De wereldeconomie buigt, maar barst nog niet

Prognose Ondanks alle risico’s, van handel tot oorlog, houdt de wereldeconomie zich vrij goed, stelt het IMF.

Veel economen hadden er op gerekend dat de verslechtering van de conjunctuur die zich in de loop van 2018 voordeed, dit jaar zou doorzetten.
Veel economen hadden er op gerekend dat de verslechtering van de conjunctuur die zich in de loop van 2018 voordeed, dit jaar zou doorzetten. Foto Simon Dawson/ Reuters

De wereldeconomie verliest vaart, maar komt vooralsnog niet in de gevarenzone. Die conclusie valt te trekken uit de tussentijdse economische ramingen die het Internationaal Monetair Fonds (IMF) dinsdag heeft gepresenteerd. Opvallend is dat voor westerse landen de vooruitzichten iets worden opgeschroefd ten opzichte van de ramingen in april, terwijl het perspectief voor opkomende landen juist verslechtert.

De economische groei in China wordt geschat op 6,2 procent in 2019 en 6 procent in 2020. Daarmee zet de gestage daling van het groeitempo van de Chinese economie voort. De 6 procent die voor volgend jaar wordt verwacht is het laagst sinds begin jaren negentig, toen de Chinese motor nog op gang moest komen. Uit de langetermijnramingen van het IMF blijkt dat het fonds in 2024 nog maar 5 procent groei in China verwacht.

Ook voor India, Latijns-Amerika en landen van de voormalige Sovjet-Unie is het IMF terughoudend geworden. De grootste verlaging van de prognose geldt Brazilië (-1,3 procentpunt tot 0,8 procent in 2019) en Mexico (-0,7 procentpunt tot 0,9 procent). Met name dat laatste land lijdt onder de voortdurende dreiging met sancties en tarieven door de regering-Trump.

VS: 121 maanden groei

Opvallend is dat de eerst opgelaaide en toen weer wat geluwde handelsspanningen tussen de VS en China niet merkbaar zijn in de vooruitzichten voor de Amerikaanse economie. De huidige periode van economische groei zonder dat die is onderbroken door een recessie begon in juni 2009, en duurt nu al 121 maanden. Per augustus komt daar weer een maand bij. Daarmee is dit de langste economische expansie in de VS sinds met metingen werd begonnen.

Handel speelt wel een rol in de teruggelopen verwachtingen voor Azië. Het IMF constateert dat de groei van de wereldhandel eind vorig jaar al daalde naar onder de 2 procent en tot nog maar een half procent in het eerste kwartaal van dit jaar. Niet alleen de productie van consumentenartikelen, maar ook die van kapitaalgoederen wordt daardoor getroffen, vooral in Zuidoost-Azië. Dat heeft weer een negatief effect op de investeringen daar.

Verslechtering bleef uit

De weerspannigheid van de conjunctuur in het Westen is opvallend. Veel economen, maar ook beleggers, hadden verwacht dat de verslechtering van de conjunctuur die zich in de loop van 2018 voordeed, dit jaar zou doorzetten. Zakenkrant Financial Times onthulde gisteren dat het hedgefonds Pure Alpha, deel van de Bridgewater-groep met een belegd vermogen van 150 miljard dollar, het afgelopen halfjaar bijna 5 procent heeft verloren. De aandelenkoersen stegen wereldwijd met 15 procent en zelfs obligaties leverden 6 procent aan totaalrendement op. Topman Ray Dalio, een van de bekendste beleggers, zei dat hij had ingezet op een ‘paradigmawisseling’ in de wereldeconomie, grotendeels in de richting van een bedrijfsonvriendelijker klimaat. De gehoopte klif kwam er in januari niet.

In plaats daarvan stabiliseert volgens rijkelandenclub OESO de economie van die rijke industrielanden juist. De organisatie houdt van maand tot maand bij hoe het momentum in de wereldeconomie verloopt. Voorraden en orders bij de industrie, de stemming op de financiële markten, het vertrouwen van consumenten en producenten en nog wat andere indicatoren worden samengevoegd tot een zogenoemde leading indicator, die volgens de OESO zo’n half jaar voorloopt op de werkelijke conjunctuur. De leading indicator dook halverwege vorig jaar onder de neutrale waarde van 100, maar de daling vlakt af. Dat is volgens de OESO een teken van stabilisering in de werkelijke economie.

Stabilisering

Dat is overigens ook, anekdotisch, te zien in de vertrouwensmetingen van Nederlandse consumenten. Het consumentenvertrouwen viel sinds de zomer van 2018 van een hoogtepunt van plus 23 terug tot een dieptepunt van -4 in maart van dit jaar. Sindsdien herstelt het weer wat en bereikte, zo bleek maandag, een bescheiden positieve waarde: plus 2.

De autoriteiten vertrouwen die stabilisering niet geheel. Donderdag vergadert de Europese Centrale Bank (ECB). Op de financiële markten wordt geen directe actie verwacht, wel een aantal stevige hints voor de volgende bijeenkomst in augustus. Mogelijk volgt dan een renteverlaging, die de officiële rente nog iets verder onder nul duwt. Omdat er weinig ruimte meer zit in het rentebeleid, kan de ECB ook zinspelen op het herstarten van een vorm van kwantitatieve verruiming – opkopen van staatsleningen, andere leningen of aandelenbeleggingen. De Japanse centrale bank ging de ECB met dat laatste al voor.

ECB-watchers houden er rekening mee dat de scheidende president Mario Draghi zich er niet van zal laten weerhouden om over zijn ‘graf’ heen te regeren. Terughoudendheid wordt dan ook niet verwacht, ook al zet dat zijn beoogde opvolger, Christine Lagarde, voorlopig vast.

Renteverlaging in VS

Volgende week vergadert ook de Amerikaanse Federal Reserve. Hoewel Jerome Powell en andere bestuurders de regie over hun afzonderlijke uitspraken en lezingen enigszins kwijt lijken, leidt de financiële markt eruit af dat er een renteverlaging aankomt met een kwart procent tot tussen 2 en 2,25 procent. De president van de Federal Reserve van New York, de belangrijkste afzonderlijke bank in het federale stelsel van centrale banken, leek vorige week zelfs te zinspelen op een verlaging met een half procentpunt. Maar dat werd door de PR-afdeling, zeer uitzonderlijk, snel weggemasseerd.

Lees ook: Handelsoorlog nu ook monetair

Zo gaat de wereldeconomie straks de zomer in: stabiliserend, maar, zoals het IMF stelt, met voornamelijk risico’s aan de onderkant. De ruzie tussen de VS en Iran smeult verder, er komt meer (on)duidelijkheid over de Brexit met het aantreden van premier Boris Johnson. En, wellicht het belangrijkst: de handelsconflicten tussen de VS en China, tussen de VS en de EU en de VS en zijn naaste buren Mexico en Canada zijn nog niet bijgelegd en kunnen elk moment weer oplaaien.

Dat die conflicten en opgeschroefde invoertarieven over en weer de Amerikaanse economie tot nu toe niet van de rails hebben geduwd, mag een reden lijken tot vreugde. Maar een Amerikaanse president die kennelijk geen economische consequenties ziet van de tot nu toe gevoerde handelsoorlogen, is onberekenbaarder dan ooit.

Correctie dinsdag 23 juli 2019: In een eerdere versie van dit artikel stond dat de financiële markten een aantal stevige hints van de ECB verwachten voor de eerstvolgende bijeenkomst in december. Dat moest zijn: de volgende bijeenkomst in augustus.