‘Plant- en diersoorten staan op uitsterven door droogte’

Droogte De aanhoudende droogte is voor de natuur funest, zeggen natuurorganisaties. „Herstellen van vorig jaar lukt nu niet.”

De veenbesparelmoervlinder
De veenbesparelmoervlinder Foto Böhringer Friedrich

De aanhoudende droogte brengt de natuur onherstelbare schade toe. Dat stellen Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten op basis van waarnemingen in hun gebieden. Vooral in het oosten van het land staan plant- en diersoorten op uitsterven als gevolg van de huidige droogte en die van vorig jaar. Het gaat om vlindersoorten in Drenthe die afhankelijk zijn van veen, zoals veenbesblauwtje; veenbesparel- moervlinder; veenhooibeestje. Ook zeldzame plantensoorten zuchten onder de droogte, zoals verschillende soorten zegge. Op de Sallandse Heuvelrug is volgens Natuurmonumenten bovendien een „dramatische daling” te zien van het aantal kamsalamanders, heikikkers en diverse soorten libellen. Ook vissen als beekprik worden ernstig bedreigd door het droogvallen van beken in het oosten en zuiden van het land. De beide periodes van droogte zijn volgens de natuurbeheerders de „genadeklap” voor een landschap dat al tientallen jaren lijdt onder verdroging, door onder meer ontwatering voor de landbouw, overvloedige stikstof en aanplant van bomen.

De alarmerende berichten worden bevestigd door organisaties die zich sterk maken voor diverse soorten. Zo signaleert Ravon, kennisorganisatie voor reptielen, amfibieën en vissen, een sterke afname van toch al zeldzame vissoorten als beekprik en elrits. Die kunnen alleen overleven in beken met kwalitatief goed water, water dat er door de droogte van vorig jaar en dit jaar nauwelijks meer is. „De populaties zijn vorig jaar nog nét gered, en hadden zich dit jaar moeten herstellen. Dat lukt niet. De rek is eruit. Door deze droogte zie je hoe kwetsbaar ons watersysteem is. De sponzigheid is er uit verdwenen”, zegt vissenonderzoeker Arthur de Bruin van Ravon.

Lees ook: Nog even en je waant je hier in Zuid-Frankrijk

Ook de Vlinderstichting is somber en signaleert, net als Staatsbosbeheer, „extreem lage aantallen” vlinders, met name veenvlinders en de kleine vos. Directeur Titia Wolterbeek: „Met de kleine vos gaat het ineens heel slecht. Het ligt voor de hand te denken dat dit komt door de droogte, hoewel we dat voor deze soort niet helemaal zeker weten.”