen de gemoederen vervolgens hoog op. „De dag na die zitting hebben wij de e-mails waarin de afspraken stonden aan de rechtbank en het OM gestuurd. Die kende de officier niet. Hij heeft na bestudering daarvan alsnog de strafeis aangepast.”

Swipen

De Cymbal-zaak was een van de vier casussen die ten grondslag lag aan de recordschikking van 775 miljoen euro die ING vorig jaar september sloot met justitie vanwege het jarenlang faciliteren van witwassen.

Lees hier hoe de ING-witwasaffaire precies in elkaar steekt

In de strafzaak staat valutatoerisme op Curaçao centraal. Jarenlang maakten Venezolanen de oversteek naar Willemstad om te profiteren van een maas in het monetaire systeem van hun thuisland. In Venezuela konden zij tegen een kunstmatig hooggehouden koers bolivars omwisselen voor dollartegoed op een creditcard. De voorwaarde was dat zij die dollars in het buitenland zouden besteden aan eerste levensbehoeften als medicijnen en kleding. Op Curaçao konden de Venezolanen tegen een commissie contante dollars pinnen (‘swipen’). Daarbij ontvingen ze nepfacturen van kleding en medicijnen om zich in te dekken bij de autoriteiten van hun door inflatie geteisterde thuisland.

Met hun bedrijven waren Itzak en Omer G. niet de enigen, maar hoorden ze wel bij de grotere swipe-aanbieders op Curaçao. In de loop der jaren faciliteerden ze voor 320 miljoen dollar aan creditcardbetalingen. Volgens justitie – dat in de zomer van 2015 bij de familie G. binnenviel – maakten zij zich daarmee schuldig aan oplichting, aan valsheid in geschrifte en witwassen.

Fraudeprocessen zoals Cymbal zijn typische langslepende kwesties. Gemiddeld genomen gaat 17 procent van de veroordeelden in hoger beroep, zo blijkt uit het jaarbericht van het OM. Bij dit soort ‘ondermijningszaken’ ligt dat boven de 40 procent. De gemiddelde doorlooptijd inclusief hoger beroep bedraagt meer dan vijf jaar. „Met zorg” constateert het OM dat het groeiende aantal ondermijningszaken „een steeds groter beslag legt op de beschikbare capaciteit van rechtbanken”, onder meer omdat ze veel behandeldagen tellen en gespecialiseerde rechters vragen.

Vastgelopen strafrechtketen

Tegen deze achtergrond wordt gepleit voor het vaker maken van speciale proces- en vonnisafspraken tussen justitie en verdediging. „Het grote voordeel is dat er dan meer zaken kunnen worden opgepakt en afgehandeld”, zegt docent en onderzoeker Laura Peters van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG). Afgelopen februari organiseerde zij een goed bezocht congres over het onderwerp.

Nederland loopt achter op landen als België, Duitsland, Frankrijk, Zwitserland, Engeland en de Verenigde Staten waar procesafspraken al jaren wettelijk verankerd zijn. „Voor veel landen was het vastlopen van de strafrechtketen daarvoor de drijfveer, zij hebben tijdig gezien dat ondermijningszaken een fors capaciteitsbeslag doen”, stelt Peters.

Op het RUG-congres kondigde OM-topman Gerrit van der Burg aan dat het OM „vaker procesafspraken wil” en hiermee zal gaan „experimenteren”. Strafzaak Cymbal past in die belofte. Er worden weliswaar al vaker (beperkte) procesafspraken gemaakt, bijvoorbeeld over het meewerken van een verdachte. Maar de omvangrijke swipe-zaak gaat duidelijk een stap verder. Niet alleen zijn de onderlinge afspraken vastgelegd in een overeenkomst die vervolgens is voorgelegd aan de rechtbank. Verdediging én OM vroegen de rechter bovendien nadrukkelijk om de uitonderhandelde strafeis op te leggen.

Wettelijke basis

„Het is nu echt belangrijk dat de rechtbank het voorstel volgt”, zegt advocaat Willem Koops die Itzak G. bijstond. Samen met de eerdere officier van justitie was hij de architect van de Cymbal-afspraken. De twee reisden naar Curaçao en kregen daar voor elkaar dat de belastingdienst en het lokale OM instemden en een bank zijn eigen vorderingen inslikte zodat de broers G. ook daadwerkelijk afstand van hun vermogen konden doen. Maar omdat het sluiten van een dergelijke afspraak geen wettelijke basis kent, kan de rechter volledig zijn eigen plan trekken. En die onzekerheid zorgde vrijdag in Zwolle voor een nogal schizofrene situatie. Advocaten Herman en Benzi Loonstein vroegen de rechtbank om de strafeis voor hun cliënt Omer G. over te nemen áls er een straf zou worden opgelegd. Maar tegelijkertijd hielden zij een vurig pleidooi waarin ze de bevoegdheid van de rechtbank Zwolle aanvochten, de niet-ontvankelijkheid van het OM bepleitten en de verdenking van oplichting en witwassen in de richting van hun cliënt onderuit veegden.

Ze hekelden de „foute wijze” waarop het OM de zaak in 2015 was begonnen en de familie G. had neergezet als witwassers van honderden miljoenen aan drugsgeld en ander crimineel geld – daarvan bleek later niets. En ze wezen op het klassebeleid van justitie. Op Curaçao was swipen bij veel meer bedrijven mogelijk, maar alleen de familie G. is vervolgd. En wat te denken van hoe ING zijn witwasschandaal mocht afkopen en niet voor de rechter kwam? „Cliënt moet zich hier met zijn broer in de rechtszaal verdedigen. Waarom werd hen niet ook een schikking aangeboden?”

Lees ook: Excuses OM na blunders in witwaszaak

Cruciale rol voor rechters

Onderzoeker Peters denkt dat zulke situaties voorkomen worden als er een wettelijke basis wordt gecreëerd voor proces- en vonnisafspraken. Een wet zou ook helpen de nu nog sceptische rechterlijke macht te overtuigen. Henk Naves, voorzitter van de Raad voor de Rechtspraak, liet zich in februari met name kritisch uit over vonnisafspraken waarbij OM en verdachte een strafmaat overeenkomen.

„Juist via wetgeving kun je het proces transparant maken en bepaalde waarborgen creëren”, zegt Peters. Ze wijst erop dat rechters een cruciale rol kunnen blijven spelen. „Het blijft ze vrij om afspraken af te wijzen, bijvoorbeeld als er onvoldoende bewijs in het dossier staat. Die regie moet de rechter pakken.”

Ook advocaat Koops denkt dat een wettelijke regeling zou helpen. Hij wijst erop dat voor de legitimiteit van procesafspraken transparantie cruciaal is. Bij Cymbal hield hij de rechtbank van elke stap en elk onderdeel rond de deal op de hoogte.

Van Amerikaanse toestanden zegt hij desgevraagd ver te willen blijven. „Je wil hier geen deals zoals in de Verenigde Staten. Je moet iemand niet tot schuldbekentenis brengen omdat hij bang is voor het alternatief.”

Op 4 september doet de rechtbank Zwolle uitspraak in de Cymbal-zaak.