Opinie

Herhaal economisch wanbeleid niet, geen Dijsselbloem bij IMF

Prima als Europa een eigen kandidaat voor het IMF zoekt, maar dan niet een met desastreuze ideeën, betoogt .
Jeroen Dijsselbloem bij een persconferenite, toen hij voorzitter van de Eurogroep was
Jeroen Dijsselbloem bij een persconferenite, toen hij voorzitter van de Eurogroep was Foto Jerry Lampen/ANP

Eens te meer dringt de EU aan op een Europese kandidaat voor de functie van IMF-directeur. De vorige keer, in 2011, steunde ik een dergelijke kandidaat, Christine Lagarde, die de functie toen ook kreeg. Zij is zojuist teruggetreden om in november Mario Draghi als president van de Europese Centrale Bank op te volgen. Het IMF zoekt voor haar nu een vervanger.

Acht jaar geleden betoogde ik dat Lagarde de aangewezen persoon was voor de grootste taak waar het IMF dit decennium voor stond: om te zorgen dat de eurozone in haar crisisjaren professionele ondersteuning kreeg en te voorkomen dat er iets van de crisis oversloeg op de rest van de wereldeconomie.

Het is tot daaraan toe dat de EU op haar eigen kandidaat aandringt als ze een goede hebben, zoals in 2011. Maar het wordt heel iets anders als die er niet is. Afgelopen week hebben Europese functionarissen zich over een shortlist van kandidaten gebogen. Vrijwel bovenaan stond Jeroen Dijsselbloem, voormalig minister van Financiën en hoofd van de Eurogroep van zijn collega’s in de eurozone. Hij en een aantal andere kandidaten op de lijst hebben heel wat om zich voor te verantwoorden. Zij drongen tijdens de crisis in de eurozone op bezuinigingen (austerity) aan. Dijsselbloem maakte de crisislanden ooit het befaamde verwijt dat ze hun geld aan ‘drank en vrouwen’ uitgaven.

De EU-ministers van Financiën lijken hem te verkiezen boven Mark Carney, de vertrekkende president van de Bank of England. Dijsselbloem is meer zoals zij. Hij heeft de nationaliteit van een land uit de eurozone. Op papier geldt dit ook voor Carney, die geboren is in Canada maar twee EU-paspoorten heeft – een Iers en een Brits. Maar de EU-ministers vinden hem voor de functie niet echt Europees genoeg. Ze zouden net zo goed tegen hem kunnen zeggen dat hij terug moet naar waar hij vandaan komt.

Er zijn andere kandidaten

Een ander oneigenlijk argument ten gunste van Dijsselbloem is dat hij een socialist is. De socialisten kregen duidelijk minder dan ze hadden gehoopt in de jongste EU-topbanencarrousel die onder meer tot de keuze van Lagarde heeft geleid. Zij moeten dus gecompenseerd worden. De IMF-functie is de ideale troostprijs.

Lees ook: Kabinet wil Dijsselbloem als nieuwe IMF-voorzitter

Op het moment dat ik dit schrijf heeft de EU nog geen besluit genomen over de kandidaat die ze wil steunen. Als de eurozone Dijsselbloem voordraagt, of iemand anders die tijdens de crisis een vooraanstaande positie had, zou ik de andere lidstaten van het IMF aanraden om hun eigen kandidaat voor te dragen. Behalve Carney is er ook nog Agustín Carstens, de Mexicaanse econoom die directeur is van de Bank voor Internationale Betalingen.

Nu Boris Johnson premier van Groot-Brittannië is geworden, zou hij samen met de Amerikaanse president Donald Trump een gemeenschappelijke Amerikaans-Britse kandidaat moeten steunen. Er is een groot publiek belang om te voorkomen dat de eurozone haar giftigste beleidsmakers – en beleid – naar de rest van de wereld exporteert.

Economische analfabetisme

Mijn inziens is het probleem met veel EU-beleidsmakers hun diepgewortelde economische analfabetisme. Het bezuinigingsbeleid is een van de grote politieke tragedies van onze tijd. Het ligt achter de opkomst van de populistische Lega in Italië. De partij van Matteo Salvini staat aan de vooravond van een ongekende machtsgreep.

Ursula von der Leyen, tot voorzitter van de Europese Commissie gekozen, gaf ons tijdens een van de hoorzittingen in het Europees Parlement met haar een bijna komische versie van dit economisch analfabetisme, toen haar door een parlementslid van de Groenen naar het Duitse overschot op de betalingsbalans werd gevraagd. De Duits term voor betalingsbalans is Leistungsbilanz, en een overschot daarop klinkt dus als ‘prestatieoverschot’. Uit Von der Leyens onsamenhangende reactie bleek dat zij, net als Trump, overschotten op de betalingsbalans als een positieve prestatie-indicator beschouwt.

Dit is het niveau waarop we het economisch beleid in de eurozone bespreken. Vanuit die instelling zijn we opgezadeld met het begrotingspact, een reeks regels om landen te dwingen om te voldoen aan een specifiek numeriek plafond van hun schuld ten opzichte van hun bruto binnenlands product. Zo zijn we ook opgezadeld met de Duitse schuldenrem, een grondwettelijke eis van een begrotingsevenwicht waardoor aanhoudende begrotingsoverschotten zijn ontstaan. En zo kregen we ook Dijsselbloem op de shortlist. De rest van de wereld kan niet zoveel doen aan slechte beleidskeuzes in de eurozone. Maar ze kan en moet wel weigeren om die beleidsmakers te belonen met riante internationale financiële functies.

Nieuwe uitdagingen

De vaardigheden die de komende IMF-directeur nodig heeft, zullen anders zijn dan acht jaar geleden vereist waren. De succesvolle kandidaat zal te maken krijgen met handels- en valutaoorlogen, vervaagde grenzen tussen fiscaal en monetair beleid, nieuwe soorten financiële crises en digitale munten.

De komende tien jaar zouden er weleens grote veranderingen in het internationale monetaire systeem kunnen optreden. Het is veelzeggend dat de ministers van Financiën van de eurozone in hun gesprekken over topfuncties aan deze thema’s geen prioriteit hebben gegeven. Voor hen telt alleen of iemand al of niet afkomstig is uit de eurozone, van links of rechts, uit het noorden of het zuiden.

De wereld heeft een eersteklas persoon nodig om het IMF te leiden. Ze mag niet toestaan dat Europa het Fonds behandelt als een stortplaats voor afgedankte functionarissen.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.