Je kunt nooit bewijzen dat het aan je kleur ligt, maar zo voelt het zeker

Politiewerk Etnisch profileren bij de politie is hardnekkig. Hoe voelt het om voor de zoveelste keer staande gehouden te worden? „Je moet ook niet bijdehand gaan lopen doen.”

De politie doorzoekt twee auto’s op het Heemraadsplein in Rotterdam-West.
De politie doorzoekt twee auto’s op het Heemraadsplein in Rotterdam-West. Foto Gert Seinen

Anouar (27) werd vorig weekend nog staande gehouden. Hij huurde voor de bruiloft van een vriend een Mercedes-AMG GT. „Waarom houdt u mij aan?”, vroeg hij.

„Je rijdt in een opvallende auto.”

„Ja dus?”

Het wás een opvallende auto, dat weet hij ook wel. Toch is het helemaal niet fijn.

Loop een rondje door Rotterdam-West en vraag willekeurige jongens en mannen met Surinaamse, Antilliaanse, Kaapverdiaanse, Marokkaanse wortels of ze zoiets wel eens hebben meegemaakt, dan heeft iedereen verhalen. Niemand die zegt: staande gehouden? ID laten zien? Waar heb je het over? Niet iedereen wil met zijn volledige naam in de krant. Met een knipoog: „Alsof we niet al genoeg shit hebben in het leven.”

Je kan nooit bewijzen dat het aan je kop ligt, zeggen de mannen in West. Maar jij staat steeds stil en je blonde buurman niet. Dat is etnisch profileren. Eind vorige week kwam het weer in het nieuws toen vertrekkend politieadviseur Carel Boers in zijn brief aan minister Ferdinand Grapperhaus (Justitie, CDA) schreef: er gebeurde niks met meldingen van discriminatie en ander grensoverschrijdend gedrag binnen het korps.

Arlindo Dos Santos (38) zit op een bankje in het park, op weg naar zijn tante. In Rotterdam-Noord, waar hij opgroeide, werd hij altijd in de gaten gehouden door de politie. „Echt zeven van de tien keer dat we op het Pijnackerplein aan het chillen waren, werden we aangesproken.”

Natuurlijk, er waren jongens bij die vervelende dingen deden, zegt Dos Santos. „Maar het ging altijd onaangenaam. De agenten gaven geen antwoord als we vroegen waaróm ze onze naam vroegen. ‘En dan nu wegwezen!’, als ze het hadden genoteerd.”

Hij was opstandig. Maar dat heeft hij afgeleerd. „Je verliest het altijd. Voordat je het weet zit je in het busje.”

Als hij wit zou zijn, was het anders, zegt hij. „Mijn beste maat is een geboren en getogen Brabander. Hij haalde in zijn jeugd veel kattenkwaad uit en kon lekker zijn gangetje gaan. Dat verschil is er. Het blijft zo. Je moet weten hoe je ermee om moet gaan.”

Lees ook het interview met antropoloog Sinan Çankaya: ‘Agenten denken dat ze het in een bepaalde hoek moeten zoeken’

Je leert hoe je ermee om moet gaan. Dat zegt bijna iedereen. Eind 2017 nam de politie maatregelen om etnisch profileren tegen te gaan. Agenten kregen duidelijke richtlijnen en in de app van de politie kwam de mogelijkheid om etnisch profileren te melden. Veel heeft het niet uitgehaald, menen twee mannen van 28 en 30 jaar die tegen hun auto geleund staan. „Het is eerder erger geworden”, zegt de oudste. De twee vrienden hebben Surinaamse wortels. De oudste heeft samen met zijn vrouw een beautysalon, de jongste werkt bij een bedrijf dat andere bedrijven dagelijks voorziet van fruit. Ze zien er strak en netjes uit, dragen merkkleding.

Als je iets fout doet, is het normaal dat je wordt aangehouden, zegt de oudste. „Maar het gaat te ver als het op basis van je kleur, je kleding of je auto gebeurt. Er is weinig aan te doen. Agenten die etnisch profileren, zouden geschorst moeten worden.”

