Schadelijk, maar onweerstaanbaar: computervirussen in het museum

Tentoonstelling Het Nieuwe Instituut in Rotterdam geeft in een fysieke tentoonstelling een overzicht van de geschiedenis van het computervirus. Het begint onschuldig, maar eindigt met malware als geopolitiek wapen.

Artistieke interpretatie van Ransomware Pollocrypt.
Artistieke interpretatie van Ransomware Pollocrypt. Beeld Tomorrow Bureau en Bas van de Poel

Computervirussen zijn als foute vriendjes: schadelijk, maar onweerstaanbaar. Het is deze paradox van destructie en schoonheid die Het Nieuwe Instituut in Rotterdam uitlicht in de compacte tentoonstelling Malware: Symptoms of Viral Infection.

Het is volgens de makers de eerste fysieke malwaretentoonstelling ter wereld. Internet Archive zette in 2016 weliswaar de bekendste virussen op een rij in het ‘Malware Museum’, maar dat was online. Het Nieuwe Instituut maakte eerder de fysieke tentoonstelling Sleep Mode (2017, over screensavers.

Lees over de screensaver-tentoonstelling: Een feest der herkenning; in Rotterdam herleeft de screensaver

In drie gangen tonen curatoren Bas van de Poel en Marina Otero Verzier, hoofd van de onderzoeksafdeling van het designmuseum, ruim twintig van de meest beruchte virussen. De toegang is door plastic flappen, als in een ziekenhuis: Pas op. Besmettingsgevaar.

Gang één begint onschuldig. De eerste virussen zijn vooral visuele pareltjes. Zie de pulserende regenboogkleuren van ‘LSD’ (1994), de flikkerende balken van ‘Crash’ (1990), die je scherm vulden als je op vrijdag de dertiende een geïnfecteerd programma opende. Het was geëxperimenteer van nerds, visuele grapjes in het op tekst gebaseerde besturingssysteem Microsoft DOS. „Sommige waren wel schadelijk”, zegt Van de Poel, „maar dan in ieder geval op een esthetisch aangename manier.”

CryptoLocker gijzelsoftware (2013), te zien in de Malware exhibition in Het Nieuwe Instituut. Artistieke interpretatie door Bas van de Poel en Tomorrow Bureau.

Foto Ewout Huibers

Menselijke zwakheden

Vroege malware was zichtbaar; je wist wanneer je de klos was. In ‘Brain’ (1986), het eerste pc-virus, verwerkten de twee Pakistaanse bedenkers hun adres en telefoonnummer. Soms verschenen onverholen politieke boodschappen als „Legalize Cannabis” in ‘Coffeeshop’ (1992) op je scherm. ‘Skynet’ (1994) typte doodleuk „Don’t be afraid. I am a very kind virus.”

Maar toch, op je gemak voel je je niet. Gepruttel van vastlopende computers klinkt, er is een doorkijkvloer, subtiele duisternis. Je weet: ik ben kwetsbaar.

In gang twee verwelkomt stripper ‘Melissa’ (1999) je, terwijl ze langzaam rond een paal draait. Op de achtergrond scrollt code in razend tempo voorbij. Ze verleidt ons: klik op mij, als een verleidelijke advertentie of geïnfecteerde liefdesmail (‘ILOVEYOU’, 2000). Niet alleen technologische loopholes, ook menselijke zwakheden zijn het doelwit van virussen. Met de komst van internet en e-mail verspreiden ‘wormen’ zich razendsnel.

BRAIN (1986) is het allereerste DOS-computervirus.

Beeld Het Nieuwe Instituut

Stuxnet

Gang drie. Virussen zijn een geopolitiek wapen geworden. „Overheden gebruiken nu malware om economieën van andere landen te verstoren”, zegt Van de Poel. Ze bedreigen cruciale infrastructuur. ‘Stuxnet’ (2009), waarschijnlijk ontwikkeld door de VS en Israël, infecteerde computers binnen het Iraanse kernprogramma. Oekraïne werd in 2017 aangevallen door ‘NotPetya’. Vliegvelden, ziekenhuizen en banken, en servers van bedrijven als Maersk en TNT werden platgelegd.

Virussen zijn niet meer zichtbaar. „Dat is hun hele bestaansrecht”, zegt Van de Poel. Dus hoe exposeer je ze? Met ontwerpstudio Tomorrow Bureau uit Londen maakte hij collages van journaalbeelden, kaarten, geometrische figuren en 3D-modellen. Bij ‘Petya’ valt een ziekenhuisbed te ontrafelen, beelden van een kerncentrale doemen op bij Stuxnet. Dit is niet meer om te lachen.

Pacemaker

Naarmate we afhankelijker worden van technologie, wordt het moeilijker ons te beschermen tegen cyberaanvallen. „We eindigen Malware met een vraagteken”, zegt curator Otero Verzier. „Hoe ziet de toekomst van malware eruit als we steeds meer technologie in ons lichaam plaatsen? Kan dadelijk onze gezondheid worden gehackt?” De expositie toont een doorschijnend lichaam, met een kloppend hart en een pacemaker, het laat weinig aan de verbeelding over.

Het zijn geen nieuwe vragen. En echt veel dreiging gaat nog niet uit van de museale malware. Want anders dan bij Sleep Mode, waarbij bezoekers door een tunnel van projecties liepen, blijven de virussen veilig gevangen op de schermen, als kunst aan de muur, als menselijk design. Je zou bijna denken dat we ze onder controle hebben.