Vrijspraak voor ‘pestende’ militairen

Misstanden bij Defensie Vijf (ex-)militairen zijn vrijgesproken van bedreiging, mishandeling en aanranding op de Oranjekazerne in Schaarsbergen. De rechter zag tegenstrijdigheden in de aangiftes.

De Oranjekazerne in Schaarsbergen, waar volgens de aangevers in 2012 en 2013 misstanden plaatsvonden.
De Oranjekazerne in Schaarsbergen, waar volgens de aangevers in 2012 en 2013 misstanden plaatsvonden. Foto Remko de Waal / ANP

Zodra uit de mond van de rechter het woord ‘vrijspraak’ heeft geklonken, slaat de ex-militair de handen voor zijn gezicht. Even ontsnappen hem enkele tranen, dan herneemt hij zich. De 27-jarige man en zijn vier (voormalig) collega’s zijn vrijgesproken van alle aanklachten.

De opluchting van de militairen is tegelijkertijd de anti-climax van wat volgens de rechter „in de media is aangeduid als de Schaarsbergen-zaak”. Die zaak draaide om de vermeende bedreiging, mishandelingen en aanranding van drie militairen op de Oranjekazerne in Schaarsbergen. De vrijspraak maandag toont aan volgens Tanja ten Wolde, advocaat van twee beschuldigde militairen, dat „mijn cliënten niet gelinkt kunnen worden aan de aantijgingen.”

In de beleving van Ten Wolde en haar collega’s heeft het Openbaar Ministerie (OM) zich in de Schaarsbergen-zaak „laten meeslepen in een mediahype”. In hoeverre dat klopt is lastig na te gaan, doordat het OM vooralsnog geen commentaar geeft.

Zeker is wel dat de onthullingen over (vermeende) misstanden in Schaarsbergen veel media-aandacht hebben gekregen. Een publicatie in de Volkskrant in november 2017 leidde tot een maatschappelijke discussie over de cultuur in de krijgsmacht, die naadloos paste in een al langer lopend debat over omgangsvormen in de samenleving – van ontgroeningsrituelen bij studentencorpora tot #MeToo-kwesties in de kunstwereld.

Lees ook: Militair die ongewenst gedrag meldt, wacht treurig lot

Schaarsbergen werd zo een symbool van de sociale onveiligheid bij defensie en van een doorgeschoten machocultuur in het algemeen. Staatssecretaris Barbara Visser (Defensie, VVD) stelde een onderzoekscommissie in onder leiding van hoogleraar Ellen Giebels (Universiteit Twente), die in oktober 2018 vaststelde dat defensie faalt in de aanpak van misstanden en grensoverschrijdend gedrag. Het OM begon een strafzaak, waarbij in dit voorjaar vijf (ex-)militairen terechtstonden bij de militaire kamer van de rechtbank in Arnhem. „Defensie draagt zorg voor veiligheid in verre oorden”, zei de officier van justitie, „maar ook voor een veilige werk- en leefomgeving op de thuisbasis.”

Niet mee op missie

Van veiligheid was geen sprake vonden drie militairen, die in 2012 en 2013 bij de mortiergroep van de Luchtmobiele Brigade in Schaarsbergen kwamen. Ze werden slachtoffer van pesterijen en mishandelingen, zo verklaarden ze: er werd over hen heen geplast, ze kregen een vinger in hun achterste, ze werden geschopt en geslagen en werden slachtoffer van ‘drie man tillen’. Bij deze ‘militaire aanranding’ wordt iemand op de grond geduwd, waarna een ander het ontblote onderlichaam in zijn gezicht duwt. Toen de slachtoffers erover klaagden, zouden zij in de wapenkamer met de dood zijn bedreigd door collega’s.

De drie mannen deden in augustus 2017 aangifte bij de marechaussee en vertelden in november – onder schuilnaam – hun verhaal in de Volkskrant. De verdachte militairen werden in december opgepakt voor verhoor en door defensie geschorst. „Dat betekende ook dat ze bijvoorbeeld niet mee konden op een missie, terwijl dat is waar ze jaren voor hebben getraind”, zegt Ten Wolde, „Mede om die reden heeft een cliënt van mij besloten de dienst te verlaten.”

Verjaard

Het OM besloot bijna een jaar na de arrestatie om van de tien oorspronkelijke verdachte (ex-)militairen er vijf strafrechtelijk te vervolgen. Daarna duurde het nog ruim een half jaar voordat deze mannen echt voor de rechter stonden. „Het duurde veel te lang”, zegt Ten Wolde: „En in die tijd moest een cliënt van mij weer een missie laten lopen.” Van de militairen die in dienst bleven, maakte defensie de schorsingen wel ongedaan.

De trage afhandeling van de zaak door het OM bezorgde de verdediging bij de eerste zittingsdagen in mei wel een eerste succes. Voor veel vergrijpen geldt een verjaringstermijn van zes jaar. Omdat de beschuldigde militairen pas in maart van dit jaar een officiële dagvaarding kregen, telde de rechter vanaf dat moment zes jaar terug. Daarmee werden alle feiten die vóór 20 maart 2013 zouden zijn gepleegd, in een klap als verjaard beschouwd. Het OM tekende hoger beroep aan bij het gerechtshof, maar ving daar een maand later bot.

Wapenkamer-incident

Daarmee viel de bodem onder een van de zwaarste beschuldigingen vandaan, namelijk ‘drie man tillen’. Twee van de aangevers zouden daarvan slachtoffer zijn geworden tijdens een oefening in Duitsland, die plaatshad van 18 tot 22 maart 2013. Dit is ná 20 maart gebeurd, betoogde het OM, en dus net niet verjaard. „Dat is een aanname van het OM, die niet blijkt uit het dossier”, zei advocaat Frezia Aarts tijdens de zitting: „Het tijdstip kan simpelweg niet worden vastgesteld.”

De advocaten morrelden op veel plekken aan de verklaringen van de drie aangevers, zoals over de bedreiging in de wapenkamer. „Op het moment dat dit volgens het OM was gebeurd, waren de drie aangevers al door de commandant ziek naar huis gestuurd”, zegt Ten Wolde. Zo waren er volgens de advocaten vele ongerijmdheden.

Het OM vond dat de verklaringen ondanks kleine verschillen wel degelijke overeenkwamen en bovendien werden ondersteund door verklaringen van andere getuigen. Genoeg om vast te stellen dat de drie aangevers waren vernederd. „Vernedering van individuen schept geen groepsgevoel, maar schept juist afstand”, zei de officier van justitie met een verwijzing naar het onderzoek van de commissie-Giebels. Het OM vond de feiten voldoende bewezen om taakstraffen tot 240 uur te eisen.

De rechtbank betoonde zich maandag niet erg onder de indruk van het bewijs. Volgens de voorzitter zitten er „te veel onwaarschijnlijkheden en tegenstrijdigheden in de verklaringen”, terwijl technisch bewijs ontbreekt. Onduidelijk is wie, wat wanneer heeft gedaan en dus: „Bij twijfel aan schuld moet je vrijspreken.” Dat betekent niet dat de aangevers ongeloofwaardig zijn, want „op grond van het dossier” ziet de rechtbank wel een „beeld” van misdragingen bij de luchtmobiele brigade.

Dat lijkt nog wat aanknopingspunten te bieden voor een hoger beroep. Het OM laat weten eerst het vonnis te bestuderen, voordat het daarover een besluit neemt. In de rechtszaal wijst de voorzitter de geëmotioneerde ex-militair erop dat het OM nog in beroep kan gaan. „Voor de volledigheid. Maar in essentie is het hiermee klaar, u kunt gaan.”