Hij wijst naar zijn Peugeot 2008. „Deze heb ik een maand. Ik word nu veel minder aangehouden. Hiervoor had ik een Peugeot 3008. Toen was het veel vaker. Ach, ik vond die auto toch vrij duur.”

Agenten willen meestal kentekenpapieren en rijbewijs zien. „Als ze willen, keren ze je hele auto binnenstebuiten”, zegt de jongste.

Hij werd laatst staande gehouden toen hij met zijn vader in een bouwmarkt was. „Mijn pa stak zijn telefoon in zijn zak, meteen bewaker erbij.”

„Je hebt het ook zelf in de hand”, zegt de oudste. „Je moet niet bijdehand gaan lopen doen.”

De jongste: „Mijn pa liet hem rustig kijken. Hij haalde zijn schouders op. Ik ging in discussie.”

Jongeren doen dat vaak nog. In discussie gaan. Schelden. De oudste deed het vroeger ook, kreeg zelfs boetes voor rondhangen op een plek met een samenscholingsverbod. Maar zo ver laat hij het nooit meer komen. „Ik heb twee kinderen, ik vind het zonde om geld aan boetes te besteden. Koop ik liever kleding voor hen.”

Ontelbare keren

Niet op straat hangen, zegt ook Benito Bendt (48). Hij rijdt naar de sportschool, naar zijn werk in de Spaanse Polder, naar de supermarkt en voor de rest is hij thuis. Laatst werd hij aangehouden, de agenten vonden een broodmes in een plastic box, achterin zijn auto. „Ik ben aan het verhuizen”, zei Bendt. Hij kon weer verder.

Ik wás ook aan het verhuizen dus het kwam er snel en eerlijk uit, zegt Bendt. Relaxed blijven, zegt hij. Al is het soms lastig. Zo werd hij, toen hij naar Spanje wilde reizen, op Schiphol opgehouden – hij moest een uurtje op een „harde bank” zitten. Waarom? Omdat hij op 11 september jarig is. „Wát?” , vroeg hij de marechaussee verbaasd. „Ik ben niet eens moslim!”

Bendt kwam op zijn negentiende naar Nederland en hing toen vaak op het Marconiplein, waar ook een politiebureau staat. „We hádden niks te doen, man.” Maar ook: „We voelden ons een hele vent, terwijl we geen huur betaalden en niet voor ons eigen eten werkten. Nu denk ik soms: ‘zij deden ook maar hun werk’.”

Lees ook: Een voormalig agent vertelt: Ook ik was als politieman tot discriminatie in staat

Die mildheid hebben twee jongemannen die op de Nieuwe Binnenweg op de stoep waterpijp roken, absoluut niet. Ze háten de meeste agenten. De meeste, want er zitten ook relaxten tussen. Ze komen uit de Schilderswijk in Den Haag maar daar is dit, ze wijzen op de pijp, absoluut onmogelijk. „Stop hem in je kont”, zegt zo’n agent als je zichtbaar rookt.

Ontelbare keren wordt hij gevraagd om ID of rijbewijs, zegt Samir (24). „Je hoeft niks geks te doen. Ze kijken, of je wat open hebt staan of zo. Ik vind het normaal als ik een fout maak maar het gebeurt meestal zonder reden. ‘Waarom houdt u me aan’, vraag ik dan. ‘Er zijn veel dieven’ zeggen ze.”

Geagiteerder: „Mijn zus werkt in Wassenaar. Ik ging haar ophalen. Een Haagse agent zag me daar en zei: ‘Kom je helemaal hierheen om een auto te pikken?’ En ik heb geen strafblad hè. Ik werk gewoon en betaal mijn huur. Je raakt eraan gewend dat je een soort tweederangsburger bent. Eerst denk je, laat maar gaan. Dat probeer ik steeds te denken. Maar als het voor de honderdste keer gebeurt dan ontplof ik. Je voelt je naakt. Machteloos.”